Herinvoering van opkomstplicht bij verkiezing bepleit

DEN HAAG, 29 SEPT. Bij landelijke en regionale verkiezingen moet de opkomstplicht weer worden ingevoerd. Dat kan helpen voorkomen dat laag opgeleide mensen en mensen met een laag inkomen blijvend van het politieke proces worden uitgesloten.

Dit betoogt de politicoloog prof.dr. A. Lijphart morgen in een rede voor de Nijmeegse vakgroep politicologie. Lijphart wijst op onderzoek waaruit blijkt dat naarmate de opkomst afneemt, goed opgeleide en beter verdienende groepen steeds sterker oververtegenwoordigd raken: het zijn immers lager opgeleiden die meestal niet gaan stemmen. Daardoor dreigen politieke partijen zich steeds meer te richten op de belangen van de beter gesitueerde groepen, aldus Lijphart, bekend van zijn klassieke werk over de verzuiling en al enkele decennia docerend in de Verenigde Staten.

Sinds de afschaffing van de opkomstplicht in Nederland (1970) en andere landen is de opkomst bij verkiezingen structureel gedaald, aldus Lijphart. Was die voor de afschaffing van de opkomstplicht nog zo'n 90 procent, daarna is ze gezakt naar om en nabij de 80 procent. De opkomst voor Europese en Provinciale Staten-verkiezingen en voor gemeenteraden ligt lager.

Lijphart wijst erop dat bij andere vormen van politieke participatie zoals medewerking aan een politieke verkiezingscampagne, beter opgeleide burgers ook veel beter vertegenwoordigd zijn dan lagere opgeleide groepen.

Herinvoering van de opkomstplicht noemt Lijphart een eenvoudig instrument om bij de meest fundamentele vorm van politieke participatie die verkiezingen in zijn ogen zijn, zo'n optimaal mogelijke representatie te krijgen.

Volgens Tweede-Kamervoorzitter W. Deetman die een parlementaire commissie leidde over staatkundige vernieuwing, heeft herinvoering van de opkomstplicht geen rol gespeeld in de discussies over dat onderwerp. Terecht, vindt hij. Hoewel Deetman destijds tegen afschaffing van de opkomstplicht was, vindt hij “dat er geen weg meer terug is: want hoe moet je zo'n plicht afdwingen? Als je dat niet weet, tast je het gezag van de overheid aan”.

Hoewel Deetman “veel sympathie” heeft voor Lijpharts voorstel, vindt hij het belangrijker “dat politici zich inspannen om burgers naar de stembus te krijgen”.

Ook prof.dr. J.Th. van den Berg, vakgenoot van Lijphart in Leiden en Eerste-Kamerlid voor de PvdA, ziet weinig in een hernieuwde opkomstplicht. Hij is het met Lijphart eens dat het gevaar van blijvende uitsluiting van bepaalde groepen dreigt, maar ziet dat gevaar eerder opdoemen in de VS waar de opkomst vaak nauwelijks de vijftig procent haalt, dan in Nederland. Ook negeert Lijphart volgens Van den Berg het belang van brandende issues die voor een hogere opkomst kunnen zorgen, zoals in 1977 toen het premierschap van de PvdA-voorman Den Uyl inzet van de verkiezingen vormde. Lijphart zegt echter “van issues en politici geen blijvende en betrouwbare inspiratie” te verwachten.