IMF ziet daling werkloosheid in West-Europa

MADRID, 29 SEPT. De werkgelegenheid in West-Europa begint zich te herstellen. Het herstel van de internationale economie verloopt voorspoediger dan begin dit jaar werd verwacht.

Dit schrijft de staf van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in de World Economic Outlook, de halfjaarlijkse economische voorspellingen van het IMF die vandaag voor publicatie zijn vrijgegeven.

Hoewel het inflatierisico vooralsnog beperkt is, moeten centrale banken volgens het IMF niet aarzelen om vroegtijdig de korte rente te verhogen. Snellere terugdringing van overheidstekorten helpt om de opwaartse druk op de lange rente te verminderen. Michael Mussa, de Amerikaanse topeconoom van het IMF, zei gisteren in een toelichting dat “het IMF voor het eerst in tien jaar zijn groeiprognoses voor de industrielanden naar boven toe heeft bijgesteld. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn beter dan de afgelopen drie à vier jaar het geval is geweest.”

De werkloosheid in West-Europa heeft volgens Mussa zijn dieptepunt bereikt en het herstel van de werkgelegenheid heeft eerder ingezet dan het IMF een half jaar geleden verwachtte.

Gezien de aantrekkende economieën in de industrielanden onderstreepte Mussa het belang van tijdige renteverhogingen ter voorkoming van toekomstige inflatie. De ruimte voor verdere rentedaling in Duitsland is volgens het IMF vermoedelijk voorbij. Mussa prees Groot-Brittannië voor het recente besluit de rente te verhogen en zei dat de Federal reserve board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, de rente de komende tijd verder moet opstuwen. Eerder deze week bleef een renteverhoging door de Fed uit. “Zonder twijfel zal de rente in de industrielanden in de nabije toekomst verder moeten stijgen”, aldus Mussa.

In een opgaande conjuctuur moeten overheden nadruk leggen op snelle vermindering van structurele begrotingstekorten. Deze zijn in de industrielanden de afgelopen jaren sterk opgelopen en de staatschuld bedraagt nu gemiddeld 70 procent van het bruto nationale produkt (in Nederland: 80 procent), vergeleken met 40 procent in 1978. “De aanhoudende begrotingstekorten hebben bijgedragen aan de hoge reële rente in de wereld sinds begin jaren tachtig”, aldus de Outlook. Door het enorme beroep van overheden op de kapitaalmarkt om hun tekorten te financieren, is volgens het IMF te weinig kapitaal beschikbaar voor particuliere investeringen. “Vermindering van tekorten is van groot belang in vrijwel alle industrielanden.”

De World Economic Outlook verwacht dit jaar een groei van de wereldecomie met 3,1 procent en met 3,6 procent in 1995. Dit is het dubbele van het groeipercentage van de afgelopen vier jaar. Voor de industrielanden raamt het IMF de groei op 2,6 en 2,7 procent voor resp. 1994 en 1995. De groei spreidt zich naar Japan, Frankrijk en Duitsland, waardoor volgens het Fonds sprake is van “convergentie van de groei in de industrielanden na een periode waarin de economische cycli niet synchroon liepen”. De Nederlandse economie groeit volgens het IMF dit jaar met 1,9 procent en volgend jaar met 2,6 procent, waarmee de eerdere prognoses voor Nederland fors zijn verhoogd. De gemiddelde inflatie in de industrielanden raamt het IMF op 2,4 (1994) en 2,6 procent (1995).

De groei in de ontwikkelingslanden, gemiddeld 5,7 procent zowel in 1994 als in 1995, is ongelijk verdeeld met sterke groei in veel Aziatische en sommige Latijns Amerikaanse landen. In de voormalige communistische landen begint de economie aan te slaan in Polen, Tsjechië, Hongarije, Slowenië, Slovakije, Albanië en de drie Baltische landen. De Russische economie zal dit jaar nog met 12 en volgend jaar met 5 procent krimpen.