Oranje als verborgen verleider

Of het nu gewonde kinderen zijn, fiere boeren of breedlachende arbeiders die in Duitsland werken: de tentoonstelling van propaganda-affiches in het gemeentemuseum van Helmond geeft een indringend beeld van de boodschappen waarmee de Nederlander in oorlogstijd voortdurend werd bestookt.

In dagen van papiernood. Affiches in Nederland 1940 - 1945. T/m 4 dec. Meyhuis, Gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1, Helmond. Di t/m vr 10-17u, za en zo 14-17u. Inl 04920-47475.

In de Tweede Wereldoorlog verstonden Duitse propagandamakers de kunst zelfs een onschuldige groente als kool te gebruiken voor oorlogsdoeleinden. Zo is er een fleurig affiche waarop een huisvrouw staat die naar haar idyllische groentetuin kijkt. Enorme kolen liggen op het aanrecht. De boodschap: teel voedingsgewassen in eigen tuin om het oorlogsmenu aan te vullen.

Het is een van de platen op de expositie In dagen van papiernood. Affiches in Nederland 1940-1945. Het gemeentemuseum van Helmond toont zo'n vijftig aanplakbiljetten die het Nederlandse straatbeeld in de Tweede Wereldoorlog beheersten. Archieven en verzamelaars hebben duizenden posters bewaard.

De authentieke affiches geven een beeld van vier belangrijke thema's uit de propagandamachine: werving voor nationaal-socialistische organisaties als de Jeugdstorm en de liefdadigheidsinstelling de Winterhulp, praktische voorlichtingscampagnes, gruwelpropaganda tegen de geallieerden en politieke propaganda tegen het 'bolsjewisme' en het jodendom. Om het overzicht compleet te maken zijn ook bevrijdingsaffiches van de geallieerden opgenomen. De tentoonstelling geeft summiere achtergrondinformatie, maar de posters spreken, vijftig jaar na dato, nog steeds voor zich.

Afwezig zijn nazistische symbolen als hakenkruizen. Partijpropaganda van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) ontbreekt ook. De samenstelster van de tentoonstelling, Margot Jongedijk, heeft dit met opzet gedaan om clichés te vermijden en koos voor visueel aantrekkelijke posters met verdekte nazistische boodschappen.

Een ernstiger lacune is de afwezigheid van propaganda die Nederlandse historische gebeurtenissen gebruikt. Geschiedenis is één van de belangrijkste wapens in oorlogspropaganda. De Duitsers hebben bijvoorbeeld Hollandse zeehelden als Michiel de Ruyter op affiches afgebeeld, maar hiervan zijn dus geen voorbeelden te zien.

Interessant op de expositie is het gebruik van Hollandse symbolen om steun te mobiliseren voor de Winterhulp. Bij de bloemencollecte van mei 1941 moeten de driekleur, oranje en tulpen de wijdverbreide opvatting bestrijden dat het ingezamelde geld naar Duitsland ging en niet werd gebruikt om Hollandse armen de winter door te helpen.

Een oranje tulp op dit affiche duidt volgens de begeleidende tekst op verzet van de Nederlandse ontwerper, Jan Lavies. Deze interpretatie volgt de mythes over het verzet, ontstaan uit de vele geruchten van de bezettingstijd. Destijds werd het afdrukken van een nieuwsfoto van matrozen in De Telegraaf al als verzetsdaad gezien omdat het twee vermomde Hollandse prinsessen zouden zijn.

Hollandse symboliek was geen bedekte uitdrukking van verzet, maar moest herkenning van en identificatie met de boodschap bevorderen. Oranje komt op meer posters voor, zoals op die van een Jeugdstormer, die een vlag in die kleur draagt. Maar zijn gezicht heeft arische trekken ter verheerlijking van zijn 'raszuiverheid'.

Het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten controleerde de ontwerpers, allen aangesloten bij de Kultuurkamer. Nieuwe campagnes werden zorgvuldig bekeken omdat propaganda als oppermachtig middel voor beïnvloeding van de massa werd beschouwd. Als het ontwerp maar een suggestie van een dubbele bodem wekte werd het afgekeurd.

Niet alle affiches zijn in Nederland gemaakt. Ook Duitse ontwerpen met een in het Nederlands vertaalde tekst werden opgehangen. De Hollandse ontwerpen hebben een Nederlandse sfeer van trapgevels en boerderijen, maar de ideologische boodschappen zijn uit het Derde Rijk afkomstig. Boeren die van grasland akkers moesten maken, werden met symbolen als vette Hollandse klei, Friese ploegpaarden en gouden korenaren tot het sentiment van Blut und Boden opgeroepen. Antisemitisme komt veel voor maar is nooit het hoofdthema.

De botste vorm is die van de gruwelpropaganda, waar kinderen gewond, hongerig, of doodsbang worden afgebeeld om de toeschouwer te overtuigen van de onmenselijkheid van de geallieerde 'vijand'. Een affiche uit 1943 van een jongetje dat zijn in een bombardement omgekomen moeder vraagt of dit het geallieerde Tweede Front is, shockeert nu nog. Op een andere poster staat een kind met een bloedende hoofdwond, getekend in kikkerperspectief, wat suggereert dat de toeschouwer tussen de slachtoffers van het bombardement op de grond ligt.

Vooral voorlichtingsposters brengen de oorlog dichtbij. Een leven waar schaarste de boventoon voert. Een wervingscampagne van de SS uit 1943 speelt daar slim op en belooft aspirant-leden “iedere dag een maaltijd om van te watertanden”. Op een plaat uit 1945 van Engelse makelij graait een arm van een skelet naar het bord van een blond jochie. Posters van de geallieerden tegen de zwarte markt. Gruwelpropaganda is van alle partijen.