'Wel versnelde instroom, geen generaal pardon'

DEN HAAG, 28 SEPT. Staatssecretaris Schmitz (justitie) houdt vast aan het verwezenlijken van de versnelde instroom van erkende vluchtelingen, zoals dat door het vorige kabinet is bepaald.

Dit bleek gisteren tijdens interpellaties in de Kamer naar aanleiding van berichten in een aantal dagbladen waarin sprake zou zijn van een generaal pardon. Van een generaal pardon voor asielzoekers uit gedoogdenlanden die voor 1994 naar Nederland kwamen, is volgens haar geen sprake. Er is een inhaaloperatie aan de gang om achterstanden bij de behandeling van asielverzoeken weg te werken, zo liet zij de Tweede Kamer gisteren weten.

De versnelde behandeling moet ertoe leiden dat asielzoekers eerder weten waar ze aan toe zijn. Als gevolg van de trage behandeling van asielverzoeken zijn de opvangcentra overvol geraakt. Wekelijks moet voor ongeveer 500 asielzoekers noodopvang worden gezocht.

Het Tweede-Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) legde de versnelde afhandeling van asielzoekers uit gedoogdenlanden als Irak, Iran, Somalië en Afghanistan uit als een versoepeling van het beleid, “een aanzienlijke beleidswijziging die geen goed doet aan het draagvlak dat er in de Nederlandse samenleving moet zijn voor het opvangen van echte vluchtelingen”. Daar gaat een aanzuigende werking van uit, waarschuwde hij. Schmitz is daar niet bang voor. Van een versoepeling is volgens haar geen sprake: elke asielaanvraag wordt nog individueel beoordeeld. “Noch het vorige kabinet, noch het huidige heeft gebroken met het stringente toelatingsbeleid”, aldus de staatssecretaris. Zij wees De Hoop Scheffer erop dat het aantal asielzoekers wier verzoek is afgewezen dit jaar fors is toegenomen. In 1993 werd 42 procent van alle asielverzoeken afgewezen, nu ongeveer zeventig procent.

Sinds de nieuwe vreemdelingenwet op 1 januari in werking is getreden, bestaat de gedoogdenstatus niet meer en krijgen vluchtelingen uit gedoogdenlanden een voorlopige vergunning tot verblijf. Schmitz' voorganger Kosto riep de gedoogdenstatus in 1992 in het leven voor asielzoekers die geen recht hadden op een verblijfsstatus, maar die Justitie wegens de onveilige situatie in hun land ook niet kon terugsturen. Na drie jaar kregen zij op humanitaire gronden een vergunning tot verblijf. Intussen zijn verzoeken van 8.000 gedoogden met voorrang behandeld, aldus Schmitz, waarvan tien procent is afgewezen. Overleg over de opvang van asielzoekers tussen kabinet, gemeenten en provincies, zal volgende week worden voortgezet.