Geknakte ego's en engerds; Psychologische thriller van Renate Dorrestein

Renate Dorrestein: Een sterke man. Uitg. Contact, 285 blz. Prijs: ƒ 34.90 (ingen.) ƒ 49,90 (geb.)

Het werk van Renate Dorrestein heeft vanaf het begin iets opruiends gehad, omdat er altijd in wordt gestreden. En wel in de eerste plaats tussen zelfbewuste, op hun strepen staande vrouwen en behoudzuchtige, seksbeluste mannen. Zij draait haar hand niet om voor prikkelende, categorische uitspraken van dit type: “Kunstenaressen zijn haast per definitie alleen want mannen kunnen niet tegen hun scheppingsdrang, die willen warm eten.”

Tegelijk gaat er iets heel geruststellends uit van haar romans, die ouderwets avontuurlijk en onderhoudend zijn en meer vermaak dan lering hebben te bieden. Dorrestein stelt geen bijzondere eisen aan de lezer. Ze voert geen literaire experimenten uit, gebruikt geen bijzondere of rare taal en verlustigt zich niet in ingewikkelde zinsconstructies. Ook zorgt ze ervoor de intrige, hoe bizar vaak ook, niet al te onoverzichtelijk te maken. Aan het slot zijn de meeste knopen ontward, zodat de lezer niet geplaagd hoeft te worden door onbeantwoorde vragen of onopgeloste mysteries. Misschien is dàt wel, bij al het aangename vermaak dat Dorrestein te bieden heeft, een van de grootste zwakheden van de meeste van haar boeken: ze laten zo weinig indruk na. Geen stof tot nadere overpeinzing, geen nieuwe of diepere inzichten in het leven, geen onrustbarende gedachten.

Dat geldt ook voor haar nieuwe roman, hoezeer ze er deze keer ook haar best op deed het einde zo open mogelijk te houden. Een sterke man is een psychologische thriller. Bijna elk van de romanfiguren kan de moord die in de roman wordt gepleegd of het fatale ongeluk dat wordt beraamd, op haar of zijn geweten hebben. Zorgvuldig worden dader en toedracht in het midden gehouden om de spanning er tot het laatst in te houden. Maar de roman nodigt er niet erg toe uit om je daar werkelijk druk over te maken. Hoewel er zeker mooie passages in voorkomen, die getuigen van Dorresteins scherpe observatievermogen, haar oog voor geestige details, en haar inzicht in de fraaie en vooral de minder fraaie kanten van de menselijke psyche, doet het geheel vlak en plichtmatig aan, alsof de ware inspiratie deze keer ontbrak.

Vier vrouwen komen achtereenvolgens aan het woord, die ieder hun licht laten schijnen over de gebeurtenissen in Kerrimagannagh, een landhuis in Ierland waar kunstenaars op uitnodiging van de eigenaar tijdelijk hun intrek nemen om er te kunnen werken. Al snel wordt duidelijk dat deze Stephen, een man met een Januskop, niet alleen een onbaatzuchtige mecenas is, maar ook zo zijn machtswellustige en ijdele motieven heeft, om kunstenaars, en vooral kunstenaressen, in een afgelegen oord en in een spookachtig huis aan een door hem geregisseerd groepsproces te onderwerpen. “Bij Agatha Christie loopt zoiets meestal op moord uit,” merkt een van de gasten op. Zo zijn er tal van vooruitwijzingen naar de fatale afloop, zoveel zelfs dat het drama uiteindelijk wat bleek afsteekt bij de ijselijke voorstellingen die zijn gewekt.

In alle vier verhalen wordt gevarieerd op het thema van 'de vrouw alleen', die zit te wachten op iemand die haar tot grote daden kan aanzetten, die haar uit haar creatieve of existentiële impasse zal verlossen, op de sterke man uit de titel kortom. Die sterke man, met wie Stephen zal zijn bedoeld, weet zijn gasten goed te kiezen. Ze hebben allemaal wel wat: een weggelopen of overleden echtgenoot, suikerziekte, een alcoholverslaving, een miserabele jeugd, een incestverleden, een ongewenst, een dood of een ziek kind. Alle gasten kampen met een geknakt ego en dat is wat hun tot onberekenbare personages en daarmee tot potentiële moordenaars maakt.

Echte engerds worden het daarmee trouwens allerminst. Niemand, ook de sterke man zelf niet, komt tot leven in deze roman. De romanfiguren zijn te zeer vrucht van een haastig bijeengeschreven en uit clichés opgetrokken achtergrond, te veel 'gevallen', om karakters te kunnen worden, voor wie je iets als medeleven, huiver of afkeer zou kunnen voelen.

Nu moet gezegd dat Dorrestein in het algemeen graag haar toevlucht neemt tot sjablonen, tot figuren waarmee ze eenvoudig iets kan aantonen of illustreren. Maar het is haar meer dan eens gelukt om daarbij ook nog iets te weeg te brengen. Wie zich met de schrijfster kwaad wil maken over de positie van de vrouw in de wereld, zou bij voorbeeld Het perpetuum mobile van de liefde (1988) eens kunnen proberen. Wie zich wil laten ontroeren door de geschiedenis van een klein meisje en haar vader, kan Ontaarde moeders (1992) gaan lezen. En wie ècht wil griezelen, kan ik eerder de meeslepende roman Noorderzon (1986) aanbevelen dan Een sterke man.