Toch een vrouwelijk geslachtsgen?

Een team van Italiaanse en Amerikaanse onderzoekers denkt een gen op het spoor te zijn dat de embryonale ontwikkeling van het ongeboren kind in een vrouwelijke richting duwt. Ze zeggen dat het dit effect heeft zelfs als er een normaal mannelijk Y-chromosoom aanwezig is. Er ontstaat dan een 'man' die alle geslachtelijke kenmerken van een vrouw heeft.

Het team onder leiding van dr. Giovanna Camerino van de Universiteit van Pavia heeft vier van dergelijke patiënten onderzocht. Ze zijn genotypisch man - wegens de XY-combinatie van de geslachtshormonen - maar toch als vrouw grootgebracht, omdat ze er grotendeels als vrouw uitzien. Onderzoek bij deze patiënten liet zien dat ze alle vier een verdubbeling hebben van een stukje genetisch materiaal op het X-chromosoom. De onderzoekers opperen dat zich daar een gen bevindt dat door zijn dubbele activiteit leidt tot een vrouwelijke ontwikkeling. Zij noemen het gepostuleerde gen het DSS, voor 'Dosage Sensitive Sex reversal'.

Deze onderzoeksresultaten, gepubliceerd in het augustusnummer van het tijdschrift Nature-Genetics, gooien de bestaande theorieën over de geslachtelijke differentiatie omver. Tot nu toe leek alles er namelijk op te wijzen dat ieder embryo met een intact Y-chromosoom uitgroeit tot een individu met mannelijke geslachtskenmerken. De oorzaak daarvan is, zo dacht men tot nu toe, dat op het Y-chromosoom het zogenoemde SRY-gen ligt, de Sex Determinating region Y.

De theorie over het SRY-gen hangt samen met het verschijnsel van de inactivatie van het X-chromosoom bij vrouwen. Dat werd in 1961 beschreven door de Britse genetica Mary Lyon. Van de twee X-chromosomen van vrouwen wordt er één geïnactiveerd. Het verschrompelt en is als een donker klompje, het lichaampje van Barr, in de kern van de cellen van vrouwen zichtbaar. Deze inactivatie zou ervoor zorgen dat de vrouw uiteindelijk dezelfde dosis X-chromosoom-genen bezit als de man, die slechts één X-chromosoom heeft. Bij mannen doet zich geen inactivatie van het X-chromosoom voor, wat tot de gedachte leidde dat op het Y-chromosoom een gen moest liggen dat in staat is de invloed van het X-chromosoom op de geslachtelijke differentiatie te overheersen. Met andere woorden: het SRY-gen is sterker dan de genen op het X-chromosoom en de aanwezigheid van een SRY-gen zou voldoende zijn om een pas bevruchte eicel tot een man te laten uitgroeien.

De nieuwe ontdekking lijkt er op te wijzen dat er wel degelijk genen voor vrouwelijkheid zijn, net zoals die er ook voor mannelijkheid zijn. Deze genen stuwen de van oorsprong indifferente foetale geslachtsorganen in de richting van ovaria of testes. Tussen de invloeden van de verschillende genen ontstaat een bepaalde balans en daarvan hangt het af of er zich een jongetje ontwikkelt, een meisje of iets daartussen in. Overigens is het SRY-gen in dit model nog steeds overheersend, dus zoveel is er ook niet veranderd!