Leenwoorden

De resultaten van het onderzoek van Nicoline Van der Sijs verbaasden mij nogal. Ik ben namelijk betrokken bij een nieuw etymologisch woordenboek van het Nederlands (onder redactie van mevr. Philippa e.a., onder wie mevr. Van der Sijs, uit te geven door Brill), en daarbij viel mij het enorme aantal leenwoorden juist zo op. Ik heb namelijk alle woorden voorzien van een code voor hun herkomst. De letter A is nu gereed, en ik heb nu de aantallen eens nagegaan.

Nu moet eerst gezegd worden dat zulke cijfers nooit honderd procent zijn. De eerste vraag is welke woorden je opneemt. Want een (etymologisch) woordenboek kan vrijwel niet volledig zijn. Dan zijn er natuurlijk woorden waarvan de herkomst onbekend is. En er zijn problemen met de indeling, b.v. van afleidingen en samenstellingen. De eerste horen eigenlijk niet apart te worden opgenomen in een etymologisch woordenboek (aalmoezenier zou onder aalmoes moeten staan), en bij samenstellingen heb je zoveel mogelijkheden: één of beide delen zijn leenwoorden en die komen al of niet zelfstandig voor (in welk geval ze voor de etymologie niet nog eens geteld moeten worden).

Ik heb nu alle twijfelgevallen bij de 'eigen' woorden geteld (dus ook de afleidingen en alle samenstellingen) om het aantal eigen woorden zo groot mogelijk te laten. Ik tel 532 woorden, waarvan 13 geen etymologie hebben; rest 519. Daarvan zijn 151 (29%) 'eigen' en 368 (71%) leenwoorden. Bij de laatste valt op dat het bijna allemaal zelfstandige naamwoorden zijn: er zijn slechts 39 bijvoeglijke naamwoorden, 16 werkwoorden (en 12 overige) ontleend. Dat is trouwens niet vreemd: je ontleent woorden voor dingen.

Bij de telling van Mevr. Van der Sijs, die gebaseerd was op het gebruik in teksten, was van de woorden die met a- beginnen slechts 29% ontleend. De conclusie is dus dat er wel veel leenwoorden zijn, maar dat die niet zo vaak gebruikt worden. Toch zijn het over het algemeen heel gewone woorden; ik geef een pagina met alleen leenwoorden: arriveren, arrogant, arrondissement, arseen (arsenicum), arsenaal, articuleren, artiest, artikel, artillerie. Wel hebben ze vaak een specifieke betekenis, en dus een beperkt gebruik.

Overigens is het mogelijk dat de a- niet typisch is, vanwege de structuur van het Indo-europees. Dat had b.v. geen a, maar de zaak is gecompliceerder en ik kan er hier niet op ingaan.

Wat betreft de herkomst van de leenwoorden komt mijn indruk overeen met de bevindingen van Mevr. Van der Sijs: de meeste woorden komen uit Grieks, Latijn en Frans, de grote cultuurtalen dus. Zie de geciteerde woorden. Het Latijn neemt daarbij een centrale plaats in, want woorden kunnen direct uit het Latijn komen, Franse woorden komen natuurlijk meestal uit het Latijn, en Griekse woorden zijn vaak via het Latijn ontleend.

Het Engels is opvallend afwezig: ik vond alleen: accountant, akela, allehens, annexatie?, antimakassar(?), applaus(?). Dat het Duits niet vaak voorkomt, komt natuurlijk ten dele doordat het Nederlands er al zo op lijkt.

Dat woorden ontleend worden is heel gewoon en kan zeer ver gaan. De schatting is dat het Albanees 1200 erfwoorden heeft, en alle overige dus ontleend. Voor het Armeens ligt het ongeveer ook zo. Dat neemt niet weg dat het Albanees en het Armeens het goed maken: er is geen enkele reden voor ongerustheid.

Ontlening is een normale zaak; zo gaat dat met taal. Frankrijk heeft onlangs boetes gesteld op het gebruik van bepaalde leenwoorden. Dat is dus ridicuul.