Bestaan om te vergeten; Else Flim over het drama van Putten in de Tweede Wereldoorlog

Else Flim: De helft nadert of is allang voorbij. Uitg. Manteau, 215 blz. Prijs ƒ 34,90

Zelf heeft Else Flim (1948), schrijfster van korte verhalen, poëzie, kinderboeken en de roman Al die dingen gebeuren en zijn netjes geordend, de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Maar ik maak me sterk dat ze nauwe banden heeft met mensen die het drama van Putten hebben overleefd. Haar nieuwe roman, De helft nadert of is allang voorbij, over de vergeldingsactie van de Duitsers op 1 oktober 1944, waarbij 660 Puttenaren gevangen werden genomen, is in elk geval met betrokkenheid geschreven en getuigt van een groot inlevingsvermogen.

Putten hoort thuis in het tragische rijtje: Vinkt (België), Lidice (Tsjechoslowakije), Oradour (Frankrijk), Marzabotto (Italië), Televag (Noorwegen). Stuk voor stuk plaatsen waar aanslagen van het verzet door de nazi's zijn gewroken op de burgerbevolking. Else Flim geeft in haar roman geen volledige reconstructie van de gebeurtenissen, maar laat die in flash-backs wel uitvoerig aan de orde komen. Zij situeert haar verhaal in het heden en wel precies in de week waarin we nu leven: die van 1 oktober 1994, wanneer in Putten de vijftigste herdenking van de vergeldingsactie plaatsheeft.

Vergeleken bij alle herdenkingsplechtigheden waar we nu middenin zitten, is de manier waarop Flim met deze gevoelige materie omspringt uitzonderlijk. Zonder bombast, zonder overdreven dramatiek laat ze zien wat herdenkingen - of liever herinneringen - aanrichten in het gemoed van overlevenden.

Flim heeft haar verhaal gefocust op het bejaarde echtpaar Nobel. Hun huwelijk is getekend door de gebeurtenissen vijftig jaar geleden, toen de jonge Puttense verzetsstrijder Harm werd gedeporteerd naar Neuengamme, waarvandaan hij niet terugkeerde. Harm was de beste vriend van Karel Nobel, die zelf alleen door toeval buiten schot is gebleven. Uit plichtsbetrachting trouwde hij met Harms zusje Nettie en samen probeerden ze gedurende hun lange huwelijk een nieuw bestaan op te bouwen, gebaseerd op vergeten. Merkwaardig genoeg slaagde Nettie, bedreven in het verdringen van pijn, daar beter in dan haar echtgenoot. Die heeft zich na zijn pensionering als een bezetene op de werken van Lou de Jong gestort om greep te krijgen op het drama dat hem, naarmate de tijd vordert, steeds verder ondermijnt.

Ze besluiten de vijftigste herdenking in Putten te ontlopen door een bungalow in een soort Center Parcs te boeken. Natuurlijk blijkt daar dat ze met dit vluchtgedrag geen stap verder komen. Herinneringen laten zich nu eenmaal niet verjagen.

Om de spanning op te voeren laat Flim het vakantiepark waar de echtelieden vergetelheid zoeken, verdacht veel lijken op een concentratiekamp. Juist als de Nobels daar verblijf houden voert de directie een experiment uit waarbij de vakantiegangers steeds minder vrijheid krijgen: ze moeten hun bungalow met anderen delen, het eten wordt gerantsoeneerd en uiteindelijk mag men zelfs het terrein niet meer af. De schrijfster geeft het verhaal deze wending om te laten zien hoe uiteenlopende mensen op zo'n situatie reageren.

Het Puttense echtpaar slaat zich er ogenschijnlijk heel behoorlijk doorheen, al beseffen ze zelf scherper dan ooit dat ze getekend zijn door het lot. Niet alleen temidden van anderen blijven ze eenzaam, ook ten opzichte van elkaar, omdat juist datgene wat hen bindt onbespreekbaar moet blijven.

Flim heeft dit boek trekken meegegeven van een documentaire en tegelijkertijd de romanvorm gebruikt om te kunnen doordringen in de psyche van haar personages en identificatie met deze slachtoffers mogelijk te maken. Ze is daar bijzonder goed in geslaagd, vooral door haar beeldende stijl en haar filmische manier van vertellen.

'De helft nadert' is geschreven ter nagedachtenis aan de mannen die bij het drama van Putten betrokken waren en opgedragen aan hen die dagelijks met oorlogsherinneringen moeten leven. Een mooier monument kunnen de Puttenaren zich niet wensen.