Handelaar tijdens HCS-proces: Beurshandel negeert verbod op 'meelopen'

AMSTERDAM, 29 SEPT. Bij alle Nederlandse financiële instellingen lopen medewerkers voor eigen rekening mee met beursorders van grote klanten om te profiteren van de koersstijging die deze orders veroorzaken. Dit meelopen met grote beursorders, het zogeheten front running, is volgens de regels van de Amsterdamse beurs verboden.

Dat verklaarde beurshandelaar R. Kooijman, voormalig lid van het dagelijks bestuur van de Amsterdamse beurs, vanochtend onder ede op de tweede dag van het hoger beroep in het strafproces tegen topondernemer J. van den Nieuwenhuyzen wegens voorkennis in de beurshandel in aandelen HCS op 31 juli 1991. “Front running vindt bij iedere financiële instelling bij grote orders plaats”, aldus Kooijman vanochtend tegenover het Amsterdamse gerechtshof, waar de zaak dient.

Kooijman werd in het proces gehoord als voormalig directievoorzitter van het effectenkantoor Suez Kooijman, dat de gewraakte beurstransacties in aandelen van het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf HCS uitvoerde. Met de verkopen wilde Van den Nieuwehuyzen samen met twee andere grote beleggers in HCS de koers krachtig omlaag brengen.

Kooijman was het vaste aanspreekpunt van Van den Nieuwenhuyzen, die veel via zijn kantoor handelde. Deze orders werden op de 31ste juli uitgevoerd door zijn mede-directeur J. Gerritse, die vanochtend in de beklaagdenbank zat. Kooijman vertrok na een conflict eind 1992 bij Suez Kooijman en is tegenwoordig op de beurs actief via zijn eigen kantoor Keijser Effecten.

Juist om het meelopen binnen zijn toenmalige eigen organisatie te voorkomen had Kooijman in samenspraak met Van den Nieuwenhuyzen een buitenlandse rekening binnen de Suez Groep voorgesteld. Deze rekening zou in Luxemburg worden geopend, maar door tijdsgebrek van Van den Nieuwenhuyzen kwam het er nooit van de formaliteiten daarvoor te vervullen. In de tussentijd handelde Van den Nieuwenhuyzen wel alsof die rekening (Suez International Luxemburg) bestond en werden de transacties op een zogenaamde tussenrekening geboekt.

Rechtbank-president mr. H. Willems voelde Kooijman uitgebreid aan de tand over de status van de tussenrekening en het beursonderzoek dat de eerste twee weken van augustus op gang kwam na de grote transacties in de aandelen HCS. Kooijman bestreed vanochtend de verklaringen die verschillende leden van het controlebureau van de beurs, dat toezicht houdt op banken en effectenmakelaars, daarover hebben gegeven.

Zo zei Kooijman dat de naam van de rekening niet de suggestie had willen wekken dat het om een buitenlands effectenhuis ging, om daarmee het spoor naar Van den Nieuwenhuyzen te verdoezelen. Het hoofd van het controlebureau, H. te Beest, dacht daarentegen direct dat het om een buitenlandse effectenmakelaar ging toen hij de naam van de rekening zag.