Foute filmster in China; Anchee Min over haar jeugd onder Mao

Anchee Min: Rode azalea. Uit het Engels vertaald door Paul Syrier. Uitgeverij Contact, 295 blz. ƒ 39,90

Rode azalea is het autobiografische relaas van een Chinese vrouw, Anchee Min, die opgroeide in het China van Mao. De levensloop van Min, die nu in Amerika woont, kan ronduit fascinerend genoemd worden. Het boek is dat bij vlagen ook.

Anchee Min was al jong een modelcommuniste. Ze deinst er niet voor terug om haar favoriete lerares aan de schandpaal te nagelen. Later leerde ze de wreedheid van het systeem van nabij kennen op de staatsboerderij waar ze, zoals zovele jongeren, naartoe gestuurd werd om zich door arbeid te laten adelen. Tot zover niets nieuws. Toen ze vervolgens echter uit duizenden meisjes werd geselecteerd om filmster in de socialistische cinema te worden, veranderde haar leven volledig. Ze zou de hoofdrol gaan spelen in de film Rode azalea, een revolutionair epos omtrent een gelijknamige model-heldin. Het personage was gebaseerd op Jiang Qing, vrouw van Mao en leidster van de beruchte Bende van Vier. Vlak voordat de film uitkwam overleed Mao en kwam de Bende ten val. Anchee Min was vanzelfsprekend meteen filmster af: ze was immers 'fout' geweest.

Rode azalea is verdeeld in drie delen: Anchee op school, Anchee op de boerderij en Anchee in de filmstudio. Wat mij betreft had het boek beperkt kunnen blijven tot deel twee. De wederwaardigheden van de hoofdpersoon op de Boerderij van het Rode Vuur, waar zich langzaam maar zeker een tedere en intieme liefdesrelatie ontwikkelt met de kampleidster, worden beschreven in een unieke, doch uiterst simpele stijl, die de lezer deelgenoot maakt van zowel de erotische spanning als de gevoelens van wanhoop en angst die de verboden liefde beheersen. Het geeft op een uitermate persoonlijke manier uitdrukking aan de ellende en frustratie die zovele jongeren in die vermaledijde jaren gevoeld moeten hebben. Het is autobiografisch proza op zijn best: eerlijk, interessant, onvoorstelbaar, meeslepend en het leest als een trein. Wat wil je nog meer?

Niets dus. Het is volkomen begrijpelijk dat de drie delen voor de schrijfster een geheel vormen en dat ze het volledige trauma van zich af wilde schrijven, maar helaas is de rest van het verhaal een stuk minder boeiend. Zowel in de beschrijving van haar jeugd als in het verhaal over haar leven in de studio staan angst, wanhoop en naïviteit centraal, maar de spanning, die zo echt overkwam in deel twee, is in deze delen grotendeels gemaakt. Met name in deel drie werkt de vertelster bewust naar een dramatisch hoogtepunt: het bericht van Mao's dood komt precies op het moment dat zij zich geestelijk eindelijk volledig vereenzelvigd heeft met Rode Azalea/Jiang Qing en klaar zit voor de opname van de laatste scène. Dat soort trucs hoort thuis in een Hollywoodfilm, niet in een autobiografie. Ik geloof het dus ook niet, zelfs al is het echt gebeurd. Jammer.

De kracht van een boek als Rode azalea staat of valt met het vertrouwen dat de lezer in de auteur heeft. Men identificeert zich in hoge mate met deze vrouw die over zichzelf schrijft als individu, niet als 'dochter van China'. Het verhaal van Anchee Min is een persoonlijk en intiem verhaal, dat vrijwel nergens de pretentie heeft iets over China te willen beweren. Het is wat de reclame op de kaft zegt dat het is: eerlijk en direct. Maar het is niet voortdurend geloofwaardig. Dat ik dat oprecht jammer vind geeft wel aan hoezeer ik tijdens het lezen van de goede passages met de schrijfster ben gaan meeleven. Ik gun haar een beter boek, maar ik vrees dat ze met Rode azalea in één keer al haar kruit verschoten heeft.