MAATSCHAPPELIJK BELANG

De grote gekte van deze tijd is het maatschappelijk belang van wetenschappelijk onderzoek. Deze gekte komt vooral voor bij beleidsmakers, bestuurders en adviseurs die bij voorkeur baasje spelen. De slogan Why to become a scientist, if you can become his boss was in de Verenigde Staten al een tijdlang populair bij de business school types. Wetenschapsbeoefening tolereer je omdat het wat oplevert. Voor de een is het een verzameling fraaie maatschappelijke doelen, en voor de ander is dat simpelweg de industrie.

Hoe dan ook, bebazen is nodig. Een paar maanden geleden maakte 's rijks wetenschapsadviseur dr. H. Beckers in deze krant de opmerking dat fundamenteel onderzoek moet worden uitgevoerd 'voor iets dat daarna komt' en niet omdat het 'leuk en aardig is ergens wat van te weten'. In een recent nummer van het blad Wetenschapsbeleid (uitgegeven door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) verklaart dr. A.D. Wolff-Albers, voorzitter van de door de overheid ingestelde Overlegcommissie Verkenningen, bezorgd te zijn of de wetenschap wel de maatschappelijke veranderingen kan bijhouden. De wetenschap vertoont 'inertie', heet het. En zelfs vanuit de eerbiedwaardige Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) het vaderlandse bolwerk van de fysica, wordt verklaard dat de fysici er zeer verstandig aan zouden doen het fundamentele roer om te gooien en zich praktischer te oriënteren.

De wetenschap wordt gewaarschuwd. Jazeker, roepen de bangmakers, anders gaat het je centjes kosten. Pas op, professortje, denk maar niet dat de burger betaalt for your eyes only. De aanstormende bezuinigingen zijn koren op de molen van de bangmakers. Het publiek, betogen de bangmakers, neemt het niet langer. Dat geeft binnenkort helemaal geen cent meer voor wetenschap tenzij er wat uitkomt, en gauw een beetje. Hou maar op met diep graven, doorgronden, begrijpen en al dat 'leuke' fundamentele gedoe. Dat is niet wat de samenleving verwacht!

Moet u, als wetenschapsbeoefenaar of anderszins liefhebber van de wetenschap, nu echt bang worden? Ben je gek! Want: hebben de bangmakers gelijk? Het antwoord is heel eenvoudig: neen, dat hebben ze niet. De publieke opinie is precies het omgekeerde van wat de bangmakers ons trachten wijs te maken.

Uit een recent onderzoek in opdracht van de Europese Commissie blijkt dat een overgroot deel van de bevolking in de Europese Unie wetenschap juist van groot belang acht om het fascinerende van nieuwe kennis. Men leeft absoluut niet met de verwachting dat wetenschap overal een snelle oplossing voor biedt. Wel zullen wetenschap en technologie uiteindelijk een oplossing leveren voor ziekten als aids en kanker, meent 84 procent van de Europese burgers. Maar je moet dat niet overdreven snel eisen, en geen onrealistische verwachtingen hebben, vindt 73 procent van de Europeanen.

Is wetenschap inert geworden, houdt het de maatschappelijke veranderingen niet meer bij? Misschien, op een enkel terrein. Het is niet de wetenschap die problemen heeft om 'de maatschappij bij te houden', maar juist de maatschapij heeft moeite met het bijbenen van wetenschappelijke technologische ontwikkelingen, vindt 55 procent van de Euroburgers. Het Europese publiek is er in ruime meerderheid van overtuigd dat wetenschappers al met grote inzet aan vele maatschappelijke problemen werken, en dat de financiële middelen die in Europa voor wetenschap ter beschikking gesteld worden bepaald niet geweldig zijn, vergeleken met de Verenigde Staten en Japan.

Na artsen, zijn wetenschappelijke onderzoekers de beroepsgroep met het hoogste sociale aanzien in de Europese Unie. De bangmakers spiegelen u dus een valse publieke opinie voor. De fascinatie voor de Jupiter Collision is voor de burger meer dan voldoende om de sterrekunde een warmer hart toe dragen dan de bangmakers vermoeden. Jazeker, dezelfde Europese burger blijkt meer in wetenschappelijk nieuws geïnteresseerd te zijn (matig tot sterk geïnteresseerd: 85 procent) dan in sport (matig tot sterk geïnteresseerd: 67 procent) en politiek nieuws (matig tot sterk geïnteresseerd: 80 procent).

Intussen begint bij het publiek ook het besef door te dringen dat de grote industrie weliswaar onmisbaar is in onze moderne samenleving, maar dat dezelfde grote industrie niet in staat is de broodnodige arbeidsplaatsen te scheppen. Integendeel. Nieuwe arbeidsplaatsen komen vooral van nieuwe, kleinere bedrijven. Voor een deel worden die in snel tempo door wetenschappelijk onderzoekers opgebouwd. Het toenemend belang van kennis zal deze ontwikkeling zeker versterken.

Een van de meest recente belangrijke wetenschappelijke doorbraken is de ontdekking van het borstkanker-gen. Het speelt zich af in Salt Lake City, University of Utah en een aanpalend bedrijf. Is die doorbraak het gevolg van het beleid van bangmakers? Welnee. Onderzoekers van die universiteit waren gemotiveerd genoeg om dit werk te doen en om tevens de produktie ter hand nemen werd een bedrijf naast de universiteit opgericht.

Al vele jaren is dit een steeds sterker wordende ontwikkeling aan Amerikaanse en Europese universiteiten. Daar waar praktisch gebruik van wetenschappelijke kennis mogelijk is, gaan fundamenteel en toegepast onderzoek steeds meer samen, juist ook aan de universiteit. Voor maatschappij en wetenschap heb je de mooiste synergie als een maatschappelijk probleem ook een wetenschappelijke uitdaging betekent. Bij kankeronderzoek is dat evident. Maar ook het meer exotische fundamentele werk is een rijke, maar onvoorspelbare bron van toepassingsmogelijkheden.

Momenteel worden de prestaties van de Nederlandse sterrenkunde geanalyseerd. Het betreft hier het universitaire astronomisch onderzoek. Een vakgebied dat door de bangmakers ongetwijfeld als te fundamenteel en te nietsnutterig wordt gezien. Wat vinden we? Behalve dat de Nederlandse sterrenkunde als vanouds van wereldfaam is, blijkt het werk van onze astronomen in de periode 1980-1991 een invloed te hebben in de volgende vakgebieden: uiteraard de sterrenkunde zelf, en vervolgens in de nucleaire fysica en technologie, instrumentenbouw, vloeistof-dynamica, atoom- en molecuulfysica, fysische chemie, ruimtevaart-technologie, biologie, analytische chemie, computer toepassingen, mathematische fysica, milieu-onderzoek, telecommunicatie, aardwetenschappen, kankeronderzoek (!), civiele technologie, radiologie en nucleaire geneeskunde, kristallografie, materiaalkunde, meteorologie en atmosferisch onderzoek. En dat voor een academisch en exotisch vak par excellence! Fundamenteel onderzoek om op te leiden voor iets dat daarna komt en niet omdat het leuk en aardig is ergens wat van te weten? Waanzin! Niks opleiden voor wat daarna komt, het komt nu, en juist ondat de wetenschapsbeoefenaar gefascineerd is door het onbekende.

Trouwens, de sterrenkundigen hebben nog het best het nodige te doen in Europa. In hetzelfde Europse onderzoek naar de publieke opinie over wetenschap en technologie werd de zeer basale vraag gesteld: draait de aarde om de zon of de zon rond de aarde? Wat denkt u? Van de Europese Unieburgers (steekproef van 13000 ondervraagden) gaf 81 procent het correcte antwoord (in Nederland 76 procent). Twaalf procent leeft - wat dit punt betreft - nog in de tijd van vóór Copernicus en meent dat de zon rond de aarde draait (in Nederland 19 procent). Zeven procent weet het niet (Nederland: 6 procent).

Nederland hoort met Ierland en Groot Brittannië tot de slechte scoorders. Aan de mensen die het correcte antwoord gaven, werd vervolgens gevraagd hoe lang de aarde er dan over doet om een baan rond de zon te draaien. En dat wist 63 procent, in Nederland 55 procent. Zo'n twintig procent houdt het bij één dag. Nederland heeft het grootste aantal dagdraaiers: 29 procent.

In totaal, voor de hele Europese Unie, geldt dat het aantal mensen dat beide vragen correct kan beantwoorden (de aarde draait om de zon, en wel in één jaar) juist een krappe meerderheid vormen: 51 procent. Leve het fundamentele onderzoek! Wat maken we ons druk over allerlei toepassingen als bijna de helft van Europa nog eens niet weet dat de aarde in één jaar om de zon draait! Leefden de eerste mensen in dezelfde tijd als de dinosauriërs? Wat denkt u! Vijftig procent van de Europese burgers zegt ja. Slechts 27 procent weet het correcte antwoord. Nederland scoort hier met de Duitsers en de Denen het beste, zo'n zestig procent zegt nee.

In plaats van allerlei toepassingen als maatschappelijk relevant te zien, lijkt het er dus op dat voorlichting en popularisatie van minstens zo grote maatschappelijke betekenis zijn. Toepassers hebben geen tijd, die moeten geld verdienen.

Fundamenteel onderzoek doe je voor iets dat daarna komt? Fundamenteel onderzoek doe je om nu, over een paar dagen, tijdens de 3 oktober feesten in Leiden, tussen het haring en wittebrood, op de hoek van het Rapenburg en de Breestraat op een stoel te klimmen en te vertellen dat de aarde om de zon draait, en dat we daar één jaar over doen. Minstens de helft van de voorbijgangers hoort dan iets nieuws. Wat een maatschappelijk effect!

Laat de bangmakers afblijven van het fundamentele onderzoek. Zij worden niet door de publieke opinie gesteund. Zij hebben geen gelijk dat er teveel fundamenteel onderzoek in Nederland wordt uitgevoerd, de cijfers tonen het omgekeerde aan. Terwijl de Nederlandse prestaties in de sterrenkunde zeer goed zijn, is de financiering vergeleken met andere Westerse landen bepaald niet overdreven te noemen. Onze oosterburen stampen het ene na het andere nieuwe Max-Planck-Instituut (fundamenteel onderzoek) uit de grond. In zijn welkomstwoord voor de grote conferentie van de American Chemical Society vorige maand in Washington schrijft de president van de Verenigde Staten: “If our nation is to be prepared for the challenges of the twenty-first century, we must strive to maintain our place at the forefront of scientific innovation.”

Wie meer toegepast onderzoek wil, moet de uitstekende instituten en organisaties die we daar voor hebben, zoals TNO en STW, verder versterken.

En tenslotte, wie vreest dat er nu teveel fundamenteel onderzoek wordt uitgevoerd, moet maar eens serieus op kwaliteit gaan selecteren. Er wordt hier in Nederland van alles geëvalueerd, beoordeeld, maar echte gevolgen met betrekking tot keuzen, gerichte versterking, opruimen van brandhout, heeft het niet of nauwelijks. Misschien houden we zelfs nog geld over!