Therapie en anti-depressiva ter discussie in zaak-Chabot

Het Medisch Tuchtcollege heeft de zaak-Chabot, de psychiater die hulp verleende bij de zelfmoord van een geestelijk lijdende vrouw, tot volgend jaar aangehouden.

AMSTERDAM, 28 SEPT. Zo langzamerhand heeft hij met de onzekerheid leren leven. Met een glimlach zegt B.E. Chabot tegen het einde van de zitting tegen het College voor Medisch Tuchtrecht dat hij geen bezwaar heeft tegen een uitstel van bijna vier maanden van de behandeling van zijn zaak. De Haarlemse psychiater moest zich gisteren in Amsterdam opnieuw in een beklaagdenbank verantwoorden voor de hulp die hij verleende bij de zelfdoding van een geestelijk lijdende vrouw uit het Drentse Ruinen, precies drie jaar geleden.

Na een rechtszaak in Assen, het hoger beroep in Leeuwarden en de uitspraak van de Hoge Raad, deze zomer, was het gisteren de beurt aan de geneeskundig inspecteur voor de geestelijke volksgezondheid voor Noord-Holland, E.J.M.F. Gerritsen, om Chabots handelen voor te leggen aan een rechtsprekend orgaan. Gerritsen verwijt Chabot dat hij “op ernstige wijze het vertrouwen in de medische stand heeft geschaad”. Hij kan straffen eisen die variëren van een berisping tot ontzegging van de bevoegdheid het medisch beroep uit te oefenen.

Op verzoek van de raadsman van Chabot, de Arnhemse advocaat E.Ph.R. Sutorius, wordt de zaak tot volgend jaar januari aangehouden. Een plotseling door het Medisch Tuchtcollege opgeroepen deskundige, prof.dr. R. van den Hoofdakker, bleek te weinig tijd te hebben gehad om zich voldoende te kunnen verdiepen in het meer dan duizend pagina's tellende dossier-Chabot. Overigens zei Sutorius “verbaasd” te zijn over het feit dat de geneeskundig inspecteur de zaak aanhangig heeft gemaakt bij het Tuchtcollege. “Ik vind het bezwaarlijk voor mijn cliënt dat hij tweemaal wordt berecht voor hetzelfde feit.”

Chabot zelf, inmiddels uit het hoofd citerend uit briefwisselingen en gesprekken tussen hem en zijn patiënte, leek zich er niet om te bekommeren.

Geneeskundig inspecteur Gerritsen wil van het Tuchtcollege een principiële uitspraak over het handelen van Chabot bij de hulp bij de zelfdoding van de 50-jarige mevrouw B. Met name over de vraag of er voor de geestelijk lijdende vrouw geen andere oplossing was dan de door haar gewenste zelfmoord.

Niet bekend

De zitting bij het Tuchtcollege draaide gisteren vooral om de vraag in hoeverre een rouwverwerkingstherapie of behandeling met anti-depressiva de situatie van mevrouw B. had kunnen verbeteren. Zij weigerde de herhaaldelijk door Chabot aangeboden behandelingen en was volgens kennissen en familieleden “kwaad en teleurgesteld” over het feit dat Chabot aanvankelijk “nog een lichtpuntje zag” en niet direct haar stervenswens inwilligde. Medicijnen die haar depressie konden onderdrukken, zo concludeerde Chabot na een aantal gesprekken met mevrouw B., zouden haar vermoedelijk alleen maar meer energie hebben gegeven om een weg te zoeken naar het einde. “Zij wist dat een lichte verbetering door medicijnen het gat in haar leven niet zou wegnemen”, zei Chabot.

Volgens geneeskundig inspecteur Gerritsen was B. niet onbehandelbaar. Hij maakte een vergelijking met moeders in Bosnië en Rwanda die ook al hun kinderen verliezen en toch een weg vinden om verder te leven. Hij sloot niet uit dat B.'s situatie met anti-depressiva of een gerichte therapie was te verbeteren. Psychiatrie-deskundige prof. Van den Hoofdakker meende dat een poging om B. met anti-depressiva te behandelen “de moeite waard was geweest”. Met dergelijke medicijnen verandert iemands stemming, aldus Van den Hoofdakker. “Als de stemming van een patiënt verandert, zal eenzelfde situatie anders worden beoordeeld.”

De behandeling van de zaak-Chabot wordt op 17 januari voortgezet. Daarbij is het overigens nog de vraag of de inspectie voor de geestelijke volksgezondheid voor Noord-Holland tegen die tijd nog bestaat, zei inspecteur Gerritsen gisteravond tegen het Medisch Tuchtcollege. Zijn opmerking houdt verband met de integratie van de inspectie geneesmiddelen, de geneeskundige inspectie voor de geestelijke volksgezondheid en geneeskundige inspectie van de volksgezondheid. Samen zullen zij de inspectie gezondheidszorg vormen.