CHEB HASNI 1968 - 1994; Kampioen raï-love

“Er is geen andere god dan Allah / maar de passie wint altijd”, zong de gisteren in het Algerijnse Oran op straat vermoordde raï-zanger Cheb Hasni in zijn geruchtmakende debuut uit 1987: “de barak”. Dat lied, een duet met de raï-zangeres Chaba Zavouania, handelt over de culturele spanning waaronder een groot deel van de jeugd in Algerije leeft: armoede, woningnood en ouderlijke betutteling enerzijds, en de wil om het leven groots en meeslepend naar westers model te leven anderszijds - met een woeste vrijpartij in een smerige, verlaten barak als uitkomst. Cheb Hasni's artistieke weg, die van de zgn. 'love-raï', vol verwijzingen naar een leven omringd door drank en vrouwen, is één weg uit de impasse, die van de fundamentalisten die hem - naar alle waarschijnlijkheid - hebben vermoord een andere. Niet uitgesloten is dat zijn bewonderaars en moordenaars in dezelfde kring te vinden zijn, die van de aan 'dégouttage' (spleen) lijdende Algerijnse stadsjongeren. Hasni, die de laatste jaren afwisselend in zijn geboortestad Oran en Frankrijk woonde, kende het milieu goed en ontving de nieuwbakken fundamentalisten naar eigen zeggen regelmatig thuis. “Het zijn niet die strenge baarden die komen, maar moderne jongeren”, verklaarde hij. Op hun aandrang, zijn zangkwaliteiten voortaan in dienst van het islamitisch réveil te plaatsen, was hij niet ingegaan. Wel had hij - uit voorzorg - zijn vrouw (de raï-zangeres Chaba Fadela) en kind naar Frankrijk overgebracht. Daar bracht hij de laatste tijd ongeveer de helft van zijn tijd door - niet alleen uit overwegingen van persoonlijke veiligheid maar ook omdat de sinds 1992 in Algerije veelvuldig ingestelde avondklok zich moeilijk verdraagt met de regels van het raï-concertwezen, dat in Frankrijk bloeit.

In 1968 geboren als zoon van een lasser, begon Cheb Hasni (werkelijke naam Hasni Chekroun) zijn carrière in de cabarets en nachtclubs van Oran, waarvan de verwesterde atmosfeer de fundamentalisten nu zozeer een doorn in het oog is. 'Raï' is een al sinds de jaren veertig bestaande aanduiding voor een half-Frans/half-arabische, existentialistisch liederengenre. Het beleefde, vooral sinds de toevoeging van elektrische gitaren en andere rock-elementen in de jaren zeventig, een stormachtige bloei, die oversloeg naar Frankrijk en de laatste jaren zelfs naar andere westerse markten, vooral dankzij de zanger Cheb Khaled, thans ongekroond koning in het genre. De toevoeging 'Cheb' (voor vrouwen 'Chaba') betekent 'de jonge', in de zin van kid of gabber.

Van de cassette “De barak” zijn naar schatting een miljoen exemplaren verkocht in Frankrijk en Algerije. Van de cassette Visa, waarvan het titelnummer de problemen bezingt die een Algerijn heeft bij het onderhouden van een liefde in het Franse Marseille, ook enkele honderdduizenden, al of niet legaal vervaardigd. Cheb Hasni's oeuvre omvat ongeveer zeventig verschillende nummers, allen in het subgenre 'love-raï' - de zanger hield zich - anders dan sommige van zijn collega's - verre van het expliciet aan de orde stellen van politieke thema's. Zijn onderwerpen waren de hopeloosheid en de sexuele frustratie. Niettemin ontvingen de handelaars in cassettes op straat in Oran de laatste tijd de waarschuwing van anonieme zijde Cheb Hasni's werk niet langer te verkopen.