Van Mierlo wil snel inzetbare VN-brigade

NEW YORK, 28 SEPT. Nederland is voorstander van een permanent beschikbare en snel inzetbare militaire VN-brigade voor crisisgebieden. Dit heeft minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) gisteren gezegd in zijn rede tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

“Als lidstaten niet in de positie zijn het noodzakelijke, militaire personeel ter beschikking te stellen, wordt het dan niet onvermijdelijk voor ons de instelling te overwegen van een voltijdse, professionele, altijd beschikbare en snel inzetbare VN-brigade voor dit doel: een VN-legioen ter beschikking van de Veiligheidsraad?”, zei Van Mierlo. “Zo'n relatief klein, internationaal geheel uit vrijwilligers bestaand brandweerkorps kan de VN in staat stellen levens te redden in situaties zoals Rwanda.”

Van Mierlo bepleitte ook de instelling van een speciaal orgaan van de Veiligheidsraad, “waarin alle aspecten van vredebewarende operaties bediscussieerd kunnen worden met de belangrijkste troepenleveranciers”. Hij zei dat de V-raad, met vijf permanente en tien roulerende leden, niet langer als een “exclusieve club” kan opereren.

Nederland is “de facto de elfde contribuant aan het VN-budget” en staat op de tiende plaats van troepenleveranciers, aldus Van Mierlo. “En toch zijn we niet betrokken bij de besluiten van de Raad waarin de mandaten en modaliteiten van deze operaties zijn neergelegd. De leden van de Veiligheidsraad moeten niet vergeten dat zij hun gezag uitoefenen namens alle leden.” De minister riep op tot systematische en onafhankelijke rapportages over vredebewarende operaties, die niet meer met het stempel “vertrouwelijk” in bureauladen bij de VN mogen verdwijnen.

Van Mierlo pleitte ook opnieuw voor toelating van Duitsland en Japan als permanente leden van de Veiligheidsraad. “Zij hebben hun bereidheid uitgesproken een groter deel van de algemene last op zich te nemen, en zij hebben de macht en de middelen om dat ook te doen. Hun permanente aanwezigheid in de Veiligheidsraad zou het gezag en de mogelijkheden van de VN als geheel aanzienlijk vergroten.” De minister stelde tevens een “rechtvaardige vertegenwoordiging” van verschillende regio's voor en achtte overeenstemming mogelijk over een uitbreiding van de V-raad tot “laag in de twintig” zetels.

In een toelichting zei Van Mierlo te denken aan een multinationale VN-brigade van “iets van 5.000 man”. Die zou kunnen worden opgesplitst in kleinere regionale eenheden die “bij een vroege waarschuwing” snel uitrukken “zodat we niet blijven wachten op een massaslachting”. Van Mierlo doelt op situaties waarin regeringen niet bereid zijn tot inzet van de eigen krijgsmacht wegens de grote persoonlijke risico's en de afwezigheid van een direct eigen veiligheidsbelang.

“Het gaat om acute crises waar de konijnengekte uitbreekt. Ze moeten niet het werk overnemen van de peace-keeping-operaties of een wereldwijde politiemacht worden”, zei de minister. Het personeel zou direct geworven en gecontracteerd moeten worden door de VN. “Je kunt ze in verschillende plaatsen van de wereld opleiden.” Hiervoor moet de infrastructuur van krijgsmachten worden gebruikt.

Voor Nederland zou het plan onder meer kunnen betekenen dat uitzondering dient te worden uitgemaakt op het grondrechtelijk verbod om in vreemde krijgsdienst te treden. Van Mierlo: “Dit gaat buiten de parlementen om. Dit is een contract met de VN. Waarom zou dat vreemde krijgsdienst zijn?”

De minister erkende dat zijn idee nog niet is uitgekristalliseerd en dat hij het bewust niet als voorstel heeft gelanceerd. “Anderen moeten er eerst maar op reageren. Ik heb het ook nog niet besproken in de EU. Het is tijdens het werken aan de speech ontstaan. Ik dacht: de logische lijn leidt hier naar toe. Nederland wilde tenslotte zelf ook geen troepen naar levensgevaarlijke landen sturen.”

Van Mierlo verwees gisteren in zijn rede naar de “zeer ontmoedigende” resultaten van de eerste test met een zogeheten stand-by force in Rwanda. Geen enkel land dat troepen had toegezegd, was uiteindelijk bereid deze ook te leveren voor een snelle inzet.

Het centrale thema in de toespraak van de minister gisteren was de geloofwaardigheid van het gezag van regeringen en van de VN. “Het is mode geworden om, wanneer de verwachtingen niet worden waargemaakt, de tekortkomingen aan de VN zelf te wijten”, zei hij. “De lidstaten valt net zoveel te verwijten als de organisatie zelf, die worstelt als onze trouwe dienaar.” In plaats van de VN tot zondebok te maken moeten de lidstaten op tijd hun contributies betalen zodat de VN de rol kunnen spelen die van hen verwacht wordt. De lidstaten moeten ook hun houding veranderen en “kunnen niet langer onverschillig blijven tegenover het lot van onze medemensen, ook al wonen ze op een ander continent”.

“De menselijke tragedie in Rwanda zal altijd een schande blijven voor de internationale gemeenschap”, zei Van Mierlo. “In het voormalige Joegoslavië en elders is de wereldgemeenschap er niet in geslaagd het afbreken van een beschaafde samenleving en de neergang naar barbarij te stoppen. Zulke mislukkingen ondermijnen het geloof van mensen in het gezag van de VN, van regionale organisaties en regeringen, en inderdaad, in het openbaar gezag als zodanig.” Het gezag van een regering hangt niet alleen af van haar eigen geloofwaardigheid, zei hij. “Het hangt ook af van de geloofwaardigheid van het bredere internationale gezag waar regeringen een rol in spelen.”