Zege op Feyenoord goed voor premie van minstens $ 100

ROTTERDAM, 29 SEPT. De oude man zit verscholen achter een hoog reclamebord, dat hem bijna het uitzicht belet op zijn clubgenoten. De 76-jarige grijsaard heeft een klein bloknootje in de hand en volgt de training van Zalgiris Vilnius. U was toch secretaris? “Ja, maar ik ben ook nog journalist.” De man met de dubbelfunctie heeft gisteravond kunnen noteren dat de Litouwse voetballers hun ogen uitkeken toen ze het veld betraden van het Feyenoord-stadion. Alleen de Duitse zakenman Hans, die zichzelf als een vriend van de manager bestempelt, zet kanttekeningen bij de gerenoveerde Kuip. “Bij ons is zo'n stadion niets bijzonders.”

De secretaris en de zakenman behoren tot de uitgebreide staf van de Litouwse bekerwinnaar. Vanavond zitten ze op de eretribune in Rotterdam, waar Feyenoord en Zalgiris hun tweede duel in de eerste ronde van het Europa Cup 2-toernooi spelen. In Vilnius werd het twee weken geleden 1-1. “Nu wordt het heel moeilijk voor ons”, zegt de schrijvende secretaris. Hij kan het weten. Hij speelde in 1938 tegen Ajax en heeft sindsdien bijna geen wedstrijd van Zalgiris gemist. Ongeacht zijn functie.

Hij vertelt over de Duitse bezetters van 1941, over de Russische bevrijders van 1944 en over de Russische bezetting die tot 1989 zou voortduren. “Ze kwamen ons bevrijden en zijn vergeten weer weg te gaan.” Vijf jaar geleden verklaarden de Litouwers zich onafhankelijk, twee jaar later werd die onafhankelijkheid ook erkend. De politieke vrijheid betekende nog geen sportieve voordelen. Moskou bood de topsporters in Litouwen uitstekende voorzieningen, die topprestaties bevorderden. Zo eindigde Zalgiris in 1987 op de derde plaats in de hoogste voetbalafdeling van de Sovjet-Unie.

Na de onafhankelijkheid van de Baltische staten vertrokken de meeste voetballers van Zalgiris naar landen als Oostenrijk en Zwitserland. De voetbaltrots van Litouwen moest een geheel nieuw elftal opbouwen dat vijf jaar later nog steeds geen volwassen indruk maakt. De gemiddelde leeftijd van de spelersgroep is nauwelijks 23 jaar. Aan het hoofd staat de 51-jarige Zelkevicius, die behalve trainer ook voorzitter is. Een rustige man met het voorkomen van een Scandinaviër. Hij lacht de hele dag, wisselt gebrekkig Duits af met gebrekkig Engels en laat tegen de avond zien dat hij zelf een verdienstelijk voetballer is geweest. Heeft de trainer het niet druk als voorzitter? “Dat valt best mee”, grijnst Zelkevicius. “Ik heb een heel goede manager.”

Het doolhof duurt onverminderd voort. Wie is dan wel de manager? Een veertiger met snor begeeft zich tussen zijn spelers. Niet in kostuum, dat heeft Jancianskas inmiddels verruild voor een modern sporttenue. De manager trapt onder het Rotterdamse kunstlicht een balletje met zijn werknemers, die naar zijn zeggen 400 dollar per maand verdienen. “De premies zijn gemiddeld 100 dollar, maar tegen Feyenoord kunnen ze nog meer verdienen.” Jancianskas legt uit dat zijn profs het niet slecht hebben getroffen. Ze verdienen het viervoudige van de gemiddelde Litouwse arbeider. De voetbalclub dankt zijn relatieve rijkdom aan de hoofdsponsor die borg staat voor een jaarlijkse begroting van een half miljoen dollar.

De uitwedstrijd tegen Feyenoord kost de Litouwers ongeveer twintigduizend dollar, een bedrag dat voor een klein gedeelte wordt vergoed door de UEFA. Feyenoord betaalt geen cent, in tegenstelling tot drie jaar geleden toen het veel armere Partizan Tirana op bezoek kwam in Rotterdam. “Die hadden toen niet eens een valuta”, zegt Hans Hagelstein. Feyenoords manager algemene zaken herinnert zich de inzamelingsactie voor de Albanese club. Sommige spelers bleven achter in het Westen, anderen gingen schoorvoetend terug naar hun vaderland.

De Litouwse voetballers hebben het ogenschijnlijk veel beter voor elkaar. Moderne trainingspakken boven onvermijdelijke badslippers. Ze drentelen door het Rotterdamse hotel zoals de rijkste voetballers door hun hotel kunnen drentelen. Als toppunt van verveling. Een deel van de middag liggen ze op bed, met de afstandsbediening binnen handbereik. Pas wanneer de voetballers het Feyenoord-stadion betreden, komen ze tot leven. Ze stropen de mouwen op en rennen over de gloednieuwe grasmat. Als ze verliezen, zullen ze strijdend ten onder gaan.

Na de wedstrijd van vanavond vertrekt het voltallige gezelschap richting Zestienhoven, waar een chartervliegtuig klaar staat voor de terugreis. De bestuurder van de spelersbus kreeg toestemming om de inzittenden rechtstreeks naar het vliegtuig te rijden, maar op uitdrukkelijk verzoek van de voetballers passeren ze eerst de belastingvrije winkels op Zestienhoven. Op zoek naar nog meer sportschoenen, gouden horloges en speelgoedbeesten. Volgens de Duitse zakenman zijn alle spelers reeds in het bezit van een speelautomaat. “Dat is namelijk mijn handel.”