De schoonheid van wat niet bedoeld is om te ontroeren

Tentoonstelling: Theatervormgeving, decor en kostuums van Tom Schenk. De Paardenkathedraal, Bekkerstraat 141, Utrecht. T/m 16/12.

Trilogie van het Zomerverblijf is te zien in Carré in Amsterdam van 26/11 t/m 15/12.

De voorstellingen van toneelgroep De Appel zijn ondenkbaar zonder de decors van Tom Schenk (1951). Hij is een van de zeldzame ontwerpers die zowel binnen het traditionele lijsttoneel kunnen werken als daarbuiten. De voormalige, weidse manege van De Appel in Scheveningen bijvoorbeeld is hem eerder te klein dan te groot; dan wordt er een muur doorgebroken of krijgt het publiek weer een andere plaats toebedeeld om het ruimtelijke effect van de voorstellingen te vergroten. Tom Schenk is niet bang voor de grote zaal, integendeel; hij is er hongerig naar.

Schenk is vormgever van theatervoorstellingen. Dat betekent meer dan decorontwerper. Een acteur staat bij hem nooit als een los zetstuk tegen geschilderd karton. Spelers, rekwisieten, kostuums en decor vormen een onlosmakelijke architectonische eenheid. Verbluffend in al zijn eenvoud en dramatische kracht was zijn vormgeving van Hamlet (1988) in de regie van Erik Vos. De toeschouwers zaten aan weerskanten van een lege ruimte. Aan de ene zijde een plankier met daarop niets anders dan de fluwelen fauteuil van koning Claudius. Recht daartegenover, meters verderop, opnieuw een plankier, ditmaal opgetuigd met twee stokken waartussen een gordijn hing. Dat is het toneeltje waarop Hamlet op het hoogtepunt van de voorstelling een scène laat spelen die Claudius als moordenaar van zijn vader ontmaskert. Tussen fauteuil en toneelpodium bevindt zich het slagveld. Dit is, inderdaad, Hamlet tot de essentie teruggebracht.

De Utrechtse Paardenkathedraal geeft een expositie van de ontwerpen van Tom Schenk. Decorschetsen, kostuums, teken- ingen en maquettes laten zien dat zijn wijze van ontwerpen altijd in directe samenhang is met de sfeer van het stuk. Hij bedrijft geen van de inhoud van het stuk losgezongen estheticisme. Zo is Macbeth (1994) voor hem een stuk dat handelt over het koningschap als een onneembare, massieve vesting: voor deze voorstelling ontwierp hij een kil, ongenaakbaar kasteel waarin stemmen hol weerklinken en waarin je de waterdruppels van het plafond als het ware naargeestig op de vloer hoort tikken. Moeder Courage (1991) voerde hij tot één kenmerk terug, dat van de vergeefsheid van kunst als wapen tegen de oorlog. Hij schetste in houtskool een erebegraafplaats met honderden kruisen. Ervoor staat een vrouw in het wit. Naast haar een vleugelpiano. Ze staart over de begraafplaats, haar handen doelloos. Al kwam in de voorstelling door De Appel dit beeld niet letterlijk terug, deze schets vormt er toch de sleutel van. Katrien, de dochter van Courage, kan nog zo hartbrekend mooi zingen 'Eia popeia / Wat ritselt in 't hooi', ze kan de oorlog niet voorkomen.

Het materiaal dat Schenk gebruikt, heeft alles te maken met de speelstijl van De Appel. Zand, staal, ruw hout, ongebleekte katoenen doeken en steen maken duidelijk dat het toneel een kunstvorm is die dicht bij het aardse staat, het elementaire. 'Theater van de armoede' was ooit de spottende bijnaam hiervoor, maar dat is al te gemakkelijk gedacht. Het is eerder zo dat Tom Schenk de toeschouwers de schoonheid van het ongepolijste materiaal wil laten zien. Toen De Appel begon, speelde men in een tramremise tussen het schroot. De fascinatie voor de schoonheid van voorwerpen die niet bedoeld zijn tot ontroeren, beheerst sindsdien de ontwerpen van Schenk.

Water: nog zo'n element dat bij De Appel past. Voor Goldoni's Trilogie van het Zomerverblijf ontwierp Tom Schenk een Venetiaans kanaal, met vlonders en sierlijke schuitjes. In de handeling speelt het water een beslissende rol. Het schept afstand tussen de personages, het brengt de personages ook naar elkaar toe. Het zachte geklots klinkt mee met de woorden. Ook in deze enscenering is het decor meer dan sfeerscheppende achtergrond: Schenk creëert een ruimte die pur sang theatraal is en zo tot de verbeelding sprekend, dat de toeschouwer het idee heeft zelf een plek in die gefingeerde wereld te hebben. Dat is het mooiste wat een theatervormgever kan bereiken.