Doodstraf (2)

De doodstraf komt voort uit de drie traditionele gronden van straf: vergelding, speciale preventie en generale preventie. De dood van de dader kan als vergelding worden ondervonden, hij zal het zelf nooit meer doen en anderen zouden het met zo'n vooruitzicht kunnen laten. Maar die traditionele grondslagen van het strafrecht zijn niet aannemelijk te maken. Maten van vergelding zijn volstrekt onduidelijk en preventie werkt niet. Toch kunnen straffen moeilijk worden afgeschaft. Waarom de doodstraf wel en andere straffen niet? Omdat strafrecht geciviliseerd moet zijn. De daad moet niet worden vergolden, maar de misdadiger moet de schade weer goedmaken, door betaling, maatschappelijke dienstverlening of zelfs in gevangenschap te verrichten diensten. Daar hebben slachtoffers wat aan, bovendien kan dat hun een zinvol gevoel van vergelding bieden.

Geciviliseerd strafrecht sluit de doodstraf uit, niet omdat de doodstraf onmenselijk, wreed of wat dan ook zou zijn, maar omdat een dode geen zinvol doel meer kan dienen. Zelfs levenslange dwangarbeid kan nog iets van ernstige misdaden goedmaken, voor slachtoffers en nabestaanden, doden kunnen niets meer doen.

De doodstraf moet dus verboden zijn. Trouwens: wie of wat is de dood? Rudy Kousbroek schreef ooit in deze krant: “De dood bestaat nu al zo lang & nooit is er iets over uitgelekt.” Niet alleen mist de doodstraf goede gronden, het is ook een daad in het duister.