Doodstraf (1)

Het stuk dat H.G. Hoogers en A.J.J. De Hoogh in NRC Handelsblad van 27 september schreven over de doodstraf neem ik hen bijzonder kwalijk, juist omdat het mensen zijn met een juridische opleiding. Het stuk is een grove versimpeling, het is populistisch, het is quasi-deskundig.

Het doorslaggevende argument waarom de doodstraf nooit zou mogen worden gebruikt is het simpele feit dat deze straf onomkeerbaar is. Ten eerste is het nooit voor 100 procent te bewijzen dat iemand wérkelijk de dader is, ten tweede is de kans nooit nul dat een misdadiger weer op het rechte spoor gebracht kan worden.

Er zal dus alijd een kans bestaan, dat een veroordeelde ooit weer een normaal leven kan gaan leiden zonder een bedreiging te zijn voor de maatschappij. Daarom mag een mens in geen enkel geval van het leven beroofd worden.

Het is zaak dat we ons in gaan spannen om te voorkomen dat mensen tot misdaden komen, en dat ontspoorde mensen met alle mogelijke middelen weer op het rechte spoor geholpen worden. Dat kost wel wat meer moeite, maar het is de plicht van een zich sociaal noemende samenleving.