Geel staat voor woningen; Bouwkunst in de klas

Engeland is het enige land ter wereld waar het architectuuronderwijs is verankerd in het reguliere onderwijs. In Nederland behelpt men zich nog met projecten. Kinderen kunnen nu met kleurige blokken hun eigen stad bouwen.

Architectuur + kinderen. Een internationale presentatie van architectuuronderwijs aan kinderen. Stedelijk Museum, Rozengracht 3, Zutphen. T/m 6 nov. Di t/m vr 11-17u, za en zo 13.30-17u.

Van alle kunsten is architectuur de belangrijkste. Voor een schilderij moet men naar een galerie of een museum, voor een boek naar de boekhandel of de bibliotheek, voor toneel naar de schouwburg, maar voor architectuur hoeft men het huis niet uit. Het huis is zelf al architectuur.

Er is dan ook geen kunst die zoveel woede opwekt als de architectuur. In de literatuur eisen alleen fanatieke fundamentalisten de doodstraf voor bepaalde schrijvers, maar als het om gebouwen gaat, vinden zelfs redelijke mensen als Rudy Kousbroek dat de bedenkers ervan in het openbaar moeten worden gevierendeeld.

Maar ondanks de woede die lelijke gebouwen kunnen oproepen, is de algemene belangstelling voor architectuur niet groot. Architectuurtentoonstellingen trekken nooit de monsteraantallen bezoekers die beeldende-kunsttenttoonstellingen regelmatig halen, en dagbladen besteden veel meer aandacht aan film, literatuur, toneel, muziek en beeldende kunst dan aan bouwkunst.

Ook in het onderwijs speelt architectuur een marginale rol. Op de basisschool wordt gezongen, getekend, gelezen en toneel gespeeld, maar over gebouwen vertelt de onderwijzer zelden iets. Een belangrijke oorzaak van deze relatief geringe belangstelling voor architectuur is te zien op de expositie Architectuur + Kinderen in Zutphen. De bescheiden tentoonstelling, verzorgd door de Stichting Kunstprojecten uit Rotterdam, geeft een glimp van 27 architectuuronderwijsprojecten uit 9 landen. Ze zijn ondergebracht in zeven verschillende afdelingen, waaronder 'programma van eisen' en 'vorm/functie'. Het zijn categorieën die basisschoolleerlingen niet van enthousiasme op hun schoolbankjes zullen doen roffelen.

De 27 projecten zijn moeilijk onder één noemer te vangen, maar wat ze delen, is dat de uitkomsten tot tekeningen en modellen beperkt blijven. Net als bij bijna alle architectuurtentoonstellingen is er bij Architectuur + Kinderen geen architectuur te zien, maar slechts uitbeeldingen ervan, die soms, zoals plattegronden en doorsnedes, enige inspanning vereisen om ze te doorgronden. Een architectuurtentoonstelling, ook deze, blijft onvermijdelijk iets houden van een expositie over muziek waar alleen partituren zijn te zien.

Ambities

De onderwijsprojecten laten een grote variatie aan benaderingen en ambities zien. Een van de meest ambitieuze is de EDAS-Kirpitsjov School van de Rus Vladislav Kirpitsjov in Moskou. Kirpitsjov wil 'de basis leggen voor een nieuwe generatie architecten.' Het zelfstandig zoeken van het individuele kind staat bij Kirpitsjovs methode voorop, zo valt te lezen in het tentoonstellingskrantje. De ontwerpen en modellen zijn vaak prachtig gemaakt, maar het abstracte karakter ervan en de schijnbaar exploderende geometrische vormen doen vermoeden dat Kirpitsjov al zijn leerlingen wil omtoveren in heuse deconstructivistjes.

Uitkijktoren

De Verenigde Staten zijn met elf onderwijsprojecten het best vertegenwoordigd. Het resultaat van 'A Call To The Visionary Artist', georganiseerd door het Architectural Resource Center, de educatieve afdeling van de Connecticut Architectural Foundation, heeft gezorgd voor het hoogtepunt van de tentoonstelling. In dit project kreeg iedere school in Hartford de opdracht om met een team een ontwerp te maken voor een braakliggend terrein in het centrum van de stad. De leerlingen van de South Windsor High School vonden een dertien verdiepingen hoog 'Technologisch onderzoeks- en ontwikkelingscentrum' op zijn plaats met bovenop het dak een stadion waar holografische sportevenementen kunnen worden gehouden. Hun maquette van het centrum is werkelijk verbluffend en lijkt gemaakt door medewerkers van Rem Koolhaas' Office for Metropolitan Architecture: elk van de dertien verdiepingen heeft, door steeds andere uitsparingen in de vloer, een andere plattegrond gekregen, en de buitenkant van de glazen doos is voorzien van een hellingbaan, zodat het centrum buiten de openingsuren dienst kan doen als uitkijktoren.

Engeland, vertegenwoordigd met drie projecten, is het enige land waar het architectuuronderwijs is verankerd in het reguliere onderwijs. Hier heeft de The Building Experiences Trust bijvoorbeeld een nationaal programma over architectuur en stedebouw voor het basisonderwijs ontwikkeld. In Nederland, goed voor vier projecten op de expositie, is men nog zo ver nog niet. Het enige dat enigszins in de buurt komt is 'Blokken', een project dat onlangs is ontwikkeld door het LOKV (Nederlands instituut voor kunsteducatie). 'Blokken' is een bewerking van een systeem dat de stedebouwkundige Hubert de Boer gebruikt om opdrachtgevers inzicht te geven in zijn ontwerpen. Het is een doos met verschillend gekleurde blokken: geel staat voor woningbouw, paars voor industrie, groen voor groenvoorzieningen, enzovoort. Hiermee kunnen leerlingen op de bijgeleverde ondergrond hun eigen stad bouwen. In het Stedelijk Museum in Zutphen staat in de hal een voorbeeld opgesteld. Het ziet er kleurig en fleurig uit, maar het maakt ook weer meteen duidelijk wat de grote handicap van het architectuuronderwijs is. Want ook deze blokkendoos is eigenlijk niet meer dan een componeerdoos voor minimal-music-partituren.