De rechten van het kind

De breuken en staartdelingen waarover de achtstegroepers zich die ochtend nog het hoofd hadden gebroken zijn van het bord geveegd en met zijn onberispelijke schoolmeestershandschrift schrijft Ton van der Linden op de grote zwarte vlakte: kinderen hebben geen rechten nodig! Er klinkt beschaafd gemor als meester Van der Linden met zijn robuuste vikinggestalte terugloopt naar zijn stoel. 'Nou?', vraagt hij aan zijn leerlingen terwijl hij de kring rondkijkt, 'wie van jullie kan ik het krijtje geven om een eigen mening erbij te schrijven?'

De eerste jongen die naar het bord loopt schrijft: ik ben het er niet mee eens. Dan volgen leerlingen met meer toegesneden argumenten: kinderen hebben ook aandacht nodig, het maakt niet uit of je kind of volwassen bent, een kind is ook een mens, volwassenen hebben meer ervaring maar kinderen mogen wel meebeslissen. Als het bord vol staat met opmerkingen vraagt de meester aan de kinderen wie er mee mag beslissen over de keuze voor een middelbare school. Alle armen gaan in één beweging de lucht in. 'Dat gaat toch over je eigen toekomst', zegt Emma met lichte verontwaardiging in haar stem. Jennifer knikt: 'Jíj moet toch op die school zitten!'

Al de tweede keer deze week wordt er op de St. Michaëlschool in De Bilt ruim tijd uitgetrokken voor het project Recht en Kind. Samen met medewerksters van de Kinderrechtswinkel is een viertal lessen samengesteld waarin vragen behandeld worden als: wat is recht eigenlijk, is het vanzelfsprekend dat kinderen ook rechten hebben en hoe wordt een straf bepaald. En natuurlijk wordt uitgelegd hoe een Kinderrechtswinkel werkt en met welke vragen je daar terecht kunt.

Deze weken wordt op 32 basisscholen in Midden Nederland onder begeleiding van een wetenschapper aan een project gewerkt ter voorbereiding van de Wetenschapsweek Junior die van 11 tot 14 oktober op de Utrechtse Universiteit wordt gehouden. Die week maken alle achtstegroepers van de meewerkende basisscholen een excursie naar de Universiteit en presenteren meteen de uitkomsten van hun onderzoeksproject. Die projecten kunnen variëren van sterrenkunde tot psychologie en van muziekwetenschappen tot anorganische chemie. Hun gemeenschappelijke thema is dit jaar 'kleur' en dat wordt op allerlei manieren ('de kleur van geluid') ingevuld.

Meester Van der Linden had niet meteen aan rechten gedacht toen hij zich bij de universiteit opgaf: 'Bij plantkunde kon ik me makkelijker iets wetenschappelijks voorstellen dan bij recht'. Hij wil ook niet ontkennen dat het hem aanvankelijk wel erg droge materie leek voor de kinderen.

Maar inmiddels straalt het enthousiasme hem van het gezicht: 'Recht is helemáál niet saai, je kunt zoveel met dit onderwerp doen.'

Elke les wordt met een publiekstrekkertje gestart. Zo speelden de kinderen in een rollenspel een burenruzie over een schutting en zullen ze in de les over discriminatie en recht - de link naar het centrale thema kleur - op persoonlijke wijze worden geconfronteerd met botte achterstelling op grond van uiterlijke kenmerken. Als alles meezit komt ook de vader van Willem nog naar school om gekleed in toga iets te vertellen over het beroep van rechter.

Als de kring is opgeheven en alle tafeltjes weer op hun plaats staan, zetten de kinderen zich aan hun werkbladen. Ze lezen daarin wanneer je minderjarig bent, wat handelsonbekwaam betekent en dat kinderen van 12 jaar en ouder zogenaamd 'hoorrecht' bij de rechter hebben in geval van adoptie of echtscheiding. Een jongetje zit zwaar te zuchten boven een vraag over de rechten van het kind. 'Recht op liefde?', vraagt hij ongelovig als z'n buurjongen een suggestie doet. Hij schrijft het op al lijkt het hem tamelijk triviaal. Langzamerhand groeit zijn lijstje: recht op onderdak, medische hulp, vrijheid, voeding. Hij schudt nog eens z'n hoofd bij zoveel vanzelfsprekendheid.

Ondertussen wordt er achter hem opgewonden gepraat over de ophanging van Van Damme. Er zijn kranteknipsels tevoorschijn gehaald en een meisje houdt haar handen om haar nek en roept uit: 'Getsie, ik vind dat zó ontzettend eng!' Ook de doodstraf wordt druk bediscussieerd. Wat is erger: levenslang of de doodstraf, zo vragen ze zich af. 'Nou', zegt een van de kinderen, 'als je dan toch je hele leven opgesloten moet zitten in een cel dan kun je maar beter dood zijn.' Een jongen begrijpt niet waarom Nederland er niet voor gezorgd heeft dat Van Damme hier berecht werd. 'Hier is dat beter geregeld' vindt hij.

Achter halfopenstaande schuifdeuren wordt hard gewerkt aan vragen voor het Rad van Avontuur, dat op de universiteitsdag met kinderen van andere scholen gespeeld gaat worden. Er ligt al een hele stapel met zelf bedachte vragen over het recht. Sommige zijn multiple-choice: 'Wat heb je nodig om auto te mogen rijden?' A. een auto B. een cd-speler C. een rijbewijs. Andere kwesties zoals: 'hoeveel rechten zijn er in de wereld en hoeveel straffen?' zijn iets moeilijker te beantwoorden en belanden op het stapeltje 'vage vragen'.

Na de bel, als er door een paar leerlingen nog wordt afgewassen, geveegd en gestofzuigd, legt meester Van der Linden uit dat hij aan dit soort projecten meedoet in de hoop dat kinderen gaan nadenken en zich een eigen mening vormen. 'Je moet niet teveel pretenties hebben', glimlacht hij. 'Vroeger, toen ik begon als jong onderwijzertje, dacht ik dat ik Nederland ging veranderen. Nu hoop ik dat ze iets van een kritische houding ontwikkelen waarmee ze zich later door het leven kunnen slaan.'