De deugdzame cirkel van internationale economische vrijheid

MADRID, 29 SEPT. De tachtigjarige oorlog tegen gesloten markten is voorbij. De wereld staat in 1994 aan de poort van de economische situatie zoals die vòòr 1914 bestond, met een stelsel van open markten. Het is de deugdzame cirkel van economische vrijheid, getrokken door het Internationale Monetaire Fonds.

Verjaardagen maken beschouwend. Het IMF en de Wereldbank herdenken dezer dagen hun oprichting, vijftig jaar geleden in Bretton Woods. De Bretton Woods-instituties, zoals ze genoemd worden, hebben Abraham gezien en dat is een moment voor een terugblik. In een apart hoofdstuk over The Postwar Achievement in de World Economic Outlook die vandaag is gepubliceerd, gaat de staf van het IMF in op de achtergronden van de internationale economische groei in de afgelopen vijftig jaar.

“Terugkijkend is het duidelijk dat sprake is geweest van een periode van buitengewone vooruitgang, zonder precedent in de geschiedenis”.

De na-oorlogse periode heeft “een uitzonderlijke economische prestatie” te zien gegeven van groei en verbetering van de levensomstandigheden. De Wereldbank, het IMF en hun stiefbroer de GATT, de algemene overeenkomst inzake tarieven en handel, hebben hun bijdrage daaraan geleverd, niet alleen met leningen en adviezen, maar evenzeer met hun boodschap van open handelssystemen en vrij inwisselbare munten. Want dat was de les die de oprichters van de Bretton Woods-instellingen hadden getrokken uit de depressie van de jaren dertig: het protectionisme en de devaluaties, die toen de crisis voor alle landen verdiepten, mochten in het nieuwe stelsel geen kans meer krijgen.

In de naoorlogse periode was de economische groei per hoofd van de bevolking in de industrielanden groter dan in de periode van de gouden standaard (1880-1914) en (met uitzondering van Duitsland) in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Deels had deze groei te maken met de wederopbouw in Europa en Japan na 1945, maar het gold ook voor een aantal grote ontwikkelingslanden en Rusland (de Sovjet-Unie). “Hoewel de verdeling van de na-oorlogse economische groei niet gelijk over alle landen verdeeld was, heeft vrijwel ieder land ervan geprofiteerd”. Dit was des te opmerkelijker omdat velen na de Tweede Wereldoorlog een herhaling van de depressie vreesden.

Niet het IMF en de Wereldbank maar de Verenigde Saten stelden aanvankelijk met de Marshall-hulp voor West-Europa en het Dodge-plan voor Japan de benodigde dollars beschikbaar om het herstel te financieren. Daarna hielpen de geleidelijke liberalisering van het handelsstelsel en de vrije inwisselbaarheid van de munten om de welvaartsgroei te bestendigen. Groei stimuleerde handel en handel bevorderde groei. Het was, zoals het IMF schrijft, “een deugdzame cirkel van internationale economische expansie”. Zelfs de opeenvolgende crises hebben de wereldhandel niet gehinderd: de dekolonisatie in de jaren vijftig en zestig, de oliecrises in jaren zeventig, de overgang van vaste naar zwevende wisselkoersen in 1971-73, de schuldencrisis van begin jaren tachtig. Er waren recessies, maar geen depressies. En het groeivirus verspreidde zich, vooral in de jaren tachtig, naar steeds meer 'ontwikkelingslanden'.

Vanaf 1973 was sprake van vertraging van de groei in alle industrielanden, met name in Japan en West-Europa. Na de wederopbouw kwamen deze economieën in een fase van rijpheid terecht die de Verenigde Staten, met hun grotere instroom van migranten, sociale ongelijkheid en financiële onstuimigheid, in mindere mate trof.

De groeivertraging van de industrielanden werd door verkeerd beleid versterkt. De inflatie nam scherp toe, de overheidsbemoeienis met de economie eveneens. Verstarrende arbeidsmarktverhoudingen en stijgende overheidstekorten, met als gevolg een daling van nationale besparingen en teruglopende investeringen, versterkten de stagnatie. De schommelingen in wisselkoersen na overgang van vaste naar zwevende koersen in 1973 hadden, volgens het IMF, geen aantoonbare negatieve invloed op de internationale handelsgroei. De liberalisatie van de kapitaalmarkten vergemakkelijkte daarentegen de financieringsmogelijkheden.

In de jaren tachtig is de inflatie teruggedrongen, al was de prijs daarvoor de diepe recessie van 1981-1983. Maar het begrotingsbeleid is nog steeds op het verkeerde spoor. De financieringstekorten van de industrielanden zijn alleen maar toegenomen. Terwijl de overheidsschulden die als gevolg van de oorlogsuitgaven waren ontstaan in de loop van de jaren vijftig en zestig werden weggewerkt, namen de tekorten weer toe in de maakbaarheidsjaren zeventig en de schuldenjaren tachtig. “De grote tekorten leiden tot een groeiende staatsschuld die gefinancierd wordt door potentiële particuliere investeringen met zeer hoge reële rentes uit de markt te drukken.”

Open markten scheppen grotere welvaart. Hoewel de integratie van de wereldeconomie met sprongen vooruit is gegaan, zijn er nog gebieden die kunnen profiteren van grotere openheid. Na de ineenstorting van de planeconomieën moeten de ex-communistische landen snel meer toegang krijgen tot de (Westeuropese) markten. Ook het proces van economische integratie en handelsliberalisatie tussen de landen van Latijns Amerika staat nog aan het begin.

De kapitaalmarkten zijn verder gevorderd in hun liberalisatie. Ongehinderd kan kapitaal zich bewegen en in dat verband vergelijkt het IMF de huidige situatie met die van vòòr 1914. Na tachtig jaar onderbreking, na een depressie en twee wereldoorlogen is de wereld eindelijk terug bij de liberale internationale orde die voor 1914 bestond.

“De geschiedenis leert dat verstandig macro-economisch beleid en open internationale markten voor kapitaal en goederen kunnen leiden tot een deugdzame cirkel waarin individuen worden aangemoedigd om te sparen en te investeren en aldus de economische groei genereren, die op zijn beurt de beste ondersteuning biedt voor een goed beleid”, besluit het IMF. Verstandig beleid en open markten: het klinkt eenvoudig. De terugblik op de afgelopen vijftig jaar laat zien hoe groot de economische vruchten hiervan zijn en hoe moeilijk deze soms zijn te plukken.