Amsterdam bestrijdt suprematie Londen met nieuwe computers; Beurs aan vooravond nieuw tijdperk

AMSTERDAM, 29 SEPT. De Amsterdamse effectenbeurs in zijn traditionele vorm en de typisch Nederlandse hoekman zijn vandaag opgehouden te bestaan. Om 12.00 uur heeft het beursbestuur de stekker uit het stopcontact getrokken en een einde gemaakt aan de aandelenhandel die een eeuw lang nagenoeg onveranderd was gebleven. Morgenochtend om 10.30 uur moeten 20.000 nieuwe telefoonlijnen zijn aangelegd en begint een vernieuwd en geautomatiseerd handelssysteem.

De ingrijpende hervorming heeft tot doel Amsterdam als financiële markt weer op de landkaart te zetten en bovenal de effectenbeurs in Londen naar de kroon te steken. De geautomatiseerde handel per beelscherm moet de transactiekosten drukken en daarmee de handel via Amsterdam aantrekkelijker maken voor beleggers die de laatste jaren de voorkeur gaven aan de Britse hoofdstad.

Het verlangen om de suprematie van Groot-Brittannië aan te tasten is uitgegroeid tot een obsessie bij het beursbestuur, dat teert op een roemrijk verleden. De Amsterdamse effectenbeurs was in de zeventiende eeuw de belangrijkste ter wereld, een parel in de kroon van de Nederlandse Gouden Eeuw. De verhandelde aandelen - waaronder de oudste die nog bekend zijn - vormden die jaren de asregen van de vulkanische handelseconomie. Zelfs aartsrivaal Engeland was tijdelijk niet opgewassen tegen de financiële macht van Holland, vooral toen de zeesoldaat De Ruyter bij Londen de ketting op de Theems liet stukvaren.

“Driehonderd jaar geleden (...) was Engeland tamelijk benauwd voor ons”, liet W.F. Hermans in 1964 een Engeland-hater verzuchten, die de teloorgang betreurde van de Hollandse macht en de opkomst van Groot-Brittannië: “Al te goedhartige Michiel Adriaanszoon de Ruyter! (...) Had hij nog even doorgestoten, Londen in brand gestoken en de rest van de inwoners aan de Duitsers verkocht, de Europese beschaving zou zijn gered.”

Zo hoog lopen de emoties in 1994 niet op. Toch kampt het Amsterdamse beursbestuur al jaren met een minderwaardigheidscomplex. De aandelenbeurs van Amsterdam is - gemeten naar de aandelenomzet - afgegleden naar een zesde plaats in Europa, terwijl de beurs in Londen is uitgegroeid tot Europa's grootste en de nummer drie in de wereld. De tien keer zo grote Britse markt heeft bovendien de handel in oer-Hollandse aandelen goeddeels weggekaapt.

De naderende omwenteling die daarin verandering moet brengen doet bij enkele beurshandelaren de koorts oplopen, maar stuit bij andere op scepsis. “Wij hebben er hoge verwachtingen van”, zegt directeur H. Kroon van hoekmansbedrijf Van der Moolen gejaagd. C. Molenaar, hoofd beleggingen van verzekeraar Delta Lloyd: “Voor een oordeel heb ik te weinig informatie, te weinig om het systeem zelfs maar het voordeel van de twijfel te gunnen.”

Pag.20: Traditionele verenigingsstructuur en beurshausse vertraagden Amsterdams offensief; High-tech geeft de traditionele tempel van geld nieuwe toekomst

Het nieuwe handelssysteem betekent een ingrijpende gedaanteverwisseling van de effectenbeurs, die sinds meer dan een eeuw niet wezenlijk is veranderd. “Zoiets als dit gebeurt hooguit eens in de 100 jaar”, zegt hoekman Kroon. In drieënhalve eeuw heeft de handel in Nederlandse aandelen nimmer zo'n verandering-ineens ondergaan. De 'beurs van morgen' is een aardverschuiving op de financiële markt, die zwaar leunt op zijn verleden.

Het beursgebouw aan het Damrak verraadt met de eclectische architectuur van Cuijpers een hang naar traditie en de 'beurs van gisteren'. In een vitrine hangt een aandeel van 345 florijnen op naam van Dirck Pieterszoon uit 1606 als eigendomsbewijs voor pepers van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC): het geldt als het oudste aandeel ter wereld en is daarmee een soort geboorte-akte van de Nederlandse beurs.

In het trappenhuis hangt een plaquette ter herinnering aan de oprichting van de Vereniging voor de Effectenhandel, die werd opgericht in 1876 en nog steeds de 'beurs' belichaamt. De leden van de vereniging zijn naast de grote banken zoals ABN Amro, ING en Rabo, ook de commissionairs (handelshuizen met in het ene geval wel, in het andere geval geen bankstatus) en de hoeklieden. Tot vandaag zijn het uitsluitend deze leden geweest die de handel drijven op de stemmige beursvloer. Banken en commissionairs plaatsen namens hun klanten of zichzelf orders bij de hoeklieden in hun nissen, die de koers bepalen en de orders afwikkelen.

Het lot van de Nederlandse beurs in zijn traditionele vorm werd eigenlijk bezegeld in 1986, toen in Londen de 'Big Bang' (oerknal) plaatshad en een volledig geautomatiseerde schermenhandel onder de naam SEAC werd ingevoerd. Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars die premie-gelden moeten investeren, konden nu rechtstreeks met elkaar handelen zonder courtage te hoeven afdragen aan een tussenpersoon op de vloer. Het werd voor de beleggers dus veel goedkoper om in Londen aandelen in Nederlandse fondsen te kopen en te verkopen dan in Amsterdam, met als gevolg dat in de jaren na de oerknal meer dan de helft van deze aandelenhandel uit Nederland 'weglekte'.

De kwetsbaarheid van de Nederlandse aandelenmarkten werd daarmee pijnlijk blootgelegd. Op zichzelf is de omvang van de beurs in verhouding tot de economie niet zo heel klein en ongeveer de vijfde van Europa gemeten naar de totale beurswaarde van de genoteerde bedrijven (400 miljard gulden). De marktkapitalisatie is daarmee een vijfde van die van Londen (2.100 miljard gulden), maar de omzetten (een tiende van Londen) blijven daarbij sterk achter. Van de totale marktkapitalisatie komt bovendien 40 procent voor rekening van Koninklijke Olie en Unilever en juist van deze ondernemingen worden de aandelen wereldwijd verhandeld.

Dat de Londense oerknal niet iedereen in financieel Amsterdam wekte, hangt sterk samen met de traditionele verenigingsstructuur die op de beursvloer als 'de tennisclub' wordt aangeduid. De grootbanken ABN en Amro (inmiddels gefuseerd), NMB (nu ING) en Rabo drongen sterk aan op een modernisering om hun klanten - vooral institutionele beleggers - goedkoper aan aandelen te helpen. De hoeklieden voelden daarvoor niets omdat dit ten koste zou kunnen gaan van hun inkomsten. De traditie won voorlopig, ook al doordat de beurshausse eind jaren tachtig de geldbuidels van alle marktpartijen aardig had gevuld.

“Het beleid van de beurs is dorpspolitiek. Het bedrijfsleven is dan wel internationaal georiënteerd, maar iedereen blijft toch Nederlands. Je gaat makkelijker naar een receptie in Amsterdam dan in Londen, dat is een sociologisch proces. Onderling bestaat daardoor behoorlijk wat solidariteit en collegialiteit en wederzijdse sympathie”, zegt een bestuurder van een grootbank. Het gevoel van verbondenheid leidde slechts tot de lobbygroep Amsterdam Financieel Centrum, die onlangs werd ontbonden na een vergeefse poging om de Europese bank binnen te halen.

De kentering kwam begin jaren negentig, toen de aandelenkoersen inzakten en duidelijk werd dat Amsterdam een markt voor lokale fondsen dreigde te worden. De macht van de grootbanken was door de fusies bovendien toegenomen en vooral bestuurder D. Meijs van ABN Amro - goed voor 40 procent van de Nederlandse beurshandel - liet merken dat de maat vol was: de beurs ging wat doen of de bank ging voortaan alles via Londen verhandelen. De klap op de vuurpijl was een rapport van het adviesbureau McKinsey in 1992, waarin de dramatische cijfers over de naar Londen verdwenen aandelen- en obligatiehandel stonden.

Vorig jaar werd de Amsterdam Treasury bond Market (ATM) ingevoerd, een systeem van schermenhandel waarmee beleggers rechtstreeks met elkaar kunnen handelen. Inmiddels is een groot deel van de obligatie-handel naar Amsterdam teruggekomen, maar de beurs wil niet zeggen hoeveel. Een indicatie geeft de zogeheten 'Londen-ratio' van De Nederlandsche Bank: werd begin 1993 nog 60 procent van de Nederlandse staatsobligaties in Londen verhandeld, eind 1993 was dat - waarschijnlijk dank zij ATM - gedaald tot 30 procent.

De beurs hoopt op een soortgelijk succes voor de aandelenhandel, waarvoor een buitengewoon ingewikkeld systeem is uitgedokterd. Uit vragen van handelshuizen maakt de beurs op, dat nog steeds niet iedereen de finesses doorgrondt. Een Britse belegger kreeg op een vraag aan zes commissionairs drie verschillende antwoorden. “Het is alsof je op pad gaat om een paard te tekenen en thuiskomt met een kameel”, heeft een andere Britse belegger al verzucht.

De nu geïntroduceerde schermenhandel is gesplitst in een zogeheten wholesale-segment voor de grote orders en retail-markt voor kleine orders, waarbij de grens voor bijvoorbeeld Koninklijke Olie ligt op 10.000 aandelen. De grote transacties worden uitgevoerd op twee verschillende wholesale-markten, waarbij Asset min of meer een kopie is van het Londense Seac. Asset is een soort advertentie-scherm waarin banken prijzen bekend kunnen maken voor grote orders en beleggers rechtstreeks met elkaar kunnen handelen. In Aida, de markt die wordt onderhouden door de drie grootbanken, moeten de leden onderling bied- en laatprijzen afgeven voor grote orders.

Op de retail-markt geven de hoekmansbedrijven - de afgelopen maanden in aantal verminderd van 24 tot 9 - de bied- en laatprijzen af voor kleine orders van de particulieren. De hoeklieden zijn daarbij in tegenstelling tot voorheen toen ze in verschillende fondsen handelden, specialist in één fonds geworden, waarbij zij niet alleen bemiddelen maar ook zelf posities moeten innemen. Voor de afwikkeling van de orders ontvangen zij een courtage, die afhankelijk van het werk dat het hen kost laag (0,16 promille) of hoog (0,8 promille) is.

De grote voordelen van het systeem is dat handelaren altijd van hun stukken afkunnen en dat de kosten door de (semi-) automatische afwikkeling laag blijven. De hoop van de beurs is daarbij vooral gevestigd op Asset, waarin de concurrentie van buitenlanders moet leiden tot scherpe prijzen in het wholesale-segment. Doordat de hoekman op retail-markt binnen deze prijzen blijft moeten ook de kleine orders goedkoper blijven.

De vraag is of de broodnodige buitenlanders wel zullen komen, nu de beurs blijft vasthouden aan de eis dat buitenlandse huizen een vestiging in Nederland moeten hebben. Directeur J. van Marle van het naar Londen verhuisde CS First Boston - in principe bereid 25 fondsen te onderhouden - verwacht nog steeds overeenstemming te bereiken met het beursbestuur. De beleggers hebben bovendien nogal wat bezwaren tegen het feit dat de markt wel doorzichtig is voor de leden, maar niet voor de klanten.

Vooral de rol van de hoekman is menigeen een doorn in het oog, omdat hij op alledrie de schermen toegang heeft en zo veel meer informatie heeft dan de klant. “Hij zit in de driving seat”, heeft een Britse belegger al gemopperd. “Een spin in het web, die veel kan verdienen als hij het slim aanpakt”, zegt Molenaar van Delta Lloyd. Kroon van Van der Moolen antwoordt geïrriteerd: “Als je schoenen koopt, ken je toch ook niet de inkoopsprijs?”

Een ander nadeel is dat er geen centrale koersvorming meer bestaat, doordat bij de grote orders de prijs mede wordt bepaald door de omvang. Een onoverkomelijke hindernis voor Duitse beleggers, die alleen mogen handelen met zogeheten officiële prijzen. Bij de kleine orders zijn er wel officiële prijzen, maar dat zijn er zoveel dat alleen een 'selectie' wordt gepubliceerd.

De eindeloze stroom orders vloeit voort uit het systeem, waarbij orders hetzij met een 'limiet' (vaste prijs) worden verhandeld of tegen de dan geldende prijs (bestensorder). Doordat het wie-het-eerst-komt-maalt-principe regeert, kan het bij limiet-orders dagen duren voordat deze worden uitgevoerd. Bij bestelsorders kan het gebeuren dat wie drie seconden later is dan een ander zijn stukken tegen een lagere prijs ziet weggaan. Effectenhuizen moeten dus voortdurend prijzen afgeven om niet achteraan in de rij te komen.

De handelaren kunnen in deze nieuwe opzet “niet eens naar de wc”, omdat zij voortdurend drie schermen moeten bewaken. Effectenkantoren zijn inmiddels een jacht begonnen op elkaars ervaren mensen en bieden soms een salarisverdubbeling, met als gevolg dat bij enkele huizen de arbeidskosten van handelaren met 40 tot 50 procent zijn gestegen. De gestegen kosten worden naar verwachting nauwelijks gecompenseerd door de lagere courtages, want hoeklieden zullen in vele gevallen het hoge tarief berekenen. Per saldo blijven de totale courtagekosten zweven rond de huidige 0,5 promille, zodat de effectenhuizen met veel particulieren minder zullen profiteren dan de grootbanken met hun grote orders.

Een handelaar spreekt van “kinderziekten, die we de baas worden”. Een beurswaarnemer is cynischer en vergelijkt het nieuwe systeem met het als superwasmiddel aangekondigde maar dramatisch mislukte Omo Power: “Het wordt met net zoveel veel bombarie gelanceerd, maar zal uiteindelijk even goed niets opleveren.”