Grillige moederroman van Adriaan van Dis; Door de jungle van het zelfbedrog

Adriaan van Dis: Indische duinen. Uitg. Meulenhoff, 315 blz. Prijs ƒ 39,90. Gebonden ƒ 54,90.

In een van de gedichten in zijn debuut Nathan Sid beschrijft Adriaan van Dis hoe hij 'later' nog eens terugging naar het huis in de duinen waar hij, dat wil zeggen zijn alter ego Nathan Sid, geboren werd en opgroeide. De bomen die hij zich herinnerde, waren in werkelijkheid dorre struiken. Het gedicht eindigde in twee heldere regels: Waarom groeit als je groter wordt / vroeger zo veel kleiner?

In de tastbare wereld is deze bekende gewaarwording misschien een wetmatigheid, in de psychische niet. In Van Dis' nieuwe roman Indische duinen gaat de grote Sid opnieuw terug tot de kleine. Dat heeft tot gevolg dat het debuut in veel opzichten herschreven wordt. Maar vooral in dit opzicht: vroeger wordt bij deze terugkeer niet kleiner, maar monsterachtig groot. Om een in de roman veel voorkomend beeld te gebruiken: vroeger groeit als een gezwel, woekert als kanker.

Wie Nathan Sid en het interview met Van Dis in deze krant heeft gelezen, kent de (autobiografische) ingrediënten. De oorlog in Nederlands-Indië heeft zijn stempel gedrukt op het repatriantengezin, maar dat doet net of er niets aan de hand is. De pijnlijkste verhouding is die tussen vader en zoon. De vader noemt de zoon zijn 'vent' en probeert hem tot een man te drillen; de half-verliefde zoon weet dat hij de 'oorlogsvriend' die zijn vader wil nooit kan zijn.

Tegelijkertijd ontstijgt Indische duinen aan de tweede generatieproblematiek. Het is ook het verhaal van een zoon die zich angstig afvraagt hoe sterk hij op zijn vader lijkt. Heeft hij naast diens vertellerstalent ook diens verwoestende temperament geërfd? De beantwoording heeft de zoon altijd uitgesteld, maar komt aan het slot als hij het verhaal van zijn vader tot in detail heeft uitgeplozen.

Eindelijk is de verteller dan geen kind meer, maar 'een man die niet bang was op zijn vader te lijken'. Om die berusting te bereiken is het ook nodig om de verhouding met de moeder en halfzusters onder de loep te nemen en de soms krankzinnige familiegeschiedenis ('Wat een boevenbende') die daarmee samenhangt. Ook dat is een verzwegen verhaal: “Stief en Half woonden alleen in nare sprookjes.”

Wat in Nathan Sid slechts werd aangestipt, wordt in Indische duinen uitgezocht naar aanleiding van de dood van twee van de drie zusters. De roman is daarmee een tocht door een jungle van leugens en zelfbedrog. Achter elke regel in Nathan Sid blijken nu pijnlijke, ontroerende, lachwekkende en hartverscheurende verhalen schuil te gaan.

Bezeten

Tijdens het lezen dacht ik aanvankelijk: dit is een moederroman. Zo'n dik boek dat sommige auteurs aan het begin van hun loopbaan schrijven en waaruit ze de rest van hun leven blijven putten. Het is het belangrijkste boek dat ze ooit maakten omdat alles er al in staat, maar het blijft toch in de la liggen. Het is niet publikabel genoeg: het omvat te veel en is te grillig omdat het bezeten, maar nog onhandig geschreven is.

Voor Indische duinen lijkt dat ook te gelden: er wordt met veel verschillende stemmen in gesproken - kinderlijke en volwassen, liefdevolle en wellustige, harde en sentimentele. Stemmen ook vol moorddadige haat, zelfhaat en zelfmedelijden. Sommige hoofdstukken, zoals dat over de dood van Ada, zijn briljant geschreven, andere gewoon stijlvol en in weer andere lijkt stijl er helemaal niet toe te doen. Dan is Van Dis in de eerste plaats bezig met het verwerken van informatie in een simpele, bijna documentaire vorm.

De indruk dat Indische duinen zo'n moederroman is, werd verder versterkt door het feit dat Van Dis, elf jaar na zijn feitelijke debuut, volledig voor het schrijverschap heeft gekozen. En ook doordat de roman een verhelderend licht werpt op zijn eerdere boeken. Niet alleen op Nathan Sid, ook op zijn 'reisromans'. Wat is het door hem in geuren en kleuren beschreven Afrika anders dan 'een ander Indië'? En zijn de halsbrekende toeren die hij in het door oorlog verscheurde Mozambique uithaalde, niet gewoon een poging om alsnog 'een oorlogsvriend' en een 'vent' te zijn? Zo geeft Indische duinen samenhang aan het kleine oeuvre dat Van Dis tot nu toe heeft geschreven. Moederromans doen dat ook - alleen krijgt niemand ze te lezen.

Maar de grilligheid van Indische duinen is wel doeltreffend. Alles in de roman draait om ontmaskering van schijn, dus is het functioneel dat de eenheid in stijl en compositie op de helling gaat. Als je zo naar de roman kijkt, zijn de stijlbreuken geraffineerd. De fraaist geschreven passages volgen onmiddellijk op de proloog. Daarna, als het gezwel naar aanleiding van de dood van Ada groeit tot het op knappen staat, wordt het pronken met zinnen losgelaten.

Pas wanneer de bom gebarsten is en een nieuw evenwicht hervonden, mag de stijlvolle auteur in Van Dis weer thuis komen. Zo krijg je als lezer alle hoeken en gaten te zien van de gemoedstoestand van zowel de auteur als diens alter ego's. En 'zien' is dan zwak uitgedrukt; wie niet van steen is, beweegt de hele roman mee. Uitbundig lachend als Nathan ontdekt dat er nog een half-tweeling moet zijn. 'Roeliana en Roediono. Circus KNIL presenteert.' Ontroerd als hij probeert vader te zijn voor de zoon van Ada, terwijl hij weet dat hij nog niet eens zijn hond zonder te slaan op kan voeden.

Zoveel stemmingen ondergaan dankzij een Nederlandse roman, dat komt niet zo vaak voor.

Uit: Adriaan van Dis, Indische duinen.

Om mijn spieren tussen rust en inspanning te verwennen smeerde hij me in met tijgerbalsem. Voortaan roken we hetzelfde. En als hij nog kracht overhad gaf hij een massage. Dan liet hij mijn spieren tussen zijn vingers rollen, los van het vlees en op en neer van lies tot hiel, pitjitten tot de tranen uit mijn ogen spoten. Ik gilde het uit, de tijger beet in mijn benen. “Concentreer je op andere dingen,” fluisterde hij en hij kneedde door, “je mag wel huilen, maar nooit schreeuwen, je moet pijn in stilte dragen.”