Een kleine oorlog

Toen een paar jaar geleden de gemeenteraad besliste dat onze stad in deelraden moest worden opgedeeld, werd kort daarop een van de mooist gelegen panden in onze buurt helemaal opgeknapt. Een fraaie opgang, heldere kamers met uitzicht op het park, de eerste lichting deelraad-politici moet bij het betreden van hun nieuwe onderkomen hebben gedacht dat het behartigen van de publieke zaak niet alleen onaangename kanten heeft.

Daarentegen is het leven van de bewoners van de straat waarin ik woon er sindsdien niet eenvoudiger op geworden. Om te beginnen werd een nieuw systeem van vuilnisophaal geïntroduceerd, waarbij wij de zakken naar bepaalde verzamelpunten moesten slepen. Verkeerd geplaatste zakken werden door controleurs opengemaakt en onderzocht op aanwijzingen die naar de oorspronkelijke eigenaren moesten leiden. Al snel vielen de eerste boetes in de bus. Daarnaast werden her en der glasbakken neergezet, kleine stalen bunkers die spoedig een oorloglandschap van glasscherven en ander vuil om zich heen verzamelden. Er kwamen nieuwe maatregelen. Zo werden die mooie, oude lantaarnpalen vervangen door nieuwe namaak-ouderwetse palen, maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Inmiddels heeft onze deelraad de strijd tegen de auto ter hand genomen. Om te beginnen werden de trottoirs verbreed om de parkeerruimte te beperken. Dat werkte contraproduktief. De auto's kwamen toch en werden tot ontzetting van de buurtbewoners dubbel geparkeerd of eenvoudig op de stoep gezet. Derhalve zijn vorige week hardere maatregelen genomen, die in onze straat tot dramatische taferelen hebben geleid.

Overal in mijn buurt worden nu parkeermeters geplaatst. Helaas is onze straat, zo heb ik begrepen, het laatst aan de beurt. Het gevolg is nu dat automobilisten op zoek gaan naar een plaatsje waar zij nog niet hoeven te betalen, zodat zij bijna automatisch in mijn straat terechtkomen. Wat oorspronkelijk een tamelijk rustige straat was, is binnen een week veranderd in een chaotische pijpela, waar wanhopig manoeuvrerende automobilisten onmiddellijk elke vrijgekomen stoeptegel benutten als parkeerruimte.

De bewoners van mijn straat, die hun eigen auto niet meer kwijt kunnen, hebben bij de deelraad geprotesteerd tegen deze ontwikkeling. Helaas werden zij een dag later het slachtoffer van hun eigen protest. Om de situatie in onze straat op te lossen, heeft de deelraad namelijk wegsleepdiensten gestuurd. Voor deze wegsleepdiensten is een auto echter een auto. Van buiten kunnen zij niet zien of een auto toebehoort aan een bewoner van een straat, of dat het hier gaat om wat ik voor het gemak maar een allochtone auto noem. Het gevolg is nu dat regelmatig de auto's van de bewoners zelf worden weggesleept. Zo is in mijn straat een kleine oorlog ontstaan. Kijkend uit mijn raam zie ik mijn buren, veelal eerzame burgers, als razenden tekeer gaan tegen ambtenaren van de wegsleepdienst.

En daar gaat dit stukje eigenlijk over. Iedereen die weleens voor een wielklem heeft gestaan of die bemerkt dat zijn auto is weggesleept, kent de machteloze woede, vermengd met het gevoel onrechtvaardig behandeld te zijn. Parkeerwachters en ambtenaren van de wegsleepdiensten zijn degenen die deze onlustgevoelens moeten opvangen. Zij moeten een beroep hebben waaraan zij nauwelijks enige vreugde kunnen ontlenen. Niet voor niets zijn hun kantoortjes opgetrokken uit woedebestendig beton en kogelvrij glas. Vanuit oogpunt van volksgezondheid kun je misschien nog beter werkloos zijn dan parkeerwachter of ambtenaar van een wegsleepdienst.

De afgelopen weken heeft in verschillende kranten een discussie gewoed over de doodstraf. Van alle argumenten tegen de doodstraf was er voor mij maar één echt overtuigend, namelijk dat een staat niet het recht heeft om iemand op te leiden tot beul. Die psychische druk mag een overheid een van zijn burgers niet aandoen. Nu schijnen er beulen te zijn geweest die met een zeker plezier hun werk deden, maar zelfs dat plezier kan ik in het werk van een parkeerwachter of een ambtenaar van de wegsleepdienst niet ontdekken. Uitgescholden worden om iets waar zij in zekere zin zelf buiten staan, dat is hun lot. Het verkeersbeleid van mijn stad zal nog veel ongelukken veroorzaken.