Het dagelijks leven in beeld

Voor inkijkjes in het dagelijks leven leent televisie zich als geen ander medium. Bij de radio mis je de beelden en in de schrijvende media de beelden én de stemmen. De televisie heeft haar natuurlijke voorsprong altijd te weinig uitgebuit, maar de laatste jaren tekent zich voorzichtig een kentering af. Er komen steeds meer documentaristen die de werkelijkheid van alledag als hun werkterrein beschouwen. Onderwerpen genoeg, na zoveel jaren van relatieve verwaarlozing.

Dat de VPRO ook op dit gebied weer vooroploopt, is niet verwonderlijk. Het is nog altijd de enige omroep die forse risico's durft te nemen. Vergelijk het eens met de VARA, die andere bespeler van Nederland 3, waar de angst voor nieuwe ideeën tot een uiterst starre programmering leidt. Volgens VARA-directeur Vera Keur vormt de publieke omroep de beste garantie voor culturele programma's, maar als je ziet hoe weinig de VARA op dit gebied zèlf presteert, begrijp je niet waar iemand het lef voor zulke uitspraken vandaan haalt. Bij de VARA noemen ze 'Sonja' - “Wat een práágtig boek” - al een cultureel programma.

De interessantste en levendigste televisie wordt momenteel gemaakt door de mensen achter VPRO's Lopende Zaken en door filmer Frans Bromet die zowel voor de VPRO als voor de NCRV series van hoge kwaliteit maakt: respectievelijk Buren en Achter slot en grendel.

In Lopende Zaken konden we de afgelopen weken enkele onderwerpen zien die nog tamelijk lang op het netvlies zullen blijven natrillen. Eerst was er het schooljongetje dat letterlijk doodgepest werd - hij verhing zichzelf nadat ook zijn beste vriendje zich tegen hem gekeerd had. Wanneer hoor je er wèl bij, was een vraag in deze schitterende mini-documentaire van Mirjam Bartelsman. “Als je omgaat met de kinderen die populair zijn”, zei een meisje, “dat zijn ook vaak degenen die pesten.” De wereld van het kind bleek opeens niet zo erg veel te verschillen van die van de volwassenen, een gevoel dat je bij het zien van deze documentaire vaker bekroop.

De terreur die van een kleine groep volwassenen kan uitgaan, werd in een latere aflevering van Lopende Zaken meesterlijk geschetst. Het betrof 'de familie Knok' uit het Brabantse Oosterhout. Verlamd van angst kijkt daar een hele buurt toe hoe deze familie iedereen die haar te na dreigt te komen, met uitroeiing bedreigt. Zo machteloos als de goedwillende kinderen in Bartelmans film waren, zo passief waren ook de brave burgers en politie van Oosterhout. Aan het einde van de film zegt een politieman: “Sommige mensen in de buurt zitten tegen de tolerantiegrens aan, die zouden wel eens op de familie Jaspers kunnen gaan schieten.”

Je vraagt je af of zo'n indringende documentaire nog maatschappelijke gevolgen heeft. Zou het geen signaal voor het bestuur zijn om eindelijk eens wat te doen? Of blijft de politie doodgemoedereerd afwachten totdat buurman X. met een karabijn in de hand zijn tolerantiegrens met enkele stappen te veel overschrijdt? Hopelijk gaat Lopende Zaken over een jaartje nog eens terug naar Oosterhout.

In het werk van Frans Bromet speelt de interviewer - Bromet zelf - een centralere rol. Hij bewijst dat je als interviewer - een wijdverbreid misverstand onder interviewers - niet steeds hoeft te vleien en slijmen om mensen betekenisvolle uitspraken te ontlokken. Zijn toon is die van de geïnteresseerde gemelijkheid. Hij luistert goed, hij is altijd bereid om iemands argumenten serieus te nemen, maar de mensen moeten het niet te bont maken.

Deze week interviewde Bromet in Achter slot en grendel, een serie over langgestrafte gevangenen, een vrouw, Monique, die veroordeeld was voor tasjesroven. Vooral oudere dames waren haar doelwit geweest. Eén van hen was door de auto van Monique een stuk over straat gesleurd.

“Had u toen weer een tripje op?” vroeg Bromet. (Hij vousvoyeert zijn gesprekspartners, ook een manier om de gebruikelijke kleffe intimiteit in dit soort interviews te vermijden.) “Maar ik wist het niet”, antwoordde Monique. “Omdat u het niet wilde weten”, reageerde Bromet, “dat is best comfortabel.”

Het is een harde, directe benadering die je bij de doorsnee-interviewer niet snel zult tegenkomen. Maar het werkt wèl: de geïnterviewde begint te merken dat hij geen hulpverlener tegenover zich heeft, maar een journalist die niet van plan is a priori zijn kant te kiezen. Uitvluchten helpen niet meer, er zullen motieven op tafel moeten komen.

Ondanks die schijnbare hardheid van zijn benadering weet Bromet heel goed invoelbaar te maken waarom iemand tot zijn daden is gekomen. Zijn films gaan niet over gewetenloze mensen, maar over mensen die hun geweten voor even het zwijgen hebben opgelegd om aan hun misère te ontkomen.

Monique was diep gekwetst doordat haar moeder haar in haar vroegste jeugd 'naar een tehuis had weggedaan'. Die moeder had haar dochter, geboren met een hazelip, nooit voor vol aangezien. Nu was Monique weer alleen: in de cel had ze slechts gezelschap van een parkiet die 's nachts in haar hand sliep. Als dat sentimenteel klinkt, en dat doet het, komt het alleen omdat u er de stem van Bromet niet bij kunt horen.