Pensioen-chaos Italië ontkomt niet langer aan harde ingreep

ROME, 29 SEPT. Sommige Italiaanse vrouwen zijn op hun 33ste al met pensioen gegaan. Andere pensioentrekkers hebben maar een paar jaar premie betaald. En onder degenen die een invaliditeitspensioen krijgen wemelt het van oplichters, zoals blinden' die auto rijden of op jacht gaan.

Dit zijn een paar van de uitwassen die premier Silvio Berlusconi wil bestrijden met zijn ingreep in de pensioensector, waartoe in Italië ook een aantal sociale uitkeringen worden gerekend. Een echte hervorming is het niet. Berlusconi heeft geen gehoor gegeven aan de oproep van de vakbonden om oudedagsvoorziening en sociale zekerheid uit elkaar te halen. Maar de bezuinigingen op de pensioenen in de begroting voor 1995, gisteren bekendgemaakt, zijn een poging om enige lijn te brengen in een van de meest gecompliceerde pensioenstelsels van Europa en tegelijkertijd te voorkomen dat de pensioenkassen helemaal leeg raken.

“Met dit systeem halen we het jaar 2000 niet,” had minister van schatkist Lamberto Dini gewaarschuwd. In Italië geldt het omslagstelsel: de pensioenen van nu worden betaald uit de premies van nu. Maar de staat moest steeds meer bijpassen. Tegenover de geschatte uitkeringen van dit jaar van 250 biljoen lire, ongeveer 280 miljard gulden, staan inkomsten van 179 biljoen. Het tekort van zeventig biljoen lire is bijna de helft van het begrotingstekort.

Een van de maatregelen is scherpere controle op de invaliditeitspensioenen. In het oude bestel hebben christen-democraten en socialisten jarenlang deze pensioenen gebruikt om stemmen te kopen, vooral in het zuiden, maar ook in een streek als Umbrië. Een recente steekproef onder ruim zestienduizend mensen heeft uitgewezen dat 18,5 procent ten onrechte als invalide te boek stond. Ongeveer drieduizend inivaliditeitspensioenen zijn al ingetrokken.

Dergelijke controles vormen een belangrijk signaal, maar verlichten de financiële problemen weinig. Belangrijker zijn de maatregelen in de nieuwe begroting. Berlusconi omschrijft ze als een “hard maar rechtvaardig” medicijn tegen het begrotingstekort, maar de vakbonden zijn woedend. In fabrieken in Turijn, Genua, Milaan en Napels zijn gisteren uit protest wilde stakingen uitgebroken. “Dit is een onrechtvaardige begroting die de zwaksten het hardst zal treffen,” zei Sergio D'Antoni, leider van de vakbond CISL.

Een van de meest omstreden voorstellen van het kabinet is het moment waarop iemand recht heeft op een pensioen. Daarin bestaan nu grote verschillen tussen de particuliere en de publieke sector. Wie bij de overheid werkt, kan meestal na twintig jaar werken al vervroegd met pensioen gaan. Een vrouw met kinderen heeft na soms al na vijftien jaar recht op een pensioen. In de particuliere sector is die grens 35 jaar.

Het kabinet had die grens willen leggen bij veertig, maar de vakbonden vinden dat aan die 35 jaar niet mag worden getornd. Het kabinet stelt nu 35 jaar betalen als algemene regel voor. Wie vervroegd met pensioen gaat, wordt gekort: drie procent voor iedere jaar dat hij eerder ophoudt dan de norm.

Om die plannen vóór te zijn, is de afgelopen maanden een run ontstaan op de vervroegde pensioenen. Dit jaar waren er gemiddeld 42.000 aanvragen hiervoor per maand, tegen 23.500 vorig jaar. Veel mensen vrezen dat dit hun laatste kans is.

Minister van arbeid Mastella zei dat deze stijging een inhaaleffect is na de bevriezing van de aanvragen waartoe het kabinet-Amato eind 1992 heeft besloten, maar om een stormloop op de pensioenen te voorkomen wil het kabinet alle aanvragen bevriezen tot 1 februari volgend jaar.

Het kabinet wil ook de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd met vijf jaar versneld doorvoeren. Premier Amato had gekozen voor één jaar inhalen per twee jaar, zodat vanaf 2002 mannen 65 jaar moesten zijn om pensioen te mogen gaan en vrouwen 60 jaar. Berlusconi wil één jaar inhalen per achttien maanden, zodat de nieuwe grenzen in het jaar 2000 gelden. Bovendien gelden deze leeftijdsgrenzen in principe voor iedereen.

Berlusconi wil ook de basis voor de pensioenen veranderen. Nu gelden er per beroepsgroep verschillende regels. Opzet is tot 1996 voor ieder jaar werken de basis uniform op twee procent te zetten. Iemand die onder deze regels 35 jaar heeft gewerkt, krijgt dan een uitkering van zeventig procent van zijn laatst-genoten loon. Vanaf 1996 zou dit percentage per jaar moeten dalen naar 1,75 procent. In andere Europese landen zijn deze percentages lager. Het gemiddelde in Franrijk is 1 à 1,3 procent, in Duitsland 1,5 procent.

Andere ingrepen betreffen de indexering van de pensioenen aan de geplande inflatie en een betere controle op de accumulatie van pensioenen. Zo moeten de uitgaven voor pensioenen met 7,6 biljoen lire dalen. Daarnaast staat een soort amnestie voor de accumulatie, met de mogelijkheid zwaardere sancties af te kopen, voor 1,5 biljoen lire op de begroting. De totale ingreep in de pensioensector komt hiermee op ruim negen biljoen lire, ongeveer tien miljard gulden.

De voorstellen van het kabinet zijn geprezen en verguisd. Het financiële dagblad Il Sole 24 Ore wijst er vanmorgen op dat voor het eerst een kabinet zo structureel snijdt in de uitgaven. Bovendien zijn de voorstellen een aanzet tot ordening in de jungle van de Italiaanse pensioensector, die vrijwel volledig via de staat loopt - particuliere pensioenfondsen zijn er vrijwel niet. Veel ongelijkheid blijft nog bestaan. Niet iedereen betaalt hetzelfde premiepercentage, de einduitkeringen lopen sterk uiteen, en een relatie tussen betaalde premie en uitgekeerd pensioen ontbreekt meestal. De verschillende beroepsgroepen hebben bovendien allemaal eigen privileges.

De linkse oppositie en de bonden vinden de plannen onaanvaardbaar. Zij zeggen dat het kabinet tornt aan verworven rechten en in de begroting de pijn niet eerlijk verdeelt. “Dit is een sociaal bloedbad,” zei Massimo D'Alema, leider van de ex-communistische Democratische Partij van Links.

Hoofdverwijt is dat de pensioentrekkers moeten betalen terwijl niets gebeurt tegen de enorme ontduiking van belastingen en premies. Volgens D'Alema zou er geen begrotingstekort meer zijn als iedereen belasting betaalde. In Italië “wordt voor 150 biljoen lire aan belasting ontdoken en voor dertig biljoen aan premies,” zei hij.

Een andere doorn in het oog is het pardon op illegaal bouwen. Door betaling van een boete kunnen veel overtreders hun huis of gebouwencomplex legaliseren. Woedend roept links dat dit een premie is op wetsontduiking.

Berlusconi lijkt de confrontatie niet te vrezen. Hij gaat er kennelijk van uit dat de Italianen, voor de keuze gesteld tussen lagere pensioenen in de toekomst en meer belastingen nu, voor het eerste kiezen. Bovendien hoopt hij dat de financiële markten hun waardering voor de ingreep laten blijken met een koersstijging voor de lire. Hierdoor kan de rente dalen en krijgt het bedrijfsleven meer lucht. En Berlusconi weet dat weinig zo goed is voor de populariteit van een kabinet als economische groei.