Aardappelsla van de Eiffeltoren

In de tijd van Napoleon vonden veel mensen in Amsterdam en Den Haag het bijzonder deftig om Frans te spreken. En in plaats van warme Hollandse aardappelen gingen ze naar Franse gewoonte koude aardappelen eten. Zelfs met hun mond vol koude aardappel bleven ze Frans praten. Daarom zeggen ze nu nog steeds van iemand die een beetje te deftig praat dat hij een koude aardappel heeft ingeslikt. Maar koude aardappelen kunnen heel lekker zijn. Als ze tenminste door ze te koken eerst warm zijn geweest.

Vraag bij de groenteman om aardappelsla-aardappelen. Een halve kilo daarvan schillen en in dunne plakjes snijden en kort koken. Als ze nog een beetje stevig zijn eruit halen, even afspoelen met koud water en onmiddellijk met wat (wijn)azijn begieten en peper en zout erop strooien. Ook moet je zorgen voor een struikje bleekselderij. Met de dunschiller de harde buitenkant eraf schillen en kleinsnijden tot het formaat van dikke lucifers. Meer dan 100 gram is niet nodig. Die voeg je bij de aardappelschijfjes, samen met een lekkere plak in dunne reepjes gesneden gekookte ham, ook van 100 gram. Nu doe je ook nog eens drie eetlepels crème fraîche (dat is een soort grotemensenslagroom), in een kom en roert er druppel voor druppel een eetlepel citroensap doorheen. Die zure room meng je tenslotte door aardappel, ham en selderij en dan heb je Franse aardappelsla. Neem nu eens een grote hap daarvan en zeg dan iets in het Frans. Eiffeltoren bijvoorbeeld. Hoor je hoe deftig dat opeens klinkt?