Bob Waldron: Van Witte Huis tot gouden ambassade

Een bizarre 18de-eeuwse soepterrien in de vorm van een stierekop als middelpunt van een eettafel met antiek Chinees porselein, Engels George II zilver, Oostenrijks glaswerk en Amerikaans kristal op een tafellaken van Venetiaanse kant. Daaromheen vergulde Franse stoelen en het geheel belicht door een Hollandse kroonluchter. Wie bij de de Amerikaanse binnenhuisarchitect Bob Waldron (68), voormalig secretaris van wijlen president Lyndon B. Johnson, te eten wordt uitgenodigd kan zo'n oogverblindende tafel verwachten. Zo richt hij ook zijn woningen in. “Ik houd ervan ongebruikelijke stoffen, meubelen en stijlen met elkaar te combineren”, zegt hij. “Een Louis Seize stoel gaat heel goed samen met een modern Italiaans ontwerp en moderne met oude schilderijen.”

Waldron was even van zijn woonplaats Washington overgewipt naar Amsterdam om te poseren voor de Nederlandse tekenaar Corstiaan de Vries. Die is bezig met een omvangrijk, levensecht portret, dat de Amerikaan in drievoud toont: zittend in een antieke stoel en zeulend een trap op met een eerder portret van de Amerikaanse kunstenares Kiddy von Kahn onder de arm, alsof dat voorgoed naar zolder wordt verbannen. Waldron, gekleed in smetteloos donker krijtstreeppak met een opvallende stropdas en zwart-wit schoenen, is zichtbaar ingenomen met het eerste resultaat.

Politici, diplomaten en andere groten der Amerikaanse aarde lieten hun huizen door Waldron inrichten. Onder hen Johnson, met wiens vrouw Lady Bird hij nog steeds dikke maatjes is. Hij bezoekt haar enkele malen per jaar in Texas en maakt ook buitenlandse reizen met haar. Ook met iemand als filmster Elizabeth Taylor ('the loveliest, most gracious lady, with gorgeous, violet eyes') met wie hij in het bestuur van een kunststichting zat, verkeert hij op vriendschappelijke voet, al heeft hij nog niet aan haar woning mogen komen.

Waldron kwam uit een arbeidersgezin in een klein plaatsje in Texas, ten zuiden van Dallas, wat nog duidelijk aan zijn tongval is te merken. Tien jaar zat hij in de staf van Johnson, eerst toen deze nog in het Congres zat en later tijdens zijn presidentschap. Aan Johnson denkt hij met gemengde gevoelens terug. “Johnson was een briljant politicus en een overweldigende persoonlijkheid. Als je voor hem werkte was je deel van één grote familie. Maar hij kon zo verschrikkelijk kwaad worden, dat je wenste dat je hem nooit had ontmoet. Hij kon ook niet achteraf zeggen dat hij spijt had. In plaats daarvan stuurde hij je een kostbaar cadeau. Ik heb een prachtige vergulde spiegel van hem gekregen bijvoorbeeld en antieke zilveren kandelaars.”

Toen Johnson in 1969 aftrad, vond Waldron het ook welletjes. “Ik was altijd al in woninginrichting geïnteresseerd geweest. Ik ben toen op mijn veertigste naar de Design School in New York gegaan. Door mijn werk voor de president kende ik veel mensen, en toen ik mijn examen had gedaan had ik binnen vierentwintig uur mijn eerste opdracht.”

Zo deed hij de inrichting van de ambassades van Japan, Bahamas, Jordanië, Turkije, het Britse consulaat, elk ingericht in de stijl van het land, de woningen van Congresleden en van de vroegere leider van de Democratische partij Robert Strauss. “Bij de Turkse ambassade hebben we de muren met een prachtige zijden stof bedekt in hele bijzondere kleuren, met goud, zilver en cerise.”

Waldrons bedrijf in Washington werkt echter niet alleen voor dergelijke exclusieve klanten, onderstreept hij. “Als er jonge mensen komen met een klein budget, dan doen we dat ook. Ik praat eerst uitgebreid met hen om te kijken waar hun voorkeur naar uitgaat. Mensen die pas beginnen moet je helpen een eigen sfeer te creëren. Er zijn schitterende woontijdschriften, zoals het Amerikaanse Southern Accent. Die blader ik met ze door om te zien wat hun bevalt en dan zoek ik het juiste materiaal erbij.”

Waldrons voorkeur gaat uit naar de neglected look. “Het interieur moet eruit zien alsof je het geërfd hebt, alsof er allang in is gewoond. Ik combineer Franse, Amerikaanse en Engelse meubels en stoffen, antiek en modern. In New York bestaat een enorm Design Center, een groothandelsgebouw met showrooms waar alle grote meubelhuizen en stoffenfabrikanten bij elkaar zitten. Daar heb je alles van over de hele wereld voor het grijpen.”

Het laatste wat hij wil, zegt hij, is mensen een bepaalde stijl opdringen. “De Johnsons bijvoorbeeld hadden al een eigen stijl toen ik hun ranch in Texas inrichtte. Er was een huis vol herinneringen, met een geschiedenis vol foto's van buitenlandse regeringsbezoeken. Dat was makkelijk. Ik heb alleen maar de vloerbedekking en de aankleding verzorgd en die heb ik de natuurlijke kleuren gegeven, zoals die in Texas voorkomen: koraalrood, groen, geel, aardekleuren. Alleen in de slaapkamers heb ik chintz en heldere bedrukte stoffen verwerkt.”

In Amerika was tot voor kort vooral de drukke Engelse country-stijl populair, met de bloemetjes, ruches, lintjes en strikjes. “Die rage heeft tien tot twaalf jaar geduurd, maar de laatste vijf jaar is er een trend in Amerika naar het witte interieur, naar een rustiger basisinrichting. Vooral mensen die moderne kunst in huis hebben, hebben een neutrale achtergrond nodig”, zegt Waldron, terwijl hij goedkeurend het Avenue-achtige interieur van De Vries' appartement in zich opneemt: veel romig wit, een schittering van spiegels, een smaakvol boeket. “Ik hou daarvan, hij heeft een eigen stijl met oog voor mooie details.”

Waldron vindt niet dat je een woning voortdurend moet veranderen. Zijn eigen meubels heeft hij al langer dan dertig jaar. Alleen komt er af en toe een fris verfje, een nieuw stuk porselein of zilver of, zoals binnenkort weer, een nieuw schilderij bij.

Af en toe ontwerpt Waldron ook wel eens een tuin, maar verzorgt dan vooral de aankleding, de beelden en het tuinmeubilair. “Ik heb een tuin ontworpen die net zo moet worden als de tuin die Monet zo vaak heeft geschilderd. Maar wat tuinen betreft pluk ik liever een boeket. Ik houd er niet van mijn handen vuil te maken.”