'Matla-dames' leggen hun schaar neer

Het 'Haagsch Persbureau Matla' houdt op te bestaan. Daarmee lijkt een einde te komen aan het omvangrijke knipselarchief en de maandelijkse Matla-agenda.

DEN HAAG, 29 SEPT. “Wij sluiten niet uit financiële overwegingen; het is de leeftijd die de doorslag geeft”, verklaart mevrouw Kortekaas. Het Haagsch Persbureau Matla, gevestigd in een pand aan de Riouwstraat in Den Haag, sluit per 1 januari 1995 zijn deuren. Dan leggen de 'Matla-dames' G. Huberts (76) en W. Kortekaas (63), die al meer dan veertig jaar aan het hoofd staan van het instituut, hun schaar definitief neer. Het is volgens de dames tijd dat anderen zich zetten aan het knippen van kranten en het keurig opbergen van knipsels in enveloppen. Hiermee lijkt een einde te komen aan het omvangrijke knipselarchief van het instituut, dat jarenlang gold als het journalistiek geheugen van Nederland.

Het opvragen van een datum of een naam bij de Matla-dames zal er begin volgend jaar niet meer bij zijn. Ook de Matla-agenda, die maandelijks verschijnt, zal niet meer worden verstuurd. Die bevatte berichten in de trant van: “29 september is het 325 jaar geleden dat de Nederlandse zeeheld Jan van Amstel na een roemruchte carrière te Schijndel overleed, waar zijn stoffelijk overschot in de Sint Servatiuskerk ligt begraven en waar in 1897 een monument te zijner nagedachtenis werd onthuld.”

De dames schepten er genoegen in zoveel mogelijk informatie in één zin samen te voegen. Sterker nog: het werd het handelsmerk van Matla. De maandelijkse agenda bevatte behalve allerlei wetenswaardigheden uit het verleden ook aankondigingen van evenementen en jubilea. Zodoende was het instituut niet alleen een uitkomst voor journalisten wanneer het archief van hun eigen kranten het liet afweten, ook bedrijven en instellingen maakten in toenemende mate gebruik van het geheugen van de Matla-dames.

Het persbureau werd 1 februari 1927 opgericht door de Haagse journalist Jean Hubert Matla (1902-1968), omdat - zo wil de overlevering - zijn geheugen hem in de steek liet: hij was de verjaardag van de toenmalig burgemeester Patijn vergeten. Hij legde de basis voor het knipselarchief over de meest uiteenlopende onderwerpen. Grote en kleine gebeurtenissen, beroemde en minder bekende personen op het gebied van wetenschap, kunst, geestelijk leven, politiek en economie uit binnen- en buitenland, alles werd nauwgezet in een kaartsysteem bijgehouden en in laadjes opgeborgen.

Na de dood van Matla kregen Huberts en Kortekaas de taak zijn levenswerk voort te zetten. Behalve in kranten en tijdschriften knipten de dames ook uitgebreid in roddelbladen als Weekend, Story en Privé. Het best is het bureau gesorteerd in materiaal uit de jaren zeventig, daarna was het de losse pols die de toon zette.

Aan het archiveren kwam nooit een microfiche of computer te pas. “We werkten eigenlijk met een heel simpel systeem”, legt mevrouw Kortekaas uit. “ We rangschikken op alfabet en we hanteren een chronologisch overzicht. Onze knipsels gaan terug tot aan de jaren dertig en het zijn allemaal authentieke knipsels. En we hoorden van onze clientèle dat ze het heel prettig vonden te werken met oorspronkelijk materiaal.”

Een begrip als zuinigheid stond bij de dames hoog in het vaandel. De orginele knipsels werden opgestuurd - een kopieerapparaat heeft Matla nooit willen aanschaffen - en redacties moesten per omgaande post de documentatie retourneren. Als per abuis een knipsel op de redactieburelen bleef liggen, kostte dat een kwartje boete per knipsel. Enveloppen werden niet weggegooid, maar opnieuw gebruikt tot ze versleten waren. En om te voorkomen dat een ander ongevraagd een kijkje nam in het materiaal, plakten de dames op de enveloppen het liefst hun rolletje plakband leeg.

Of het knipselarchief ook in een andere vorm blijft voortbestaan, is onzeker. “Wij zijn te oud geworden om zelf nieuwe initiatieven te ontwikkelen”, aldus Kortekaas. “Wel zijn we in onderhandeling met enkele serieuze kandidaten. Hier in de Archipelbuurt hebben we in de loop der jaren toch wel een bepaalde goodwill opgebouwd. Dat klinkt heel verwaand om dat van jezelf te zeggen, maar toch is dat zo. Want een bedrijf met miljoenen knipsels is niet iets wat je zomaar van de hand doet. We willen het archief en het pand tegelijk verkopen. Het zou kunnen dat het instituut blijft bestaan als een particuliere of als een openbare instelling, maar in dit stadium valt daar geen zinnig woord over te zeggen.”

Ook haar collega Huberts zal het rustiger aan gaan doen, vermoedt Kortekaas. “Zij werkte hier al voor de oorlog. Tijdens de oorlog was Matla gesloten. Daarna pakte ze de draad weer op. Dit was haar levenswerk. Ik kwam hier pas later. Zelf ben ik het liefst thuis. Ik lees graag en wil nog allerlei achterstallige dingen doen. Vroeger hadden we een hond. Door mijn werk kon dat op een gegeven moment niet meer. Maar vanaf januari neem ik weer een hond. En dan heb ik nog een verzoek aan u: Als u een foto plaatst, kunt u er dan een wat oudere foto uit het archief bij voegen. Dan ogen we wat jonger, weet u.”