Schwerin 1

In het voorjaar was ik een week in Schwerin. Schwerin? Het is de hoofdstad van een van de Bundesländer die vroeger, voor de Wende, Oost-Duitsland vormden. Het Bundesland Mecklenburg-Vorpommern ligt tegen de Oostzee aan. Fris, golvend land en zo leeg, zo leeg. Vanuit de trein terug naar Hamburg zag ik vijf maal herten: bruine beesten in het groen, verbaasd over de herrie.

Er waren acht andere Europese onderwijsmensen uit zeven landen: Vito, Helena, Deidre, Petra, Bernard, Isabelle, Laura, Dimitiros. Ach ja, Dimitrios, een heer met krijgssnor en ogen door de natuur voorzien van mascara. Zelden nam hij het woord, duim en wijsvinger van de rechterhand tegen elkaar en de pink omhoog. Men luisterde. In Griekenland was hij een soort minister van onderwijs op een eiland met enkele tientallen scholen. “Was soll ich machen, Rob?”, vroeg hij. “Moet ik me weer verkiesbaar stellen, solliciteren naar een directiebaan of gewoon les gaan geven?”

En Petra dan? Petra uit Bilbao sprak geen woord Engels en slechts enkele woorden Duits. Zachtjes, om anderen niet te storen, zong ze voor ons aan tafel een Baskisch lied. Deirdre had voor iedereen een klein flesje Mead en een grotere fles whiskey, die op moest. En Helena folders van Portugal, en Dimitries snoepjes die dagen later nog aan je tanden kleefden, en Vito....

Vito is gedistingeerd. Zijn pak heeft een pasvorm, onbekend in de lage landen. Hij gaf iedereen het jaarboek '91 van het Italiaanse ministerie van onderwijs. “Wat moeten we daarmee, Vito, we kunnen toch geen Italiaans lezen?” Vito glimlachte vriendelijk. En de volgende dag kwam hij beneden met jaargang '92. “Maar Vito, dat is toch onzin!” Vito keek guitig, en kwam nog een dag later met jaargang '93, “Forza Italia, Vito!”

Ach, we hebben veel plezier gehad en gepraat, gepraat, gepraat in zeven talen. Doris raakte zo verdiept in haar tolkenrol dat ze Duits in Duits übersetzte. Op de achtergrond lag treurig de voormalige DDR. We waren er om scholing en bijscholing van leraren in dit land te bestuderen. Maar bij de eerste presentatie al drong zich een ander thema naar voren: het trauma van de hereniging, een trauma ook voor het onderwijs.

In één klap werd vier jaar geleden het Oostduitse onderwijssysteem gekenmerkt onder andere door de middenscholen, vervangen door het Westduitse, een systeem dat lijkt op het onze. Leraren Russisch, duizenden, raakten zonder werk. Op belangrijke posten kwamen 'Wessies'. Veel Oostduitsers lijden sindsdien aan 'die Entwertung der Biographien', zoals een vrouwelijke hoogleraar het formuleerde. Een leven lang toegewijde arbeid verviel in één klap tot te betreuren loyaliteit aan de verkeerde zaak.

Mevrouw Goltermann was voor de Wende een lerares, heimelijk in verzet tegen het regime. Rustig en weloverwogen praat ze over haar werk nu als inspecteur. Maar ze kijkt alsof ze ieder moment in huilen kan uitbarsten. Eén op de zes leraren heeft ze moeten ontslaan, 400 in totaal. Ze is diep teleurgesteld in haar werk: crisisbeheersing in plaats van opbouw. Ze lijdt onder het verlies aan de warme gevoelens van lotsverbondenheid van voor de Wende.

“Het onderwijs in Oostduitsland stond toch op een hoog peil?”, vroegen we aan iedereen. De antwoorden waren vaag ontkennend. “Het is niet mogelijk het goede van beide systemen (van DDR en het Westen) te behouden”, zei Doris. En dus is het goede van de oude DDR, ook in het onderwijs, weg. Dat vinden de Oostduitsers erg. Nog erger is dat ze dat niet erg mogen vinden.