Fleur en Klaas Groenendijk rouleren als directeur

RIDDERKERK, 30 SEPT. Van zijn vader mocht Fleur Groenendijk het familiebedrijf niet in, maar broer Klaas bleek coulanter. Morgen neemt Fleur een jaar lang Klaas' functie over als algemeen directeur van Groenendijk Yellowcabin, verhuurder van verplaatsbare accommodatie in Ridderkerk.

Klaas (44) heeft zichzelf een 'sabbatical year' toebedacht om wat afstand tot het bedrijf te nemen en eens te kijken wat branchegenoten in andere landen zoal doen. Fleur (46), thans president-commissaris, neemt de lopende zaken waar en wijdt zich daarnaast aan een aanpassing van de interne structuur.

Het samenspel tussen Klaas en Fleur getuigt van wederzijds vertrouwen. De familiebanden? “Natuurlijk kan je die binding niet ontkennen”, zegt Klaas. “Maar het was ook gebeurd als we geen broers waren geweest.” Fleur vult aan: “Je moet het zakelijk bekijken. We hadden deze stap geen van beiden genomen als het niet goed zou zijn voor het bedrijf.”

De functiewisseling is wellicht de beste illustratie van wat ze bij Groenendijk verstaan onder een “beursgenoteerd bedrijf met familietrekjes”. Familiebanden mogen het bedrijfsbelang nimmer beknellen, terwijl, als het zo uitkomt, dankbaar gebruik wordt gemaakt van die familierelaties.

Zo had vader Martin Groenendijk geen plaats in zijn transportbedrijf toen Fleur midden jaren zestig zijn accountantsstudie wilde opgeven en zich aanbood als chauffeur. “Pa zei: 'Laten we dat maar niet doen. Ga jij maar verder met je Nivra.' Toen het bedrijf echt ging groeien, zat ik al elders in het bedrijfsleven”, herinnert Fleur zich.

Wat dat betreft Klaas het tij mee. Hij rolde bijna vanzelf in het bedrijf, dat rond 1970 de mogelijkheden van bouwkeet- en keetwagenverhuur ontdekte. Na afronding van zijn HEAO-studie bedrijfseconomie in 1971 stortte Klaas zich op de nieuwe branche. Het park van vier keetjes uit die dagen is inmiddels uitgegroeid tot ruim 9000 units, waarmee het belang van de transporttak (zo'n vijftig wagens) ruimschoots wordt overvleugeld.

De kostprijsberekening van de vier keetwagens werd gemaakt door Fleur. Hoewel hij elders carrière maakte - via accountant Moret en bouwconcern HBG werd hij directeur van im- en exportfirma Abemij Holding; tegenwoordig is hij bedrijfsadviseur - bleef Fleur betrokken bij het familiebedrijf. Klaas: “We hebben altijd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de kennis van Fleur.” Dit werd 'ergens tussen 1975 en 1980' geformaliseerd in een commissariaat.

Hoewel Klaas opbouw en expansie van Groenendijk Yellowcabin beschouwt als het 'levenswerk' van twee generaties Groenendijk, had de familie in 1986 geen moeite met de beursgang. “Omdat het voor het bedrijf een goede stap zou zijn. We zagen kansen voor expansie, en daarvoor moest het eigen vermogen worden vergroot”, vertelt Klaas. Een juiste beslissing, meent hij: “Het heeft dit bedrijf heel sterk gemaakt.”

De familie Groenendijk bezit nog steeds een comfortabele 65 procent van de aandelen. De bemoeienis van externe aandeelhouders zien Klaas en Fleur niet als nadeel van de beursnotering. Fleur: “Het bedrijf heeft in 1986 een nieuw familiekarakter gekregen. Je krijgt nu een kaartje van aandeelhouders die op vakantie zijn. En telefoontjes: of iets handel voor 'ons' is. Ik kan me niet voorstellen dat iemand Timmer (bestuursvoorzitter Philips, red.) belt als zijn buurman een nieuwe tv nodig heeft.”

Klaas' loopbaan voltrok zich volledig binnen het bedrijf, in de meest uiteenlopende functies. Hij kan ritten plannen, een balans opstellen, in- en verkopen. Hij zegt ieder van de 180 personeelsleden te kennen en hij is beter op de hoogte van de gang van zaken dan wie ook. Fleur: “Zijn grondige kennis van het hele bedrijf is het goede punt van Klaas. Daardoor kan hij de juiste sturing geven.”

Maar zo'n manier van leidinggeven, erkent Klaas, slokt je op: “Ik zit zo dicht op de dagelijkse praktijk dat er weinig ruimte is voor andere zaken. Een jaar eruit leek me een goede oplossing, mits mijn plaats op een passende manier zou kunnen worden ingevuld. Welnu, Fleur is betrokken bij de strategische zaken en hij kent het managementteam.”

Klaas' behoefte aan afstand tot zijn dagelijks werk valt samen met een organisatiewijziging die Fleur zal uitvoeren. Vorig jaar stokte Groenendijks jarenlange groei (de omzet daalde van 60,8 naar 57,1 miljoen gulden), terwijl de netto winst voor de tweede achtereenvolgende keer daalde. Tegenover 9,5 miljoen gulden in 1991 stond nu nog 3,8 miljoen. Inmiddels hebben commissarissen en directie besloten tot uitbreiding van het dienstenpakket met onder meer de verhuur van chemische toiletten en volledig ingerichte tijdelijke ruimtes, met koffie-automaat, meubilair en fax.

Een dergelijke diversificatie vraagt verdere delegatie van bevoegdheden, legt Fleur uit. “Naarmate je meer afdelingen krijgt, moet je verantwoordelijkheden dieper in de organisatie leggen.” Klaas trok daaruit de conclusie dat zijn 'sabbatical' het beste moment hiervoor zou zijn. “Bij nieuwe activiteiten moet je gaan schudden en duwen. Gezien mijn historie zou ik maar moeilijk afstand kunnen nemen, terwijl het juist zaak is dat anderen zich ontplooien. Dat is goed voor het bedrijf”, zegt hij.

Fleurs stijl van management leent zich beter voor de beoogde omslag binnen het bedrijf, vinden beiden. Fleur, een golfer, werkt langs strakkere lijnen dan Klaas; hij bakent terreinen af, treedt formeel en gestructureerd op. Klaas, een voetballiefhebber, staat dichter bij zijn mensen, deelt schouderklopjes uit, heeft een flexibele agenda. Waar Fleur een initiaal op zijn visitekaartje heeft, gebruikt Klaas zijn voornaam.

Dat de mensen in het bedrijf aan de overgang zullen moeten wennen, is ingecalculeerd. Problemen voorzien beide broers niet. Klaas: “We zijn het volledig eens over het punt waarop we moeten uitkomen.” Hun karakterverschillen zijn daarbij van minimaal belang. Klaas: “Als je bereid bent te luisteren naar meningen van anderen, en dat kunnen we allebei heel goed, dan kom je er wel uit. Onze vertrekpunten mogen wel eens verschillen, maar aan het eind van een discussie zijn wij het altijd eens.”

Fleur en Klaas Groenendijk beklemtonen dat hun 'roulerend directeurschap' gebaseerd is op “100 procent vertrouwen”. Toch is contractueel bepaald dat Fleur op 1 oktober 1995 daadwerkelijk zijn zetel teruggeeft aan Klaas. “We hebben alles goed vastgelegd”, zegt Fleur. “Want dit is geen zaak van twee broers alleen. Er zit een bedrijf tussen.”