Stem Patrick Bruel maakt zoetsappige teksten draaglijk

Concert: Patrick Bruel. Gehoord: 28/9 in Ahoy', Rotterdam.

Patrick Bruel wist dat hij gisteravond in Ahoy' niets te verliezen had. De 35-jarige Franse zanger heeft in Nederland een trouw publiek (voor negentig procent bestaand uit idolate meisjes en middelbare vrouwen) dat zijn chansons uit volle borst meezingt en dat met luid gegil en 'Patriiiick!'-geroep zorgt voor een sfeer die niet meer stuk kan.

Bruel, als altijd de charmant glimlachende krullebol, kon zijn publiek tevreden complimenteren. “You are incredible”, zei hij met zware Franse tongval, “You sing so well.” De zanger bekende dat hij zelf ook graag met anderen meezong, het liefst eigenlijk muziek van anderen zong. Halverwege het concert voegde Bruel de daad bij het woord. Met zijn gitaar nam hij op de vleugel plaats en speelde een medley van kampvuur-hits die van succes verzekerd waren (U2, The Beatles, Led Zeppelin).

Het meest in zijn element was Bruel tijdens het zingen van een nummer van Jacques Brel, de man die hem naar zijn zeggen 'aan het zingen had gebracht'. Bruel zong een minder bekend nummer van Brel, Fernand (over de dood van een vriend in een kil Parijs), en het moet gezegd worden dat hij dit subliem deed. Bruel zelf zong het nummer duidelijk geëmotioneerd, en vroeg zijn publiek vantevoren niet te klappen.

Tijdens het zingen van zijn eigen nummers balanceerde Bruel tussen aan de ene kant de stoere rocker en aan de andere kant de bevallige balladezanger. Zijn sterkte (de soepelheid) was tegelijkertijd zijn zwakte. Een duidelijke eigen stijl ontbrak. De liederen waren krachtig, mooi en melodieus, maar telkens dacht je: waar heb ik dit eerder gehoord?

Het enige echt karakteristieke aan Bruel was zijn stem, die licht gebroken was, warm maar niet helemaal zuiver. Het was deze stem die de al te zoetsappige teksten (Lâche toi, avec moi/nothing is wrong, la nuit s'ra longue) nog net draaglijk maakte. Hoe verder Bruel van zijn meest geliefde thema, de onvoorwaardelijke liefde, afdwaalde, hoe beter de stem tot zijn recht kwam. Zoals in het nummer Combien de murs', een lied over de vrijheid, waar zowel hoop als teleurstelling uitsprak: Combien de larmes, combien de masques, combien de hontes/Combien de murs se cachent derrière un mur qui tombe?

Maar het publiek bleef onder luid gejuich de liefdesverklaringen aan de Fransman ontlokken. Iedere keer dat Bruel de onvermijdelijke woorden je t'aime' sprak, steeg er een zelfde gejoel op als wanneer een Chippendale zich zou hebben ontkleed. Die woorden, dat was de romantiek waarvoor men was gekomen.