Tongwerk

Om te beginnen bel ik met Kasper Jansen. Het loeien van koeien? Niet dat hij weet. Koeiebellen wel, Mahler, de Zesde, de Zevende trouwens ook. Maar loeien nee. Zo beestachtig, zo bruut, zo glissando, hoewel zo'n woord in dit verband in feite alweer veel te netjes is.

Dan bel ik met Maarten 't Hart. Hij denkt aan Don Quixote van Richard Strauss, maar bij nader inzien: daar hoor je wel het blaten van schapen, niet het loeien van koeien. Zelf zou hij voor dat loeien een kerkorgel kiezen, een van de tongwerken, de dulciaan, of de schalmei. En of ik niet wil vergeten dat het loeien van koeien iemand ook behoorlijk op zijn zenuwen kan gaan werken.

Dan kijk ik bij Guido Gezelle.

Heur' trompe steekt de koe, zegt hij in een avondgedicht, des te prachtiger omdat dit zowel het geluid als de beweging omvat. Van Dale geeft voor tromp: blaashoorn, jachthoorn, bazuin en dat zal wel kloppen, deze instrumenten bestrijken naast het donkere ook het schelle in het loeien van koeien.

Tot besluit draai ik het fagotconcert van Mozart, KV 191. Eerst de geijkte strijkages van het orkest, dan opeens het opspelen van de fagot, hol, deftig, schaamteloos. Ik weet niet precies wat het met koeien te maken heeft, maar altijd weer onvoorstelbaar komisch.