Vrije toegang tot de isolatiekliniek

NEW DELHI, 29 SEPT. In een zaaltje van het Ziekenhuis voor Besmettelijke Ziekten in New Delhi liggen twee dozijn mannen uitgeput op hun bed. Ze horen tot de 47 patiënten in de hoofdstad van wie wordt gevreesd dat ze aan de uiterst besmettelijke longpest lijden, die eind vorige week in de Westindiase stad Surat de kop opstak. Van achttien mensen staat inmiddels vast dat ze inderdaad aan de pest lijden. Van tijd tot tijd arriveert er een ambulance met een nieuw verdacht geval.

Af en toe hoest een van de mannen rochelend in de richting van zijn zaalgenoten, van wie slechts sommigen een mondkapje dragen. De bacillen hoeven maar een klein sprongetje te maken naar een volgend slachtoffer. Wie de longpest nog niet onder de leden had, loopt hier in elk geval een gerede kans de gevreesde ziekte alsnog op te lopen.

“Dit is de isolatiekliniek”, verklaart een medewerker van het ziekenhuis tot niet geringe verbazing van een groepje journalisten. De deuren van het gebouwtje staan namelijk wagenwijd open en ook de rest van het vertrek staat aan alle kanten rechtstreeks in verbinding met de buitenlucht. Allerlei mensen, zowel medisch personeel als ongeuniformeerden, lopen in en uit. Voor de toegang tot de kliniek liggen oude medicijnflesjes op de grond en is kennelijk een vuurtje gestookt. Uit het struikgewas naast het gebouwtje duikt plotseling sierlijk een pauw op.

De zieken zelf zijn voor het grootste deel nog gekleed in hun gewone kleren, wellicht dezelfde plunje waarin ze uit Surat naar New Delhi zijn gereisd. Slechts drie patiënten komen uit New Delhi zelf en hebben de ziekte opgedaan via contacten met mensen uit Surat.

Tot dusverre heeft het ziekenhuis de stroom van vermeende pestpatiënten zonder problemen kunnen verwerken. “We hebben op het ogenblik een capaciteit van 150 plaatsen voor pestslachtoffers”, zegt een woordvoerder van het ziekenhuis. “Maar die zouden we zonder veel moeite kunnen opvoeren tot duizend.” Alle pestgevallen worden zo snel mogelijk naar dit hospitaal overgebracht.

Het ziekenhuis krijgt ook bezoek van kerngezonde Indiërs die om een verklaring komen vragen dat ze níet aan de pest lijden. “Ik moet naar Singapore”, zegt een forse sikh, die zich niet verwaardigt een mondkapje voor te doen tegen het gevaar van besmetting. “Zonder zo'n document kom ik daar het land niet binnen.” De artsen verwijzen hem echter naar andere ziekenhuizen waar zulk onderzoek ook verricht kan worden.

Op de grote stations van de Indiase hoofdstad zijn kliniekjes ingericht, waar artsen naarstig speuren naar nieuwe patiënten met de gevreesde symptomen van hoge koorts, bloed in het speeksel en pijn in de borst. Voortdurend galmen er oproepen door de stationshallen en over de perrons om toch vooral te rade te gaan bij de artsen indien men zich niet goed voelt.

“We hebben vandaag al zes mensen aangetroffen, die vermoedelijk aan de pest leden”, aldus Majendra Choube, die met een mondkapje op mensen onderzoekt op een perron van het station van New Delhi, waar veel treinen uit de richting van Gujarat aankomen. “Ze waren allemaal uit Gujarat afkomstig en het waren allemaal mannen.”

Veel mannen werkten als gastarbeider in Surat en besloten naar hun plaats van herkomst te vluchten toen de longpest toesloeg. In totaal verlieten zo ruim 300.000 mensen de stad, daarmee de kans op besmetting van mensen in andere delen van India sterk verhogend. Via de kliniekjes op de stations in de grote steden hopen de autoriteiten de zieken tijdig te onderscheppen voor ze hun dorpen bereiken en een nieuwe golf van de ziekte over het land slaat.