Duitsland toen en nu

In september 1914 was de Eerste Wereldoorlog nog maar net begonnen, maar het zag er naar uit dat hij al spoedig in het voordeel van Duitsland zou worden beslist. Het Duitse oorlogsplan van 1914, het zogenaamde 'Schlieffen-plan', was gebaseerd op een snelle verplettering van de Franse legers. De zegevierende Duitse troepen zouden daarna op de trein stappen om aan het oostfront af te rekenen met de Russen. Dit plan leek in september 1914 werkelijkheid te worden. Het grote offensief in het Westen verliep gunstig. De Duitse troepen waren met de Fransen verwikkeld in de slag om de Marne. Als ze deze wonnen - en daar zag het naar uit - was de militaire ineenstorting van Frankrijk een feit. Geen wonder dan ook dat de Duitse leiders zich de vraag stelden wat er na de aanstaande overwinning zou moeten gebeuren. De rijkskanselier, Bethmann Hollweg, liet een document opstellen waarin deze kwestie werd behandeld. In dit stuk, dat later bekend zou worden als Bethmann Hollwegs 'Septemberprogramma', werden de Duitse oorlogsdoelen neergelegd.

Die oorlogsdoelen betroffen zowel Europa als Afrika. In Afrika moest een groot, Duits Middenafrikaans rijk komen. De kern hiervan werd gevormd door de reeds bestaande Duitse koloniën in West-, Zuidwest- en Oost-Afrika. Deze zouden door de inlijving van Belgisch Kongo, Angola, delen van Mozambique en van Frans West-Afrika uitgroeien tot een reusachtig koloniaal rijk.

De Duitse ideeën over Afrika waren simpel en voor de hand liggend. Ze waren een voortzetting van de Europese politiek in de jaren vóór 1914. De plannen ten aanzien van Europa waren gecompliceerder en gedetailleerder. De positie van Frankrijk in een toekomstig Europa speelde hierin natuurlijk een zeer belangrijke rol. Frankrijk zou grondgebied moeten afstaan en een hoge oorlogsschatting moeten betalen. Verder, zo stond in het memorandum, zou het een handelsverdrag moeten aanvaarden dat Frankrijk 'tot ons exportland maakt (...) zo dat Duitse ondernemingen niet meer anders dan Franse behandeld kunnen worden'. Frankrijk moest met andere woorden economisch afhankelijk worden van Duitsland.

Ook België zou grondgebied verliezen, Luik in ieder geval, wellicht ook Antwerpen. Het mocht als staat 'aüsserlich' blijven bestaan, maar dan wel als 'Vasallenstaat'. Nederland was een groter probleem. Dit was immers een neutraal land, dat niet in de oorlog was betrokken. De vraag was, op welke manier Holland 'In ein engeres Verhältnis' tot Duitsland kon worden gebracht. Daarbij moest er, vanwege de 'Eigenart' der Hollanders, voor gezorgd worden dat ze niet een gevoel van dwang en druk zouden krijgen en mocht het dagelijks leven niet ingrijpend worden veranderd. Deze 'nauwere verhouding' moest, kort gezegd, Holland 'aüsserlich unabhängig' laten maar 'innerlich (...) in Abhängigkeit von uns bringen'.

Al deze stappen waren onderdelen van het grote plan voor een 'mitteleuropäisch Wirtschaftsverband'. Duitsland zou samen met zijn bondgenoot Oostenrijk-Hongarije de kern gaan vormen van een grote economische ruimte, die zou lopen van de Noordzee tot Rusland. Deze Europese economische ruimte zou, afgezien van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, de volgende landen omvatten: Frankrijk, België, Nederland, Denemarken, Polen alsmede eventueel Italië, Zweden en Noorwegen. Dit verband zou weliswaar geen 'gemeinsame konstitutionelle Spitze' hebben en 'aüsserlicher Gleichberechtigung seiner Mitglieder' kennen, maar feitelijk onder Duitse leiding staan. Het zou gebaseerd moeten zijn op een gemeenschappelijke markt. Op die manier kon de heerschappij van Duitsland over West- en Midden-Europa worden verzekerd.

Het Septemberprogramma van Bethmann Hollweg speelt een grote, om niet te zeggen een hoofdrol in de these over de Duitse expansiezucht die Fritz Fischer in zijn vermaarde boek Griff nach der Weltmacht heeft ontwikkeld. Dit boek uit 1961 heeft de discussie over de Duitse oorlogsschuld heropend. Geen wonder! Indien immers zelfs de 'vredeskanselier' Bethmann Hollweg, de 'filosoof op de kanseliersstoel', zoals hij ook wel werd genoemd, kortom de vertegenwoordiger van het 'goede Duitsland', al in september 1914 zulke annexionistische programma's opstelde, dan heeft het onderscheid tussen goede en slechte Duitsers, of tussen goede politici en oorlogszuchtige generaals, dat zo vaak is gemaakt, niet veel betekenis meer. Bovendien lijkt er dan tussen het Duitsland van de goede Bethmann Hollweg en de slechte Hitler niet veel verschil te bestaan. Natuurlijk, de premature overwinningsroes verklaart veel. Zoals Bethmann Hollweg tegen Moltke zei: 'l'appétit vient en mangeant'. Maar toch. Als iemand dit alles in september op papier zet, dan moeten wij welhaast aannemen dat hij het een maand eerder, toen de oorlog begon, al wel in zijn hoofd zal hebben gehad. En vandaar naar de veronderstelling dat de Duitse leiders tijdens de crisis van juli 1914 bewust hebben aangestuurd op een veroveringsoorlog om deze plannen te verwezenlijken, is nog maar een kleine stap.

Het zou, zoals wij weten, allemaal echter heel anders lopen. Het Septemberprogramma zou alleen voor historici van belang blijken. De Fransen hielden in september 1914 stand aan de Marne. De slag eindigde onbeslist. Daarna kon Duitsland de oorlog niet meer winnen. Na vier verschrikkelijke oorlogsjaren werd het ten slotte verslagen. Er kwam dan ook geen Duits Mittelafrika. Integendeel, Duitsland raakte al zijn koloniën kwijt. Evenmin kwam er een groot Duits Mitteleuropa. Sterker nog, Duitsland zelf werd geamputeerd en Oostenrijk-Hongarije viel in stukken uiteen. Vervolgens viel Duitsland van de ene economische ramp (hyperinflatie) in de jaren twintig in de andere (massale werkloosheid) in de jaren dertig. Dat leidde, zoals bekend, tot de opkomst van Hitler en de Tweede Wereldoorlog.

Hitlers oorlogsdoelen waren niet erg verschillend van de Duitse plannen van 1914, al speelde de kolonisatie van het Slavische deel van Europa in zijn gedachten een grotere rol dan de kolonisatie van Afrika. Ook daarvan kwam echter niet veel terecht, want Duitsland verloor niet alleen de Eerste Wereldoorlog maar ook de Tweede. Daarna hield het zelfs enige tijd op te bestaan, althans waren er twee Duitslanden in plaats van één. Een van die twee zou de nieuwe economische grootmacht van Europa worden, het centrum van de Europese Economische Gemeenschap. Sinds enkele jaren heeft dat ene Duitsland het andere in zich opgenomen. Sinds diezelfde tijd ook trachtten de landen van Midden-Europa aansluiting te zoeken bij die Europese Economische Gemeenschap, die nu de Europese Unie heet.

Waar komt die Europese Unie op neer? Ze kent, om het in de termen van het Septemberprogramma te zeggen, geen 'gemeinsame konstitutionelle Spitze', maar is, zoals ook in het Mitteleuropa-concept het geval was, slechts een losse organisatie. Ze kent, in diezelfde woorden, 'aüsserlicher gleichberechtigung seiner Mitglieder', maar 'tatsächliche' Duitse leiding. Ze komt neer op een groot West- en Midden-Europees economisch blok onder Duitse leiding. Ook in de geografische zin valt deze economische ruimte in hoofdlijnen samen met de door Bethmann Hollweg geschetste Europese economische ruimte, afgezien dan van het feit dat de Europese Unie ook Spanje, Portugal en Griekenland omvat. Wie landen als Polen, Tsjechië en Slowakije in het Septemberprogramma mist, beseffe dat deze toen niet bestonden, maar geheel of gedeeltelijk deel uitmaakten van het Russische en Oostenrijkse rijk.

Het lijkt met andere woorden alsof het Septemberprogramma de grondslagen en contouren van de huidige Europese Unie schetst. Zo lijken de Duitse ideeën van 1914 tachtig jaar later toch nog werkelijkheid te worden, zij het niet door middel van geweld maar van vreedzame wedijver.