De samenwerking tussen Laura Ingalls Wilder en haar dochter; De leugen van het kleine huis

Schrijfster Laura Ingalls Wilder is een heldin van de Amerikaanse pioniersgeschiedenis. In het dorpje Mansfield in Missouri is een museum gemaakt van de boerderij waar ze de Kleine-Huisserie schreef. Pas nu is gebleken dat de serie haar succes niet alleen aan Laura te danken heeft. Niet zij, maar haar dochter Rose Wilder Lane had de gave van de pen.

William Holtz: The Ghost in The Little House, A life of Rose Wilder Lane. Uitg. University of Missouri Press, 425 blz. De boeken van Laura Ingalls Wilder worden hier uitgegeven door Ploegsma. De Laura Ingalls Wilder - Rose Wilder Lane Historic Home and Museum. Dag. geopend van 1 april tot 14 nov. Postadres (bestellijst voor souvenirs): Route 1, Box 24, Mansfield, MO 65704. Tel.: 4179243626.

De morsige menukaart van het 'Little House Country Buffet' in Mansfieldprijst Pa's Special aan, een hamburger van ruim drie ons, geserveerd op een sesambroodje met bacon, American Cheese, Swiss Cheese, sla, tomaat en ui. Voor toe is er Ma's Homemade Cobbler, een vruchtenpasteitje. Het fruit komt uit blik. Een schril contrast met de knisperige maïskoekjes in warme bruine saus en de krokante appeltaarten waarvan de geuren uit de bladzijden omhoog kwamen, jaar na jaar, ongeacht of sprinkhanenplagen en sneeuwstormen de oogst hadden verwoest. Gedetailleerd staan de voedzame pioniersmaaltijden beschreven in de acht kinderboeken die de beroemdste inwoonster van Mansfield, Missouri op bejaarde leeftijd publiceerde. De haveloze uitspanning aan de rand van haar woonplaats heeft er niet haar voordeel mee gedaan.

Maar de serveerster draagt wel een schortje met een afbeelding van Mansfields illustere attractie: Rocky Ridge Farm. In vierkante, gelinieerde blocnotes, die ze voor 'a nickel a piece' betrok van de plaatselijke drugstore, tekende Laura Ingalls Wilder er haar familiegeschiedenis op. Daarmee zorgde ze ervoor dat miljoenen kinderen in en ook buiten Amerika de historie leerden kennen van de onverschrokken pioniers in de midwest van de Verenigde Staten in de tweede helft van de vorige eeuw.

Dat de verhalen 'waar gebeurd' waren, stond te lezen op de flap van deel twee: Het kleine huis op de prairie. Het maakte de avonturen over Laura en Mary die met Ma en Pa, zusje Carrie en hond Jack door Amerika zwierven van de wouden in Wisconsin tot de prairies in South Dakota op zoek naar een geschikte plek om een boerenbestaan op te bouwen, des te echter. In 1968 kreeg het keurmerk 'waar gebeurd' zijn volle betekenis. Toen verscheen, onder de titel Onderweg, de Nederlandse vertaling van Laura's dagboek van de reis naar Mansfield, Missouri. Er stonden foto's in, van Laura, haar man Almanzo, hun dochterje Rose en ook van Rocky Ridge Farm, een romantisch houten huis op tachtig acres grazig terrein.

Het beeldmerk van Het Huis is al mijlen voor het stadje te zien op grote, roze borden langs route 60. De afslag kan niet worden gemist. Op 30 augustus 1894 om half twaalf 's ochtends reed de huifkar van het jonge echtpaar Wilder in een rij van tien emigrantenwagens Mansfield binnen. Na een reis van anderhalve maand hadden ze het 1000 kilometer noorderlijker gelegen, door de Grote Droogte geteisterde Zuid-Dakota verruild voor de weldadig groene Ozarks.

Het huis ligt een mijl oostelijk van de bescheiden bebouwde kom langs een slingerende weg en strekt zich uit over glooiend land met zicht op beboste heuvels. Door de vrolijke borden vol aanprijzingen met uitroeptekens bekruipt me de angst dat het bezoek een teleurstelling zal zijn. Dat het huis 'Where the Little House Books were written!' niet zal beantwoorden aan de lang gekoesterde jeugdfantasie. De schrijfster is immers ingelijfd in dat rijtje 'historische helden' waar Amerikanen zo voortvarend mee omgaan.

Ontberingen

Maar Rocky Ridge Farm valt helemaal niet tegen. Terwijl de gids een sympathieke handleiding geeft bij de schatten in de tien knusse kamers, speur ik, net als vele duizenden fans vóór mij, naar voorwerpen uit de boeken. “Het was van glanzend wit porselein. Op het deksel stond een klein gouden theepotje en een klein gouden kopje op een gouden schoteltje. Het deksel van het doosje kon er af. Je kon er een broche in bewaren, als Laura later een broche zou hebben.” Het petieterige sieradendoosje is precies zoals het beschreven staat in Het kleine huis aan de rivier, al is de goudverf hier en daar versleten. Laura kreeg het op een kerstfeest in de kerk van Walnut Grove, Minnesota na een zware winterstorm die Pa Ingalls bijna niet overleefde.

De ontberingen van de familie prikkelden de fantasie ongetwijfeld des te meer, omdat ze steeds werden gevolgd door gelukkige ontknopingen. Ook na de zoveelste herlezing was het die aaneenschakeling van voor- en tegenspoed die het vervolgverhaal zo onontkoombaar maakte. Subtiele stilistische verschuivingen en verdiepingen zorgden er voor dat de kennis van de lezer deel na deel meegroeide met het wijdser worden van Laura's blikveld. Het geheim van de serie schuilt in de ontwikkeling van Laura van een 'kwikzilverig' kleutertje dat haar ogen goed de kost geeft tot een vrijgevochten, rechtschapen jonge vrouw.

Met een minimum aan educatie bleek ze een natuurtalent. Voor haar eerste opstel, een korte tekst over eerzucht, waardeert de leraar haar - in Een huis voor Laura - met het hoogste cijfer en de aanmoediging: 'Je zou er meer moeten schrijven.'

Het is een fijn idee dat Laura in zo'n sfeervol huis kwam te wonen en dat ze de vruchten kon plukken van haar levenswerk. Juist in een periode dat al de zuur gespaarde centjes verloren waren gegaan in de nasleep van de Wall Street Crash. “Here was the book no Depression could stop,” meende redactrice Virginia Kirkus van uitgeverij Harper, nadat ze het manuscript van het eerste deel had gelezen. Vanaf maart 1932 verschenen de delen regelmatig en al spoedig kwam de grote roem van Laura Ingalls Wilder, die gepaard ging met stijgende royalties, ook van de talloze vertalingen. De gids wijst op het lessenaartje vlak naast de slaapkamer van het echtpaar: “Vaak kon ze 's nachts niet slapen en dan ging ze hier zitten werken om Manly niet te storen,” vertelt ze. Het bureau, versierd met sierlijk houtsnijwerk, biedt weinig schrijfruimte, maar Laura was een kleine vrouw. “Deze alkoofkast bouwde Manly speciaal voor Laura's bibliotheek.” Het museumkoord belet de bezoekers de titels te lezen. “Nee, de gedichten van Tennyson staan niet in deze kast,” zegt de gids.

In de salon tegenover de schouw eindigt de toer door het huis. Vragen staat vrij. Een jongeman wil weten wat het museum vindt van de pas verschenen biografie van Rose Wilder Lane. De gids wimpelt het onderwerp weg: “Al Laura's manuscripten zijn hier te bezichtigen, iedereen kan zien dat ze authentiek zijn. Rose' biograaf is hier niet eens op onderzoek geweest.” De man lijkt tevreden gesteld. Maar ik vraag me af wat er achter de toespeling steekt. Van Rose weet ik op dat moment niet veel meer dan dat ze een bekende journaliste was, die op hoge leeftijd zelfs nog een reportage in Vietnam heeft gemaakt. Ik heb er nooit bij stil gestaan dat zij in landelijke kranten publiceerde lang voordat haar moeders eerste boek verscheen. In de vitrines in het aanpalende museum liggen foto's van Rose en van haar reizen in Europa en Azië naast haar boeken en knipsels van haar artikelen. Op jonge leeftijd heeft ze soms een dromerige, dan weer een uitdagende blik. Later, het haar kort geknipt, maakt ze een wat stuurse indruk.

Nachtmerrie

In de Little House Bookstore is de biografie niet verkrijgbaar, wel enkele van haar boeken en talloze cahiers over de hoofdpersonen uit de serie. Beladen met souvenirs, waaronder cassettebandjes met Laura's stem en Pa's viool erop, verlaat ik Rocky Ridge Farm. Een jeugddroom is vervuld, maar een onbehaaglijk gevoel dringt zich op.

Vrienden hadden het boek al voor me gekocht. Het heet The Ghost in the Little House. William Holtz heeft er een intrigerend portret in geschreven van een getormenteerde erfgename van de pioniers, die haar leven lang heen en weer geslingerd werd tussen literaire ambities en schuldgevoelens. Haar herinnering aan South Dakota concentreert zich op de brand die zij per ongeluk veroorzaakte en waardoor haar berooide ouders besloten weg te trekken. Rose typeerde haar jeugd in Mansfield als een nachtmerrie. Schoolgenootjes lachten om haar armoedige kleren: 'maar ze konden me niet uitlachen om mijn spelling', vermeldt haar dagboek. In Het kleine huis aan de rivier staat: 'Laura wilde wel omlaag zakken en haar benen verstoppen. Haar jurk en die van Mary waren te kort; ze waren veel korter dan de jurken van de andere meisjes.' Maar Laura beet van zich af, want ze had een scherpe tong, net als Rose.

En net als Laura droomde Rose ervan verre landen te zien. Ze werd telegrafiste en verhuisde naar San Francisco waar ze in de journalistiek terecht kwam. Om in leven te blijven na een mislukt huwelijk met een vage zakenman (Gillette Lane, wiens naam ze bleef dragen) ging ze ghostwriten voor uitgeverijen. In New York raakte ze bevriend met Dorothy Thompson, de beroemde journaliste die met de latere Nobelprijswinnaar Sinclair Lewis zou trouwen. En al die jaren stuurde Rose van haar schamele inkomsten geld naar haar ouders.

Haar vader stond, net als Pa Ingalls, op een voetstuk, maar met Laura - die als 'Mama Bess' door het leven ging - had ze een moeizame relatie, volgens Holtz terug te voeren op het ontbreken van moederliefde in de desastreus arme Dakota-tijd.

The Ghost

Een baantje als rapporteur bij het Rode Kruis bracht Rose na de Eerste Wereldoorlog in Europa, waar ze haar hart verpande aan Parijs en vooral aan de rauwe levenswijze van het nog nauwelijks ontsloten Albanië. Ze schreef reportages en werkte tussendoor aan fictie: verhalen die ze uit de vertellingen van haar ouders en grootouders opdiepte. De roman Let the Hurricane Roar (1933) werd een bestseller. Het was het verhaal van Laura's ouders. Naderhand werd haar verweten dat ze haar moeders stof had gestolen, ook door Laura zelf. Maar de waarheid is veel grotesker.

Toen Rose haar roman schreef, bewerkte ze tegelijkertijd de lijvige autobiografie waar haar moeder al jaren aan bezig was. Niet alleen redigeerde Rose het manuscript, ze herschreef en herschikte vrijwel alles wat haar moeder haar had toevertrouwd. Zin voor zin bracht ze een metamorfose tot stand in stijl en opbouw, in atmosfeer en melodie en bovenal: in thematiek. Holtz toont de ghostwriting aan met talloze voorbeelden uit de hand- en typoscripts en uit de correspondentie tussen moeder en dochter. Laura begon het hoofdstuk over de vierde juli in De kleine stad op de prairie bijvoorbeeld zo: 'Laura was wakened in the morning by the 'Boom! Boom! Boom! from the anvil at the blacksmith shop in town. It sounded like a great gun.' Rose veranderde het in: 'BOOM! Laura was jerked out of sleep. The bedroom was dark. Carrie asked in a thin, scared whisper, 'What was that?' '

Vergeefs probeerde Rose haar moeder literair op te voeden, maar Laura bleef een amateur. Met voor zich de met potlood beschreven blocnotes van haar moeder en in het achterhoofd de verhalen uit haar jeugd zette de dochter de familiehistorie naar haar hand. Ongelukkig over het voortdurende oponthoud in haar eigen produktie, schiep Rose de ideale mythe. De Kleine-huisserie bood haar de mogelijkheid om haar levensfilosofie in retrospectief in te bedden in de Amerikaanse geschiedschrijving. Met tal van publikaties had ze zelf inmiddels een controversiële naam opgebouwd. Eerst door geromantiseerde biografieën van Herbert Hoover, Charlie Chaplin en Jack London, later door haar filosofische pamfletten. Sterk beïnvloed door haar observaties in het verwoeste na-oorlogse Europa, ontvouwde ze haar theorie over de persoonlijke vrijheidsmentaliteit van de Amerikaanse pioniers. Volgens Rose was dit model het antwoord op de teloorgang van Europese tradities met z'n -cratiën en -ismen. Ze bracht haar radicale denkwijze in praktijk. In woord - door fel te publiceren tegen de overheidsbemoeienis onder Roosevelt - en in daad, door de rechten en plichten van het Amerikaanse staatsburgerschap niet te aanvaarden. Ze weigerde belasting te betalen (wat niet moeilijk was, omdat ze lange tijd weinig verdiende) en een beroep te doen op sociale voorzieningen. Haar ideeen, vastgelegd in The Discovery of Freedom (1943), spraken uiterst links en vooral rechts aan; van beide stromingen moest ze niets hebben.

Vrijheidsdrang

Het is deze vrijheidsdrang waarmee de boeken van Laura Ingalls Wilder doordrenkt zijn. Een van de uitstekende voorbeelden die Holtz in zijn boek geeft, betreft weer het hoofdstuk 'De vierde juli' uit De kleine stad op de prairie. De summiere aantekeningen van haar moeder werkte Rose uit tot een eulogie op de Onafhankelijkheidsverklaring. Ze laat Laura denken: 'Amerikanen willen geen enkele koning op de wereld gehoorzamen. Amerikanen zijn vrij. Dat betekent, dat ze hun eigen geweten moeten gehoorzamen. (-) Ik moet dan zelf zorgen, dat ik een goed leven leidt. Het was of haar hele geest verlicht werd door die gedachte.' Later krijgt Laura een bundel van Tennyson cadeau. Ademloos leest ze het gedicht 'De Lotus-Eters'. In een verrassend lucide poëzie-interpretatie sterkt het haar in haar onafhankelijkheidsgedachte. Maar in de alkoofkast op Rocky Ridge Farm staan de gedichten van Tennyson niet: de echte Laura kreeg de gedichten van Sir Walter Scott.

Toen Rose na Laura's dood als enige erfgename van het Little House-kapitaal aangenaam kon gaan leven, bewerkte ze haar moeders dagboek On the Way Home en schreef er een boeiend voorwoord bij, waarin ze de mythe in stand hield. Nimmer onthulde Rose dat ze haar moeders ghostwriter was. Zelfs niet aan de uitgever. De door Rose herschreven manuscripten werden steevast door Laura vanaf Rocky Ridge Farm verstuurd. Op een zonderlinge manier ligt de gespannen moeder-dochter relatie ten grondslag aan de wereldberoemde kinderboeken. Laura had de beschikking over de stof, Rose had de gave van de pen. Elk wilde de ander overtroeven, maar samenwerking was noodzakelijk. Dat blijkt vooral uit het posthuum verschenen boek De vier prairiejaren (1971), dat niet door Rose is geredigeerd. De stijl is veel minder beeldend en vloeiend dan van de andere boeken.

Op de begraafplaats van Mansfield herinneren twee roodmarmeren stenen aan het vermaarde gezin. Naast Almanzo (1857-1949) en Laura (1867-1957) rust Rose (1886-1968). Ze hebben echt bestaan, maar hun literaire alterego's hebben hun plaats ingenomen. Zelfs de krachtterm die Laura Ingalls Wilder gebruikte in een boze reactie op de kritiek van Rose kan daar niets aan veranderen: 'Change the beginning of the story if you want', schreef ze in 1937, 'Do anything you please with the damn stuff if you will fix it up.' Rose heeft dat gedaan. Ze maakte van Laura de dochter die ze zelf had willen zijn.