Clinton begint te leren wat macht is

President Clinton heeft een typisch Nederlands probleem: hij moet afkicken van een moralistische wereldvisie. Zijn grote Wilsoniaanse campagne-idealen zijn vastgelopen op de grenzen van de Amerikaanse macht. Zoals hem is gebleken in Somalië, Haïti, Noord-Korea en China valt de wereld niet te besturen met nobele declaraties en dreigingen. De wereld wil eerst zien of de Amerikaanse president meent wat hij zegt. Iedereen weet dat de kiezers en het Congres beducht zijn voor buitenlandse avonturen en dat elke dode en gewonde Amerikaanse soldaat onder de televisielampen komt.

Clinton heeft dezelfde kwaal als zijn onfortuinlijke Democratische voorganger Jimmy Carter. Hij heeft een zekere afschuw van het praten in termen van zuivere macht en belang. Dat was toch Vietnam? De discussie in het Witte Huis in de beginfase van de Haïti-crisis bleef abstract. Denkers scoorden punten zonder besluiten te nemen. De voormalige topgeneraal, Colin Powell, verbaasde hem met het advies dat de precieze bewoordingen van de overeenkomst met de militaire junta in Haïti er niet zo toe doen. “Aan het einde van de week hebt u 15.000 man troepen op het eiland zonder een schot te lossen. Dan kunt u in dat land doen wat u wilt”, zei hij.

Clintons moralisme is net zoals het Nederlandse gedeeltelijk geveinsd. Zijn ethisch geïnspireerde verklaringen over een nieuwe wereld kwamen vaak voort uit politieke gemakzucht. Zonder zijn visie aan te passen aan de praktische mogelijkheden dreigde hij met Amerikaans ingrijpen. Hij had het te druk met binnenlandse vraagstukken om na te denken over de gevolgen. Hij volgde de doctrine van zijn opiniepeiler, Stanley Greenberg: “De mensen zijn niet geïnteresseerd in buitenlands beleid. Toon je alleen zo nu en dan als een internationaal leider en staatsman. Dat zien de kiezers graag.”

De televisie liet de brandhaarden in de wereld zien en Clinton reageerde. De Bosnische Serviërs werden bedreigd met bombardementen en met opheffing van het wapenembargo tegen de moslims. China zou haar speciale handelsstatus bij Amerika verliezen als het de mensenrechten niet zou respecteren. Hij liet Haïtiaanse vluchtelingen weer toe, toen een zwarte activist wegens het Haïtibeleid in hongerstaking ging.

Het embargo tegen de Bosniërs is nog steeds niet opgeheven. China behoort tot de meestbegunstigde handelspartners van Amerika. Clinton scoort op buitenlands beleid steeds lager in de opiniepeilingen. Hij werd een van die figuren, die in de woorden van voormalig minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger “wanhopig proberen uit te zoeken wat het publiek wil en uiteindelijk verworpen en zelfs veracht worden”.

De invasie in Haïti betekent het einde van de Greenberg Doctrine voor buitenlands beleid. Voor het eerst waagde Clinton een onpopulaire stap als logisch gevolg van de escalatie van zijn dreigingen. Hij gaf zelfs een toespraak op de televisie. De adviezen uit het Pentagon, die hij als anti-Vietnam-veteraan altijd schuldbewust volgde, sloeg hij voor het eerst in de wind.

Ook het binnenland is veranderd. Vrijwel tegelijkertijd met de invasie implodeerden Clintons plannen voor de hervorming van de gezondheidszorg. Waarschijnlijk zal hij er gedurende zijn zittingstermijn ook geen megaplan meer door krijgen. Hij zal genoegen moeten nemen met deelhervormingen in samenwerking met de Republikeinen. De kiezer blijkt genoeg te hebben van totaaloplossingen. Dat betekent dat hij een meer traditionele president wordt, die tijd heeft voor buitenlandse zaken.

De pech voor Clinton is dat de vele debâcles met kleinere landen de grote lijn van het buitenlandse beleid aan het zicht onttrekken. In zijn beleid ten aanzien van Rusland, de NAVO, Mexico en handelsproblemen verschilt hij nauwelijks van zijn voorganger president Bush. Zijn partnerschap voor de vrede stelt de keuze voor de uitbreiding van de NAVO uit. Het houdt rekening met de binnenlandse realiteit dat het Amerikaanse Congres voorlopig geen nieuwe verplichtingen wil aangaan om Amerikaanse soldaten Poolse en Tsjechische grenzen te laten verdedigen. Rusland wil hij niet van het Westen vervreemden maar dat probeert hij vast te houden in een soort nieuwe Heilige Alliantie voor de democratie. Na kritiek van experts heeft hij de banden met voormalige Sovjetrepublieken aangehaald.

Vorig jaar liet hij tegen grote oppositie in zijn eigen partij een Noordamerikaans Handelsverdrag ratificeren. Hij heeft een nieuwe ronde van het GATT-wereldhandelsverdrag afgesloten. Een partijgenoot probeert door obstructie ratificatie tegen te houden maar het is nog geen verloren zaak.

Ook Jimmy Carters buitenlands beleid heeft een slechte naam door de voor de televisie dagelijks gedramatiseerde gijzeling van 50 Amerikaanse diplomaten in Teheran, waar hij niet veel aan kon doen. Maar hij bracht de vrede in Camp David tot stand, verhoogde de defensiebegroting jaarlijks met vijf procent reëel, vaardigde economische sancties uit tegen de Sovjet-Unie en maakte - geheel in strijd met zijn huidige softe imago - de afspraak tot plaatsing van kruisraketten en Pershings in West-Europa. Zijn nadruk op de mensenrechten zette in Latijns-Amerika grote veranderingen in gang, waar zijn Republikeinse opvolgers Reagan en Bush de vruchten van konden plukken. Carters opvolger Reagan heeft de geschiedenis zodanig herschreven dat het leek alsof bij hem de victorie begon.

Clinton regeert in een tijd dat Amerika haar grote missie van de Koude Oorlog heeft voltooid. Het is een gewoon, groot land geworden. Geen enkele andere president zou daar verandering in kunnen brengen. Sinds Watergate en Vietnam speelt het Congres een grote rol in het buitenlandse beleid. Congresleden zijn - meer dan de president - dol op vrijblijvende verklaringen. De Senaat veroordeelt - in tegenstelling tot de Westeuropese landen met vredestroepen in Bosnië - op morele gronden het embargo tegen de Bosnische moslims maar wil zelf liever geen Amerikaanse troepen naar dat gebied sturen. Moralisme kan voorafgaan aan afzondering. De moralistische visie van Woodrow Wilson eindigde met het Amerikaanse isolationisme na de Eerste Wereldoorlog. In Haïti heeft Clinton geleerd dat hij zijn woord gestand moet kunnen doen en anders beter kan zwijgen. Het is zijn initiëring in het koppelen van macht en belang aan principes, de enige manier waarop Amerika een grote internationale rol zal kunnen blijven spelen.