Wulpse augurken

Het opwindendste televisieprogramma dat ik ooit zag ging over komkommers en augurkjes. Het werd een jaar of drie geleden uitgezonden op zo'n Amsterdamse stadszender die altijd van alles herhaalt - maar dit heb ik helaas nooit teruggezien.

Het was opwindend en ook hilarisch. Je zag augurkjes die wulps schokten en zich in steeds groteren getale door doorboorde komkommers heen persten. Nee, zij persten zich niet zelf, je zag gewoon handen die ze duwden. Er waren allerlei varianten in het spel, allerlei soorten openingen in de komkommers, het ging steeds wilder toe, ik geloof dat er later ook augurkjes tot prut werden gedrukt. De muziek op de achtergrond was even hitsig als monotoon.

Het thema van het programma moeten komkommers zijn geweest, want soms zag je ineens beelden van een groentestal op een markt. Uiteindelijk (of was dat ook tussendoor?) werden er echt ontuchtige dingen met komkommers gedaan. Erg spannend weliswaar, maar ook een beetje jammer, want het was niet nodig geweest. Het suggestieve gedoe met die onschuldige vruchten des velds, waarbij in geen velden of wegen een geslachtsdeel te bekennen was, en toch vreselijk schunnig: dat was geniaal.

Ontucht, om dat bedreigde woord nog even te herhalen, is in de mode. Geilheid druipt van de reclameborden, zodat verschrikte oma's met hun kleinkinderen de stad niet meer in durven. Ouders die het vervelend vinden als hun kinderen pompende menselijke onderdelen in bedrijf zien, moesten deze maand sextember een streng tv-verbod na acht uur 's avonds uitvaardigen.

Natuurlijk, het is commercie. Wie iets te verkopen heeft maar geen argumenten kan verzinnen, grijpt op een gegeven moment naar het grofste lokmiddel dat niet verboden is. En er is niet zo veel meer verboden. Straks krijgen we hier net als in Amerika de Nieuwe Kuisheid, dan zullen we zien wat erger is.

Kunst, dat is weer iets heel anders dan reclame. Dat is althans het idee. Maar sommige problemen hebben sommige hedendaagse kunstenaars toch gemeen met sommige reclamemakers. Ook hier hunkert wie minder begaafd is, toch naar aandacht en erkenning. Ook hier kunnen grove middelen verrassend succesvol blijken.

En zo zijn de meest gevierde kunstenaars van de dag degenen die de geilheid van de muren van het Stedelijk Museum doen druipen. De 'relevantie' van hun werk is ingebouwd: is dit niet een van seks bezeten tijdsgewricht? Nou dan.

Op het ogenblik heeft het Stedelijk wat werken uitgeleend aan een feministisch kunstcentrum aan het Singel in Amsterdam. Men had daar de ontroerende ambitie om met een tentoonstelling in twee zaaltjes een beeld te geven van de seksualiteit in de kunst van de afgelopen dertig jaar. Lust voor het oog heet de expositie, die natuurlijk niet zomaar voor het leuke is, maar een zwoegende, zoekende ondertoon heeft.

Toch kunnen zwoegen, zoeken noch het lokkende onderwerp beletten dat je naar kunst kijkt alsof het kunst is. De moeite van het bekijken waard, zeg maar. En ach, hoe duidelijk wordt dan de superioriteit van een paar wulpse augurken boven de meeste kunstenaars die op die expositie te zien zijn. Hun primitiviteit, hun armoede.

Zoals Berend Strik met zijn bekende fotocollage, waarin zingende engelen van Van Eyck tegenover zuigende vrouwen uit pornobladen staan. Of de wezenloze foto's van Lena Tuzzolino, die zo geboeid is, vergeef mij het woord, door de seksuele communicatie en het kleurige licht in SM-studio's. Of het gipsen beeld 'Falling Man' van Elisabet Stienstra, waarvan de belangrijkste verdienste schijnt te zijn dat het aan Icarus doet denken. Andere verdiensten ontbreken dan ook geheel.

Ik weet niet of dat tv-programma met die augurkjes als kunst was bedoeld. Het is te hopen van niet, zoiets kan het beste een aardigheidje blijven. Maar Strik, Tuzzolino en Stienstra, die zijn kunst. Kunst die 'zich bezighoudt met' seks. Die het Stedelijk koopt. Waar scripties, exposities, analyses, subsidies aan te pas komen. Ik kan het niet helpen maar ik vind dat stom.

Voorts ben ik van mening dat die augurkjes gauw weer op de televisie moeten komen.