De scherpe snavels van de storm; Symbolisch proza van Saulius Kondrotas

Saulius Kondrotas: De schaduw van de slang. Een familiegeschiedenis uit Litouwen. Vert. Ellen Beek. Uitg. Meulenhoff, 278 blz. Prijs ƒ 45,-.

In Nederland wordt maar zelden een literair werk uit een van de Baltische landen vertaald. Ook in de rest van West-Europa is de toegankelijkheid van de Baltische literatuur miniem. Naar een behoorlijke, in een niet-Baltische taal geschreven literatuurgeschiedenis is het vergeefs zoeken. De bestaande overzichten zijn in het Russisch, met titels als 'De Litouwse (c.q. Letse, Estlandse) literatuur in de omstandigheden van het socialisme'. Welk soort boeken daar besproken staat, laat zich raden. Zeker in Litouwen hebben de socialisten niet te klagen gehad over gebrek aan loyaliteit. Schrijvers en autoriteiten leken het daar op een akkoordje gegooid te hebben. Voor zover er in Litouwen staatsrepressie plaatsvond, richtte deze zich hoofdzakelijk tegen nationalistische en religieuze elementen (de twee gingen vaak samen). De literatuur werd betrekkelijk ongemoeid gelaten. Schrijvers gaven van hun kant ook weinig aanstoot. Het ondergrondse literaire circuit in Litouwen moet bijna non-existent zijn geweest. Toen het sein enkele jaren geleden op groen ging, was er geen sprake van een boom van tot dan toe verboden literatuur. 'Alle laden bleken leeg', zoals een Litouwse kennis van mij het uitdrukte, met een verwijzing naar de Russische uitdrukking 'schrijven voor de bureaulade'.

Het is daarom goed mogelijk dat De schaduw van de slang van Saulius Kondrotas (1953), waarvan onlangs de Nederlandse vertaling verscheen, een van de gewaagdere boeken is uit de Litouwse literatuur van de laatste decennia. Het boek, dat in Litouwen in 1981 verscheen, vertelt de geschiedenis van vier generaties van een Litouwse boerenfamilie, van 1863, het begin van de Russische overheersing, tot aan de Eerste Wereldoorlog, toen Litouwen aan de Duitsers toeviel. Het eerste deel, 'De wordingsgeschiedenis', wordt gedomineerd door het verhaal van Kristupas Meizis, telg van een oud boerengeslacht en opgevoed met enkele onbetwistbare waarden: familie, God en vaderland. De belichaming van deze onwankelbare zekerheden is Kristupas' grootvader, een energieke en autoritaire man die nooit lacht en zichzelf en anderen een ijzeren discipline oplegt. Na zijn dood blijven zijn nabestaanden enigszins ontredderd achter. Hoe groot het ingetreden vacuüm is, blijkt uit de beschrijving van Kristupas als volwassen man: nog steeds ernstig en arbeidzaam in de lijn van de familietraditie, maar lijdend aan eenzaamheid en nachtmerries.

In zo'n geval ben je geneigd de personages niet alleen op te vatten als schakels binnen een familieketen, maar ook als symbolen voor de verwording van een land onder vreemde overheersers. Daarvoor dienen de aanwijzingen zich ook in hoog tempo aan. Over Kristupas' gemoedstoestand wanneer hij ontwaakt uit een kwade droom, lezen we: 'Als buiten de nacht regeert, als het gutst van de regen en de razende storm met zijn nagels de takken van de bomen scheurt, met zijn scherpe snavel op het dak inhakt, moet de mens de hoop bij zichzelf zoeken want het beeld van de wereld en van haar schoonheid heeft hem dan in de steek gelaten.' Ook de verkrachting van Kristupas' mooie vrouw Pime door de grootgrondbezitter, waaruit hijzelf is voortgekomen, is een toespeling op het binnendringen van een vreemd element in de boerenbeschaving die Litouwen oorspronkelijk was (het valt nog mee dat de bruut niet van Russische afkomst is). En de hele biografie van deze laatste Meizis-nazaat, die niet kwaad is van inborst maar volledig stuurloos en zich overgeeft aan moord en roof, kan en moet gelezen worden als symbolisch voor het lot van een land dat zijn eigen waarden en normen is kwijtgeraakt door toedoen van anderen.

Al is het geen nieuwe gedachte, er is niets op tegen de geschiedenis van een land te verbinden met het lot van een familie. Kondrotas kan ook schrijven, daarvan getuigen een paar mooie Márquez-achtige beschrijvingen zoals die van het begrafenisfeest van grootvader Meizis, door de feesteling zelf tot in de puntjes georganiseerd en ook grotendeels door hemzelf bijgewoond, of kleurrijke schilderingen van het plattelandsleven van alledag. Maar dergelijke momenten, waarin Kondrotas zich concentreert op het vertellen, zijn zeldzaam. Meestal gaat het boek gebukt onder een hinderlijk nadrukkelijke dubbelzinnigheid en buitensporige pretenties van diepzinnigheid. Wat Kondrotas er allemaal niet bijhaalt! Niet alleen Baltische mythologie en folklore - dat zou nog te vergeven zijn voor een schrijver die zich bekommert om de eigenheid van zijn land. Nee, de Bijbel wordt geraadpleegd voor een lange uitweiding over Noach, alsook voor een interpretatie van de titel - we mochten het verband tussen slang en verleiding eens over het hoofd zien! Ethische problemen als plicht, misdaad en straf worden aangeroerd, en andere grote thema's als God, de tegenstelling tussen ratio en intuïtie, en de kenbaarheid van de ons omringende werkelijkheid.

Het streven naar alomvattendheid is natuurlijk mooi, als Kondrotas het maar niet liet bij losse flodders. Geen gedachte wordt ten einde gedacht, geen redenering doorgeredeneerd. Voeg daarbij het steeds wisselende vertelperspectief, en de chaos wordt compleet. De schaduw van de slang druipt van gewichtigheid. Iedere bladzijde lijkt te willen illustreren wat een van de personages tegen het einde zegt: 'Er staan wezenlijke dingen op het spel, misschien zelfs de zin van onze aanwezigheid op aarde of de zin van de wereld.'