'Water op het autodek is grootste bedreiging voor de veerboten'

ROTTERDAM, 29 SEPT. Water op het autodek, ook al is het maar één centimeter, brengt de stabiliteit van veerboten in gevaar. Door het zogenoemde 'vrije vloeistof-effect' verandert het zwaartepunt op het dek, afhankelijk van de verplaatsing van het water. Wanneer het schip bijvoorbeeld afbuigt naar stuurboord, stroomt het water naar die kant. “Het is dan alsof je daar een groot gewicht neerzet”, zegt ir. J. Pinkster van de afdeling Ontwerpen en Exploitatie van Maritieme Objecten van de Technische Universiteit Delft. Wanneer de lading niet goed is vastgesjord, verschuift die ook naar de overhellende kant, waardoor het effect nog wordt versterkt. “Water is de grootste bedreiging. Zodra het dek nat is, is de veerboot minder stabiel.” De Britse veerboot Herald of Free Enterprise kapseisde als gevolg van dit vrije vloeistof-effect.

Water stroomt het autodek op als gevolg van lekkages, soms na aanvaringen op druk bevaren routes, of wanneer de boegdeuren niet goed zijn gesloten, zoals het geval was bij de Herald. Alle veerboten hebben een systeem om het water af te voeren. Dat gaat via pijpleidingen, die tegen grote verstoppingen worden beschermd door roosters. “Maar die roosters raken ook snel verstopt, door blikjes en ander vuil”, zegt Pinkster, “Dan werkt het dus niet meer”. Veerboten hebben geen pompinstallaties aan boord om het water weg te werken, zoals containerschepen. Om grote waterverplaaatsingen te voorkomen, zou het dek volgens Pinkster moeten worden verdeeld in subcompartimenten door het plaatsen van schotten.

Maar nog belangrijker is het om de bemanning voortdurend alert te houden. Een nonchalante houding van de bemanningsleden brengt de veiligheid op veerboten direct in gevaar. Pinkster: “Die denken vaak, 'ach, de vorige keer ging het goed, dat zal nu ook wel weer zo zijn. Laat maar zitten, dat vastsjorren'.” Vaststaande gegevens over de stabiliteit van veerboten zijn er niet, zegt Pinkster, “Dat hangt af van de vorm van het onder - en bovenwaterschip en de waterlijnoppervlakte.”

Zodra het schip gaat hellen, kan het water ook via ramen, ventilatie-openingen en open staande deuren naar binnen stromen. Pinkster: “Die deuren moeten gesloten zijn, maar dat is vaak niet zo.”

Motorstoring treedt op wanneer er water in de brandstoftank komt. Volgens Pinkster was dat de oorzaak van het ongeluk met de Liberiaanse olietanker Braer, ruim anderhalf jaar geleden, bij de Shetland-eilanden. “Dan kan het schip niet meer rechtuit varen, komt dwars op de golven te liggen, en wordt overgeleverd aan de willekeur van de golven. De stabilisatoren, dat zijn de anti-slinger-finnen, werken dan niet meer.”

Motorstoring kan ook worden veroorzaakt door technische mankementen. Maar de meeste veerboten beschikken over twee of zelfs vier motoren. Wanneer er één uitvalt, hebben de andere volgens Pinkster nog voldoende kracht om de boot op koers te houden, “Tenzij dat echt onmogelijk wordt gemaakt door de verschuiving van de lading. Maar de Estonia had vier motoren. Dan lijkt me dat toch erg onwaarschijnlijk.”

Na de ramp met de Herald of Free Enterprise in 1987 heeft de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties (IMO) de regels voor belading en stabiliteit van veerboten aangescherpt. Naar aanleiding van het ongeluk met de Britse veerboot werden in Nederland onderzoeken uitgevoerd naar onder meer de toepassing van de boordcomputer voor de berekening van de stabiliteit, de stabiliteit van een lek schip en de invloed van ondiep water op de richtingsstabiliteit.