Nijenrode is niet ieders ideaal

De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft het in diverse columns van E.J. Bomhoff flink moeten ontgelden. Hoe anders vergaat het zijn nieuwe werkgever Nijenrode in zijn column van 12 september. Bomhoff toont zich aanhanger van de vrije markt, roemt Nijenrode als commercieel onderwijsinstituut en vindt alle rijksgesubsidieerde universiteiten een zooitje. De wettelijk verordonneerde collectieve verantwoordelijkheid zit hem dwars, want dit behoedt wetenschappers voor 'afrekening' door de decaan op hun inzet en ijver. Nijenrode - Bomhoff noemt dit instituut ongesubsidieerd, doch via belastingaftrek (vraag 18f A-biljet/15f E-biljet; zie toelichting Elseviers Belastinggids 1994, p. 315) is het wel degelijk gesubsidieerd - zou het beter doen, want met iedere docent wordt individueel een takenpakket afgesproken en een ieder legt individueel verantwoording af. Kennelijk is het Nijenrode als eerste gelukt een objectieve, universele standaard voor goed onderwijs en onderzoek te ontwikkelen.

Is particulier 'ongesubsidieerd' onderwijs met individuele 'afrekening' echt beter? In de VS zijn maar een paar universiteiten waar we wat van horen; de Nederlandse wetenschapper blijkt internationaal gezien veel te schrijven, terwijl de VS ergens onderaan bungelt. En wanneer functioneert een medewerker volgens Bomhoff naar behoren? Is dat wanneer hij braaf ja en amen zegt tegen de decaan en de professor niet tegenspreekt en ontzag toont voor gepromoveerden? Gaat het om het tentamengericht opleiden van studenten, ofwel het stampen van leerstof? Bomhoffs decaan zal immers met de tentamenresultaten zwaaien. En houdt 'goed onderzoek' in het scoren van pagina's in tijdschriften?

Het individueel 'afrekenen' waar Bomhoff op doelt impliceert in dit verband hiërarchie, dat wil zeggen, machtsuitoefening van een meerdere naar een ondergeschikte. De meerdere kan de ondergeschikte met baanverlies bedreigen en ('afrekenen'). De ondergeschikte zal zich - tenzij hij elders een beter aanbod heeft - conformeren. Dit werkt uiteindelijk verlammend in een instituut dat bedoeld is om mensen mondig te maken. Als docent kies je liever voor veiligheid, waarin resultaat telt. Moeilijke discussies en controversiële onderwerpen zijn taboe, want als er teveel klanten (studenten of hun geldschieters) gaan klagen, word je als docent daarop afgerekend. Titel en positie binnen de onderwijsonderneming bepalen verder de macht en de bevoegdheid tot het leveren van kritiek. Onderwijs heeft discussie echter broodnodig, niet alleen op school, maar zeker ook in de wetenschap, omdat een open discussie een van de meest essentiële elementen voor wetenschap is. Een machtswoord is de grootste vijand van de wetenschap.

Een ander punt: Garandeert de door Bomhoff voorgestane vrije markt altijd vrije toegankelijkheid tot elk produkt? Bezien we het produkt gezondheidszorg dan laat de vrije markt in de Verenigde Staten zien dat miljoenen nauwelijks of geen toegang hebben. Garandeert de vrije markt altijd efficiency? De gezondheidszorg in de VS is veel duurder dan in ons land, immers artsen moeten wel produktie draaien om hun dure collegegelden terug te verdienen. Geeft de vrije markt de beste levenskansen voor kinderen? De kindersterfte in de VS laat zich volgens prof. Galjaard (lezing Erasmusuniversiteit, 9 maart 1994) vergelijken met die van een gemiddeld Afrikaans land, terwijl Nedeland zowat het laagste cijfer ter wereld heeft.

Is een universiteit die zichzelf geheel moet bedruipen toegankelijk? Een medicijnenstudent zal na afloop van vier jaar studie à een ton per jaar vier ton met rente moeten terugbetalen. Hebben mensen die opzien tegen zulke schulden nog wel toegang, hebben mensen die later niet of niet alleen maar veel geld willen verdienen nog toegang? En hebben ouderen nog wel toegang?

Bomhoff verwaarloost in zijn denken onder meer de publieke taak van de universiteit. Het is niet slechts een opleidingsinstituut, het is ook een, misschien wel dè verzamelplaats van kennis, waar iedereen die dat wenst toegang tot behoort te hebben. Een universiteit dient geen bedrijfsgeheimen te hebben en forse drempels te kennen, maar heeft de publieke taak op zoek te gaan en de verworven kennis te verspreiden, toegankelijk te maken en te verbreden.

Komt commercie het aanbod van onderwijs en het doen van breed georiënteerd onderzoek ten goede? De interesse voor studies met minder vooruitzichten op het moment van studeren zal gering zijn, want je moet later veel verdienen om nog een beetje te kunnen leven. Anderzijds doet het onderwijsinstituut er beter aan om commercieel oninteressante studies buiten de deur te houden en te ongewisse onderzoeken te vermijden. Dus geen astronomie, geen talen, geen cultuurwetenschap, wel bedrijfseconomie en rechten.

Vincent Icke, bijzonder hoogleraar kosmologie, schrijft in Bovenaan de kennisladder heb je niets aan de praktijk (NRC Handelsblad, 23 juni) dat 'geleerden van natura extremisten zijn die geenszins op de praktijk zijn gericht . . .' Bomhoff kan daar kennelijk niet tegen. Het is echter de essentie achter die collectieve verantwoordelijkheid, die ruimte om inderdaad naar extremen te reiken. Soms zal dit ontzettend irritant zijn en overbodig schijnen. De ruimtevaart werd bijvoorbeeld ook ooit als geldverslindend en overbodig gezien, maar heden is de kennis daarvan onmisbaar voor de praktijk en ons welzijn. Een NASA op zuiver commerciële basis had ons nooit de toegang tot die kennis geboden, want commercieel gezien waren sommige risico's veel te groot gezien de te grote mate van onzekerheid. Dit is overigens geen vrijbrief om dan maar geld over de balk te smijten. De gulden weg ligt vaak in het midden: de universiteit let op de kleintjes, maar heeft garanties voor vrijdenken en discussie van hoog tot laag, van gepromoveerde professor tot eerstejaarsstudent.

Bomhoff bevond zich als hoogleraar bij de rijksuniversiteit in een tamelijk autonome positie, we konden daardoor kennisnemen van een visie op de gang van zaken. Nu is hij gewoon werknemer, ondergeschikte van onderneming Nijenrode. Ik wacht met belangstelling de eerste kritische stukjes over Nijenrode af, want niemand is volmaakt. Ik ben benieuwd of hij dan ook de openheid betracht, die hij eerder over zijn werkgever en zijn collegae van de Erasmus Universiteit heeft betracht. Ik wacht trouwens ook in spanning af wanneer Nijenrode een echte universiteit wordt, bijvoorbeeld eens een studie Chinese taal en cultuur start, want China is straks onze belangrijkste handelspartner. Maar eigenlijk denk ik dat we voor Chinees naar de gesubsidieerde universiteit van Leiden zullen moeten blijven gaan, evenals voor astronomie, en dat de discussie over ethiek meer uit Rotterdamse en andere gesubsidieerde kringen zal komen dan uit Nijenrode, terwijl technisch vernuft inzake milieuproblematiek vooral van universiteiten als Wageningen en Delft zal blijven komen.

Ten slotte, en ik richt mij nu ook tot regering en parlement, onderwijs is een grondrecht (art. 23, lid 1 Grondwet). Een grondrecht houdt meer in dan dat je toegang hebt dankzij een (toekomstige) zak met geld. Dat grondrecht geldt van kleuterklas tot universiteit.