Socioloog raadt bonden voor ouderen aan zich te bundelen

NIJMEGEN, 29 SEPT. Ouderenbonden zijn hard toe aan vernieuwing. Hun invloed op het ouderenbeleid is “uitermate zwak” en te “verwaarlozen”. Tot deze conclusie komt de socioloog R.A.L. Richardson die vandaag is gepromoveerd aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. De bonden zouden meer met één gezicht naar buiten moeten treden, meent Richardson. De drie grootste bonden - de algemene ANBO, de katholieke KBO en de christelijke PCOB - zijn nog te veel brokstukken van oude socialistische en confessionele zuilen.

In zijn proefschrift 'Plaatselijke afdelingen van ouderenbonden in beweging' stelt Richardson dat de bonden zich moeten ontwikkelen tot “één grote groeiende sociale beweging van ouderen” in plaats van deelbewegingen op basis van levensbeschouwing. Volgens de promovendus moeten ouderen zelf “een discussie aanwakkeren” opdat een reële visie over ouderen van de grond komt. Richardson: “Vooroordelen moeten de wereld uit, maar ouderen moeten daarmee zelf beginnen. Ze moeten een eigen stijl van leven ontwikkelen die is toegesneden op de eigen leeftijdsgroep. Het is achterhaald om dit vanuit een bepaalde geloofsovertuiging of politieke voorkeur te doen.” Richardson raadt ouderen aan de “bloedgroepenkwestie” los te laten.

De zelfwerkzaamheid in het ontwikkelen van een eigen identiteit en een eigen plaats in de maatschappij moet aangeleerd worden. Richardson (1959) introduceert het “levensloop-leren” voor ouderen. “Educatie moet niet alleen gericht zijn op de persoonlijke expressie van ouderen maar veel meer op de ontwikkelingen in de moderne samenleving. Jongere ouderen, dat wil zeggen jonger dan 65 jaar, brengen een overlevering van de jaren zestig met zich mee - zij laten zich niet meer opzij zetten - en dat brengt vernieuwing met zich mee. Maar dat gaat nog te veel in verschillende organisaties langs elkaar heen.”

De ouderenbonden reageren verdeeld op de uitkomsten van het onderzoek. De ANBO is enthousiast. “Graag zelfs”, zegt woordvoerder J. Lakeman. Onder het motto 'samen sta je sterk' wijst hij op het voorbeeld van het Algemeen Ouderen Verbond, dat bij de verkiezingen tienduizenden stemmen kreeg van ouderen met verschillende levensbeschouwingen. “Een grote beweging van alle bonden bij elkaar leidt tot een betere beeldvorming van ouderen - want daar schort het nog steeds aan - en meer invloed op het beleid.”

De Unie KBO vindt één sociale beweging een mooi streven maar denkt dat zo'n beweging ook kan bestaan uit verschillende organisaties. Plaatsvervangend directeur F. Metz van de Unie pleit voor het behoud van de bonden omdat “een fusie van bonden mensen van elkaar zou kunnen vervreemden”. De sociaal-culturele component is voor ouderen volgens Metz juist van wezenlijk belang. “Laat de mensen kiezen voor een organisatie waar ze zich het meest thuis voelen. Dat kan een ouderenbond zijn, maar ook organisaties voor belangenbehartiging zoals de pensioenbonden. Al die delen zouden meer moeten samenwerken en dan kom je toch bij die brede sociale ouderenbeweging.”