Einde zilvertijdperk in zicht

De 23e Photokina stond in het teken van de digitale fotografie. Deze techniek maakt veel traditionele fotografische werkzaamheden overbodig. Bovendien worden vrijwel onbeperkte manipulaties van de beelden mogelijk.

Als Bernd Beuermann, fotograaf van het Göttinger Tagebladt van een fotolocatie terugkomt, haalt hij geen film uit zijn camera. In plaats daarvan sluit hij zijn camera aan op een computer. Zonder dat er ontwikkelaar en fixeer aan te pas komt en zonder tijdverlies zijn de foto's op de monitor van de vormgevers te zien. En wanneer Linda de Mol en David Copperfield op de coverfoto van de Freizeit-Revue tot paar verenigd zijn, heeft deze vereniging alleen maar plaatsgehad op het niveau van bits en bytes.

Beide Duitse media maken gebruik van digitale fotografie. Digitale foto's kunnen op twee manieren ontstaan: door het beeld direct met een digitale camera op te nemen, òf door op conventionele wijze vervaardigde negatieven, dia's of foto's met behulp van een scanner in digitale beelden te veranderen en die daarna te bewerken.

Aan de basis van alle digitale fotografische toepassingen staat een onderdeel dat sinds 1980 in videocamera's te vinden is: de CCD (charge coupled device). Een CCD is een gekoppelde combinatie van vele lichtgevoelige elementen op een chip. Sinds 1983 is er sprake van massafabricage. De CCD-chip bestaat uit een laagje silicium, waarop in een rooster elektroden zijn aangesloten. Wanneer er licht op het silicium valt, komen er elektronen vrij, die door een goede aansturing de uiteindelijke beeldsignalen leveren. De fijnheid van het rooster en de grootte van de chip bepalen het aantal pixels (picture elements) en daarmee het oplossend vermogen van het beeld. Naarmate het aantal pixels groter wordt, nemen de kosten disproportioneel toe.

Kleuren

Voor de weergave van kleuren door CCD's zijn er drie verschillende technieken. De eerste is het maken van drie opnamen, met resp. een rood, blauw en groen filter voor de lens. Een andere techniek is die van de regelscanners, die gebruik maken van drie rijen gefilterde CCD-cellen, die zich langzaam en schoksgewijs over het beeldvlak bewegen. Zogeheten vlakbed foto- en filmscanners werken ook met deze techniek. Wanneer in één korte belichting ook kleuren weergegeven moeten worden, moet een filterrooster vóór het elektrodenrooster van de CCD-chip geplaatst worden, dat de pixels voor - meestal de drie primaire - kleuren sensibiliseert.

Waartoe zijn digitale camera's nu in staat? Kodak introduceerde op de Photokina een nieuwe opnamechip, waardoor de prestaties van digitale camera's in de buurt van die van kleinbeeldcamera's komen. Die beeldkwaliteit (en zelfs nog een beetje betere) was tot dan toe in kleur alleen mogelijk bij foto's van niet bewegende objecten. De verbeterde scherpte van de nieuwe chip gaat echter ten koste van de lichtgevoeligheid: die bedraagt slechts 100 ISO (de lichtgevoeligheid van een standaardfilm). Kodak en ook Nikon en Fuji bieden films aan met een lichtgevoeligheid van 800-1600 ISO. De beeldkwaliteit van dat soort camera's is echter minder, zodat beelden groter dan ca. 15x21 cm nauwelijks mogelijk zijn.

Het digitaliseren van op conventionele wijze vervaardigde foto's lijkt op het eerste gezicht niet zo spectaculair als het fotograferen met een digitale camera. Toch is het juist deze techniek, die het verst is doorgevoerd. Dat komt vooral doordat de hard- en software zo veel goedkoper en beter geworden is. Bij de Olympische winterspelen in Lillehammer, is dan ook de helft van de persfoto's op de een of ander manier digitaal bewerkt, vóór ze bij de redacties arriveerden. Tijdens de zomerspelen van Barcelona was het digitaal bewerken van foto's nog een uitzondering.

Het digitaal bewerken is in feite in de plaats gekomen van de handelingen in de donkere kamer. Er hoeft alleen nog een film ontwikkeld te worden. Het direct scannen van de negatieven levert een behoorlijke tijdwinst op. Ook het bewerken van foto's gaat veel eenvoudiger en sneller. Met behulp van software als Aldus Photostyler (Windows) of Adobe Photoshop (Apple Macintosh), zijn zelfs de moeilijkste donkere-kamer trucs kinderspel geworden. Ook opname-technieken die tot het repertoire van slechts weinige fotografen behoorden, zijn nu voor vrijwel iedereen op muisdruk afroepbaar.

Er zijn een heleboel mogelijkheden ontstaan, die er vóór de digitale fotografie eenvoudig niet waren. Een foto veranderen in een houtskooltekening? Een fluitje van een cent. Lubbers' gezicht in vijf tussenstappen veranderen in dat van Kok, of Koks hoofd tussen de bredere schouders van Van Mierlo? Ook al geen probleem.

Fotoamateurs

In de professionele wereld is de digitale fotografie al vrij goed ingevoerd. In de amateurwereld is dat nog niet het geval. Daarvoor zijn de prijzen van nieuwe technieken ook nog te hoog. Een goede scanner met software kost meer dan tweeduizend gulden en voor meeste fotoamateurs komen daar nog een paar duizend gulden bij voor de verbetering of aanschaf van computer en monitor. Digitale camera's zijn vrijwel niet onder dertigduizend gulden te koop.

Een uitzondering vormt de Praktica Scan, die voor iets meer dan drieduizend gulden aangeboden wordt de firma Schneider in Dresden. Het is een zwartwit camera die werkt volgens het principe van de lijnscanner. In de prijs begrepen is zelfs al een fotobewerkingsprogramma (PhotoFinish). Maar ook dit apparaat wordt nauwelijks aan amateurs verkocht, hoewel de prijsstelling daar wel voor bedoeld was. Desondanks is de Praktica Scan een succes: professionele fotografen, kleine bedrijven en universiteiten zien de voordelen zo'n goedkope digitale camera wel in.

Dr. Takemae maakt bij Nikon deel uit van het team dat samen met Fuji een digitale camera heeft ontwikkeld. Mogelijkheden voor digitale camera's op de niet-professionele markt ziet hij niet. 'CCD's zijn gewoon te duur. Een miljoen pixel kost ongeveer 22.000 gulden. Maar de prijzen gaan naar beneden. Desondanks zie ik de eerste tien jaar geen mogelijkheden een goede digitale camera voor een prijs van ongeveer tweeduizend gulden op de markt te brengen.'