Vervoerders en kabinet botsen over Eurovignet

DEN HAAG, 28 SEPT. Het besluit van de Europese Transportraad geen verdere compensatie voor het Eurovignet te verlenen heeft het conflict hierover tussen kabinet en vervoerders opnieuw doen oplaaien.

De verladersorganisatie EVO heeft minister Jorritsma (verkeer en vervoer) geschreven dat zij “de deur al dichtgooit” voordat de transporteurs op 13 oktober met de minister spreken.

Maandag overlegde minister Jorritsma met haar collega's over de invoering van het Eurovignet, die is voorzien voor 1 januari 1995. Het vignet wordt alleen in Duitsland, Denemarken en de Benelux ingevoerd. Oorspronkelijk wilde Duitsland eenzijdig overgaan tot het invoeren van een vignet voor vrachtwagens. Duitsland wilde op die manier compensatie voor het toenemende gebruik van snelwegen door internationaal vrachtverkeer. Het vignet wordt verplicht voor vrachtwagens van minimaal 12 ton en kost 1650 gulden per jaar voor een vrachtwagen met drie assen of minder en 2750 gulden voor een vrachtwagen met vier assen of meer.

De EVO schrijft nu dat de lastenverzwaring “zeker voor ondernemers die uitsluitend binnen Nederland goederen vervoeren onacceptabel is”. Volgens de verladersorganisatie gaat het “alleen al voor bedrijven met eigen vervoer” om een lastenverzwaring van 65 miljoen gulden per jaar. Daar komt dan nog de lastenverzwaring voor het verladende bedrijfsleven bij, aldus de EVO.

Anderhalve week geleden, bij de presentatie van haar begroting, kondigde minister Jorritsma aan nog eens met de vervoerders over compensatie voor het Eurovignet te willen praten. De opbrengst voor Nederland wordt geschat op 260 miljoen gulden. Hiervan wordt de helft besteed aan infrastructuur, de andere helft gaat terug naar de vervoerders in de vorm van minder motorrijtuigenbelasting.

Jorritsma zei dat zij de compensatie wil “verfijnen”, zodat de verlaging van de motorrijtuigenbelasting daadwerkelijk terechtkomt bij de vervoerders met de zwaarste lasten. Van volledige compensatie, zoals de vervoerders willen, kan volgens Jorritsma echter geen sprake zijn.