Routinecontrole van baarmoederhals bij zwangere is onnodig

In Nederland, Denemarken, Ierland en Groot-Brittannië ondergaan zwangere vrouwen alleen intern onderzoek van de baarmoederhals als de arts vermoedt dat er iets fout is. Bijvoorbeeld bij een vermoeden van te vroege ontsluiting. In de naburige landen België, Frankrijk, Duitsland en Italië wordt de zwangere vrouw bij iedere controle ook van binnen bekeken, met de bedoeling om tijdig maatregelen te kunnen nemen als een te vroege bevalling dreigt. Het gevolg is dat tijdens een zwangerschap een Belgische vrouw gemiddeld zesmaal een vaginaal touché ondergaat en een Nederlandse vrouw eenmaal. Wat is beter?

Dat is onderzocht met subsidie van de Europese Unie. De uitkomst is dat cervixscreening tijdens zwangerschap het aantal vroeggeboorten niet beïnvloedt (The Lancet, 24 sept). In totaal werden 5440 vrouwen in zeven Europese landen tijdens hun zwangerschap gevolgd. Onafhankelijk van de routine in een land is de helft van hen bij iedere controle ook intern onderzocht en de andere helft alleen als de arts het nodig oordeelde.

In de groep die gemiddeld zesmaal intern werd onderzocht werd 6,7% van de baby's voor de 37ste week geboren, in de controlegroep die gemiddeld eenmaal intern werd onderzocht was dat 6,4%. In de gescreende groep kwamen minder (6,6%) baby's met een laag geboortegewicht (minder dan 2500 gram) ter wereld dan in de controlegroep (7,7%). De vliezen braken vaker te vroeg in de intensief gescreende groep (27,1%) dan in de controlegroep (26,5%). Maar alle verschillen zijn statistisch zonder betekenis: ze kunnen net zo goed door het toeval zijn bepaald. De opzet van het onderzoek was zo dat een 30% reductie van het aantal vroeggeboorten statistisch significant zou zijn.

In de groep regelmatig gecontroleerde vrouwen was er een trend die op meer maatregelen in reactie op een geconstateerde vroege ontsluiting wees. De gescreende zwangeren kregen iets vaker bedrust voorgeschreven, werden iets vaker in het ziekenhuis opgenomen, gingen iets langer met ziekteverlof, kregen vaker een weeënremmend middel voorgeschreven, werden iets vaker met ultrageluid onderzocht en bevielen vaker met een keizersnede. Maar ook hier kan alles toeval zijn.

Kijken of voelen van de baarmoederhals voldoet niet om de kans op vroeggeboorte vast te stellen, concluderen de onderzoekers, of de maatregelen die worden genomen helpen niet.