Onderwijspolitiek herneemt macht

ROTTERDAM, 29 SEPT. Een maand na het aantreden van het nieuwe kabinet trekt het stof rond de 'paarse' plannen met het hoger onderwijs langzaam op. In het regeerakkoord kondigde het kabinet aan te streven naar een tweedeling in driejarige bachelors-opleidingen met voor de besten een tweejarige masters-opleiding als vervolg. Maar dat voornemen is alweer van de baan, liet het ministerie van onderwijs gisteren desgevraagd weten. “Alles is nog open.”

Na de bom van het 'bachelor-plan' is het in de politiek onheilspellend lang stil gebleven. Vlak voor zijn aantreden leek de huidige staatssecretaris voor hoger onderwijs A. Nuis (D66) er nog groot voorstander van. Dat kwam hem te staan op een felle aanval in de Volkskrant van hoogleraar Nederlands en criticus Kees Fens, die het plan neersabelde als de bezegeling van de afbraak van de universiteit. Bij wijze van verweer benadrukte Nuis toen al de noodzaak van meer variatie in de opleidingen - en het bachelor-stelsel was daarvoor slechts één van mogelijkheden. Inmiddels wordt het plan ook in het D66-kring ronduit getypeerd als “schijnprecisie”.

Wat is er gebeurd? Het kortstondig opduiken van een 'Angelsaksische structuur' voor het Nederlands hoger onderwijs lijkt vooral het gevolg van de gang van zaken in een formatie. Het sluiten van een regeerakkoord is een van de weinige momenten in de Nederlandse politiek dat de politieke top direct invloed kan uitoefenen op specialistische deelterreinen. Voor onderwijs betekent het dat doorgaans subtiele en complexe discussies in de ruwe handen komen van onderhandelaars die meer generalist dan specialist zijn.

Zo ging het ook dit keer. Oud-VVD-Kamerlid en onderwijsspecialist J. Franssen, die onlangs burgemeester van Zwolle werd, zegt in een recent interview met het ABOP-ledenblad Het Schoolblad dat PvdA-fractievoorzitter Wallage pas in het laatste stadium van de 'paarse' onderhandelingen - en sterk gesteund door het nieuwe PvdA-Kamerlid prof. R. van de Ploeg - met het bachelor-stelsel op de proppen kwam. Het moest 500 miljoen gulden aan bezuinigingen opleveren. De specialisten hadden het nakijken, aldus Franssen. Universiteiten en hogescholen restten niets anders dan angst en walging. Wallage is weliswaar oud-onderwijsspecialist, maar volgens hen toch vooral wat het basis- en voortgezet onderwijs aangaat, zoals ook blijkt uit de verdeling van de bezuinigingen: basis- en voortgezet onderwijs worden ontzien.

Aanvankelijk zag alles er heel anders uit. Franssen zegt dat hij met zijn counterparts Netelenbos (PvdA) en Nuis (D66) - inmiddels beiden staatssecretaris van onderwijs - al in een vroeg stadium van de formatieonderhandelingen verregaande overeenstemming had bereikt over een volkomen ander plan met het hoger onderwijs. Dat plan was aanzienlijk ingewikkelder dan het simpele bachelors-schema, maar sloot wel beter aan bij de veranderingen waar de universiteiten en hogescholen zelf al mee bezig waren. Universiteiten en hogescholen zouden een vast bedrag krijgen om een vast aantal studenten op te leiden, spraken de onderwijsspecialisten af. Hoe deze studenten zouden worden geselecteerd en hoe lang hun opleiding zou duren, werd een zaak van de instellingen, aldus het plan. Ook de studiefinanciering zou gedeeltelijk worden overgeheveld naar hogescholen en universiteiten. Deze veranderingen zouden 165 miljoen gulden aan bezuinigingen opleveren, maar de organisatie van universiteiten en hogescholen gingen er informeel toch mee akkoord, omdat hun autonomie aanzienlijk zou worden vergroot.

Het ging niet door. Maar een maand later staan de onderwijsspecialisten weer aan het roer - en kan alles weer worden bijgesteld en omgebogen. In de onderwijsbegroting die vorige week werd gepresenteerd, is niet alleen de bezuiniging van 500 miljoen weggemoffeld naar een studiegroep, ook de Angelsaksische bachelors-structuur uit het regeerakkoord is er nauwelijks meer in terug te vinden. “Er kan niet eenvoudig worden volstaan met het overnemen van elders gevonden oplossingen”, vermeldt de memorie van toelichting subtiel. De bewindslieden streven nu naar een stelsel met langere en kortere opleidingen die 'naast' elkaar zullen bestaan - in de bachelors-structuur zijn de langere en kortere opleidingen juist verweven.

Toch heeft de opschudding over het regeerakkoord wel effect gesorteerd. De universiteiten dringen al jaren aan op een grotere vrijheid om te kunnen variëren met de studieduur. Het knellende keurslijf van de vierjarige studieduur bevalt eigenlijk niemand - vraag was alleen hoe zich ervan te bevrijden. “De discussie is sinds augustus in een stroomversnelling geraakt”, zegt een direct betrokkene op het ministerie. “Er zijn nu veel oplossingen mogelijk.”

Uit de opmerking van PvdA-minister Ritzen (onderwijs) dinsdag in de Eerste Kamer dat 'selectie aan de poort' mogelijk moet kunnen zijn in het hoger onderwijs, blijkt dat aloude taboes aan PvdA-zijde zijn doorbroken. 'Selectie aan de poort' gaat in tegen het gelijkheidsdenken dat sinds de jaren zeventig de hoger-onderwijspolitiek heeft beheerst, zeker in PvdA- en CDA-kring. De idealen van de coalitiepartners D66 (dat meer verschillen in lengte en zwaarte tussen opleidingen wil aanbrengen) en VVD (die meer aandacht wil voor toptalent) zullen dankzij de paarse coalitie meer in het beleid doorklinken dan voorheen.