Drukdoenerige dans met briljante elementen

Voorstelling: The Death of Generous Henry, door De Rotterdamse Dansgroep. Choreografie: Tere O'Connor. Muziek, decor en kostuums: Edith Ordelman, Tere O'Connor. Licht: Henk van der Geest. Gezien: 29 september, kleine zaal Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 16/11.

Het werk van de Amerikaanse choreograaf Tere O'Connor kenmerkt zich door het vaak virtuoze gebruik van allerlei totaal verschillende bewegingsvormen en stijlen binnen een tijdsbestek van enkele seconden. Ook zijn nieuwste choreografie The Death of Generous Henry, speciaal gemaakt voor De Rotterdamse Dansgroep, heeft het karakter van een rusteloze televisiezapper die in het uurtje dat hij voor de buis zit minstens 20 kanalen tegelijk wil volgen. O'Connor's eerste choreografie voor het Rotterdamse gezelschap Psycho-sweet Civilization imponeerde door rijkdom in het bewegingsmateriaal en dat doet The Death of Generous Henry, waarin het accent lijkt te liggen op een bijna kinderlijke humor evenzeer. Op een bonte, door O'Connor samengestelde collage van korte tot zeer korte fragmenten uit composities van Messian, Wagner, Bacewicz, Moran en Elfman wordt er heel wat schalks, misprijzend, blij, onschuldig, uitdagend en treurig gekeken. Heupen en schouders schudden, vingers en voeten priemen en torso's draaien alsof ze zijn voorzien van volstrekt eigen computerprogramma's. Tegen het einde van de voorstelling worden raadselachtige figuren onthuld, gekleed in bruine kostuums uit verschillende eeuwen. Ze spelen een raadselachtig mime-spel, waarin tenslotte een figuur (een monnik) levenloos achterblijft. Is hij de Generous Henry uit de titel? Er zitten briljante elementen in O'Connor's schepping: rijk bewegingsmateriaal, een knappe compositorische constructie en bizarre fantasie. Maar met al die wisselingen, al die drukdoenerij en die grimassen, wordt toch betrekkelijk snel een verzadigingsniveau bereikt en blijkt de humor te oppervlakkig. Er is te weinig subtiel uitgewerkt raffinement in de beweging om echt te kunnen genieten van de rijkdom ervan. Wel toonden de acht uitvoerenden, vijf vrouwen en drie mannen (waaronder twee nieuwe aanwinsten Ferdinand Antersyn en Jack Gallagher) lef, saamhorigheid en een grote vitaliteit.