Financiële vergelijking; Besparingen in hoger onderwijs zijn mogelijk

ZOETERMEER, 30 SEPT. Als de meest efficiënt werkende hogeschool als norm wordt genomen, zou het Nederlandse HBO ruim 17 procent goedkoper kunnen werken.

De universiteiten zouden in totaal zes procent goedkoper worden als de meest doelmatig werkende faculteiten als voorbeeld zouden worden genomen. Het gaat daarbij in totaal om mogelijke besparingen van tenminste zo'n 350 miljoen gulden in het hoger beroepsonderwijs en zo'n 200 miljoen bij de universiteiten.

Dit blijkt uit een financiële analyse van de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs door het Centrum voor Studie van het Hoger-Onderwijsbeleid (CSHOB) van de Universiteit Twente en het Haagse Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO), in opdracht van het ministerie van onderwijs. Het gaat om de werkelijke uitgaven van de instellingen en niet om de overheidsuitgaven. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens uit 1990. Namen van meest en minst efficiënte instellingen worden niet genoemd.

Het nu gepubliceerde doelmatigheidsonderzoek is zuiver rekenkundig. De onderzoekers waarschuwen dan ook tegen “het trekken van overhaaste (beleids-)conclusies wat betreft de haalbaarheid van efficiëntie bevorderende maatregelen”. De mogelijk verschillende kwaliteit van de opleidingen en het onderzoek heeft geen enkele rol bij de calculaties gespeeld. Bij de berekeningen is alleen gelet op de hoeveelheid studenten en onderzoek die de instellingen voor een bepaald bedrag 'produceren'.

De analyse was enige tijd klaar, maar het ministerie wilde bekendmaking van de politiek gevoelige cijfers uitstellen tot na de formatie.

De inefficiëntie van de Nederlandse hoger-onderwijsinstelling is internationaal gezien overigens niet bijzonder groot. Het CHSOB en het IOO hebben ook Duitse universiteiten en Fachhochschulen en de Britse universiteiten aan hun financiële analyse onderworpen. Daaruit blijkt zowel in Duitsland als in Groot-Brittannië een efficiency-winst voor de universiteiten mogelijk van 11 procent, bijna twee keer zo groot als voor de Nederlandse. De Duitse hogescholen zouden gemiddeld 15 procent doelmatiger kunnen werken, een percentage dat vergelijkbaar is met dat voor de Nederlandse. Uit het onderzoek blijkt verder dat in alle landen vooral in de doelmatigheid van de materiële uitgaven grote verschillen zijn tussen de scholen en universiteiten.

Een van de betrokken onderzoeksinstituten, het IOO, kreeg vorige week samen met het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau van de ministers van onderwijs en financiën opdracht een onderzoek in te stellen naar de haalbaarheid van de voorgenomen overheidsbezuinigingen van 500 miljoen gulden in het hoger onderwijs.