Fernando Henrique favoriet in superverkiezingen Brazilië

SÃO PAULO, 30 SEPT. De heer Takeshi Imai wil graag in het parlement. Staande in het laadbakje van zijn driewielige brommer roept hij daarom al een uur zeer luid dat Brazilië behoefte heeft aan “het Japanse systeem”, waardoor “de lonen zullen stijgen”. Maandag zijn er in Brazilië verkiezingen en dan weet hij hoe er door de kiezers over zijn systeem wordt gedacht. Maar veel opzien baart Takeshi Imai niet. In Brazilië wonen immers honderdduizenden Japanse immigranten. En hij is bij lange na de enige niet die dezer dagen in het deelstaatparlement wil.

Kandidaten met minder tijd en meer geld dan Takeshi Imai, zoals Francisco Rossi die gouverneur van de staat São Paulo wil worden, domineren de billboards en de advertentierubrieken. Bovendien schakelen zij vrijwilligers en werkloze Paulistas in, die op kruisingen met een vlag moeten zwaaien waarop de naam van de kandidaat staat. Dat kost veel energie, ook al omdat ze moeten concurreren met meisjes die folders uitdelen voor een gloednieuw ziektekostenverzekeringsprogramma of een aanbieding van een stukje grond aan zee met een nog te bouwen “Mediterrane villa” erop. Niet zelden hangen zij daarom na een een uurtje of wat hun vlaggen aan het stoplicht.

En kandidaten met nog minder tijd en nog meer geld, zoals de zes mannen die president van Brazilië willen worden, vliegen van de televisiestudio naar het stadion, van de regenwouden in het westen naar het dorre noordoosten, en van Rio naar de aligatormoerassen in het zuiden. Nadat zij hebben gesproken - ernstig als staatslieden in spe en soms ook met gebalde vuist en overslaande stem - is er samba of vuurwerk, of allebei. De kandidaat is dan meestal alweer op weg naar zijn volgende spreekbeurt.

Boven hun lanche van bonen, rijst en suddervlees kunnen de grotestadsbewoners over weinig anders meer praten. De kranten wijden er dag in dag uit een pagina of tien aan. En op televisie is tussen de telenovelas maar één onderwerp te zien: Brazilië houdt op 3 oktober verkiezingen.

Met recht mogen die supereleições - 'superverkiezingen' - heten, want de 95 miljoen kiesgerechtigden (op een bevolking van 147 miljoen) kiezen niet alleen een nieuwe president en vice-president, maar ook een nieuw Huis van Afgevaardigden (513 zetels), tweederde van de 54 Senaatszetels, de parlementen van de 26 deelstaten en hun gouverneurs. Zij kiezen tussen twaalfduizend kandidaten voor ruim zestienhonderd posten.

Wie Itamar Franco op 1 januari zal opvolgen als president is wel duidelijk: Fernando Henrique Cardoso, ook bekend als 'FHC' of 'Fernando Henrique', want tutoyeren is de norm.

Cardoso, die kandidaat is van de centrum-linkse regeringspartij PSDB, kan rekenen op 47 procent van de stemmen. Zijn naaste rivaal, Luiz Inácio 'Lula' da Silva, kandidaat van de oppositionele Arbeiderspartij (PT), staat op 22 procent. Als Cardoso de komende dagen ook de zwevende kiezers weet te binden is er voor de presidentsverkiezingen zelfs geen tweede ronde (op 15 november) nodig.

Pag.6: 'Cardoso gaf de Brazilianen wat zij verlangden: koopkracht'

Cardoso's stemmen zullen deels afkomstig zijn van de 'middenpartij' PMBD. Die had tien jaar geleden nog de absolute meerderheid. Maar door corruptieschandalen en door het blokkeren van de parlementaire besluitvorming heeft zij veel weerzin gewekt. PMBD-kandidaat Orestes Quércia lijkt niet verder dan vier procent te komen. En in het nieuwe parlement zakt de PMBD van 48 naar circa dertien procent.

Opmerkelijker nog is het voorspelde verlies van Lula. Zijn campagne tegen de sociale ongelijkheid, het gebrek aan onderwijs en “het internationale kapitalisme” dat de Braziliaanse “economie vernielt” zette weliswaar kwaad bloed bij zakenlieden, maar sprak een grote meerderheid van de Brazilianen aan. Zij zíjn immers merendeels arm en verongelijkt. En de talloze mislukte economische experimenten van de laatste tien jaar hebben hen sceptisch gemaakt over de vrije markt.

Toch kunnen die argumenten de charismatische oud-machinebankwerker en vakbondsman met zijn zwarte baard niet aan de overwinning helpen. Want sinds 1 juli heeft Fernando Henrique zijn eigen 'plan van nationale redding' gelanceerd en daarmee lelijk onder Lula's duiven geschoten. Dit economische hervormingsplan geeft de jarenlang door inflatie geteisterde Brazilianen eindelijk datgene waarnaar zij al die jaren tevergeefs hebben gesnakt: koopkracht. En die ijskast, dat leren jasje en het nieuwe Fiatje dat zij nu dankzij FHC kunnen kopen wegen zwaarder dan Lula's onvervulde beloftes.

De nieuwe formule is door Cardoso ontworpen toen hij nog minister van financiën was en wordt door de huidige PSDB-minderheidsregering voortvarend uitgevoerd. Het plan combineert een grote schoonmaak van het morsige Braziliaanse staatshuishouden (sluitende begroting, belastinghervorming, schuldensanering) met een nieuwe, losjes aan de dollar gekoppelde nieuwe munt, de Real. Het Real-plan, zoals het bekend staat, heeft de 'hyperinflatie' van vijftig procent per maand teruggebracht tot vijf procent in augustus, en minder dan twee procent in september.

Zulke resultaten zijn bij eerdere hervormingen wel vaker enige tijd te zien geweest, maar ditmaal gebeurt het zonder de gebruikelijke bevriezing van de prijzen door de overheid. Toch zijn bijvoorbeeld de benzineprijzen sinds juli niet meer gestegen en dalen de prijzen in de supermarkt zelfs. Voor het eerst sinds jaren weet de gemiddelde Braziliaan wat zijn salaris volgende week waard is: evenveel als vandaag.

Degenen die in cash worden uitbetaald en van de inflatie dus altijd de volle laag kregen - fabrieksarbeiders, winkelbedienden, dagloners in de landbouw, Lula's electoraat kortom - plukken nu de vruchten van Cardoso's Real-plan en zullen en masse op Cardoso stemmen. Zelfs in de sloppenwijken rond de miljoenensteden is de bebrilde hoogleraar sociologie populairder dan zijn volksere concurrenten. Voor de meeste Brazilianen ligt de revolutie die Lula predikt juist in de rust die Cardoso's plan hun brengt.

Zijn aanstaande verlies valt Lula wel zwaar. In een geruchtmakende bijdrage in het Spaanse weekblad Cambio 16 noemde hij Brazilië een “bananenrepubliek”, omdat het de “werkelijk belangrijke onderwerpen uit de weg gaat”. Het Real-plan is “op een ochtend in Washington in elkaar getimmerd”, zei hij met een verwijzing naar het applaus van het IMF. Cardoso's running mate, Marco Maciel, heeft geld aangenomen uit kringen rond de wegens corruptie in 1992 afgezette president Collor. En de superverkiezingen zijn trouwens “illegaal” omdat de huidige regering de formeel onafhankelijke kandidaat Cardoso steunt met miljoenen dollars uit de staatskas. Zegt Lula.

Het blijft de vraag of hij dat alles kan bewijzen tijdens de processen waarmee hij van de kansel heeft gedreigd. Maar het is wel zeker dat de gunstige economische prognoses die de regering de afgelopen week bekend maakte voor Cardoso niet op een gunstiger moment hadden kunnen komen. Volgens Cardoso is Lula “wanhopig” en “liegt” hij om stemmen te behouden. Het tijdschrift Isto é ('Dit is') vergeleek Lula deze week met een voetballer die met de bal onder zijn arm de wedstrijd ontvlucht.

Een klein maar invloedrijk deel van de traditionele Lula-gezinden verkeert nog in tweestrijd. De kunstenaars die na de militaire dictatuur (1964-'85) onderdak vonden bij de PT schuiven nu onrustig op hun stoel. “Ons hart ligt bij Lula,” zei een acteur onlangs, “maar ons verstand dwingt ons te kiezen voor de economische werkelijkheid.”

Sommige reuzen uit de wereld van cultuur en show biz hebben inmiddels tegenovergestelde posities ingenomen, een strijd die sinds kort als Star Wars bekend staat. Zo liet de schrijver Jorge Amado (Doña Flor en haar twee echtgenoten) vorig weekeinde vanuit Parijs in een open brief weten zijn stem te zullen geven aan Fernando Henrique, die hij nog kent uit de tijd dat diens vader, generaal Le<ônidas Cardoso, “in uniform streed voor een rechtvaardiger maatschappij, zonder honger”.

De zanger Chico Buarque blijft Lula echter trouw, zegt hij, wegens diens “grootse plannen met de Braziliaanse cultuur en het onderwijs”. De afgelopen week stond hij daarom naast Lula op de podia. De zanger Gilberto Gil - wiens recente cd Unplugged vol ultramilde maatschappijkritiek hoge ogen gooit bij de rijke jeugd - hield zich aanvankelijk nog op de vlakte door te zeggen dat Fernando Henrique en Lula “vechten om dezelfde grond”. Maar deze week gaf hij zich gewonnen door zich in het openbaar te laten fotograferen met de gedoodverfde winnaar. Gils naam wordt nu zelfs genoemd als minister van cultuur.

Behalve zijn economische hervormingen heeft Cardoso overigens nauwelijks een lijst van concrete maatregelen voor na de verkiezingen. Ook de anderen - Lula incluis - blinken uit door inwisselbare vaagheden. En op lager niveau geldt hetzelfde. Brazilianen stemmen dan ook meer op mensen dan op politieke partijen en programma's. Zonder gewetensbezwaren kunnen Brazilianen Cardoso kiezen als president, de PT-kandidaat als gouverneur en een liberaal voor de Senaat. “Zo maakt iedereen zijn eigen politieke salade”, zegt Claudio (5*), directeur van een scheepvaartkantoor.

Sergio (29), die perscommuniqués schrijft voor de nationale tennisbond, rijdt door São Paulo in een walmende Kever vol stikkers met “Lula-Brasil” en “Ik wil een toekomst”. Af en toe steekt hij zijn hand naar buiten, maakt met duim en wijsvinger een 'L' en schreeuwt “Lula!”. “Eten voor alle Brazilianen, dat is meer nodig dan nieuwe bruggen en wegen”, zegt Sergio. Maria (56) gaat Fernando Henrique stemmen. Zij staat in de rij om haar oude cruzeiros in nieuwe realen te wisselen en voor het eerst in haar leven weet ze zeker dat ze dat ene tafelkleed morgen of overmorgen ook nog wel kan betalen.

En Zé (47), die er tien jaar ouder uitziet en zich met een vuile hand staande houdt in de metro, gaat stemmen op Éneas Carneiro, zegt hij. De populistische hartchirurg die “een sterke hand van regeren” belooft en steun heeft van veel militairen, lijkt met zes procent altijd nog goed voor een respectabele derde plaats. “Want alle politici kunnen de klere krijgen”, zegt Zé.