Terug naar Zischka

Het belangrijkste punt op de agenda van de twee wereldleiders in Washington is niet het doen en laten van lastposten als Karadzic en Cedras of de verdere vermindering van de atoombewapening, maar de olie in de regio van de Kaspische Zee en de vraag waar de pijpleidingen moeten komen. Dat is de verrassende conclusie van Jim Hoagland, de columnist die langzaamaan groeit tot de volgende in de rij van grote Amerikanen, na Walter Lippmann en James Reston.

De olievelden in Azerbajdzjan, Toerkmenistan en Kazachstan, lang verwaarloosd, zijn zo rijk dat ze een 'nieuw Koeweit' worden genoemd. Een consortium van Westerse oliemaatschappijen heeft een contract van acht miljard dollar met de regering van Azerbajdzjan gesloten. Moskou zal zich daartegen verzetten als de pijpleidingen niet over Russisch grondgebied maar door Turkije gaan. Azerbajdzjan is nog altijd in oorlog met Armenie dat door de Russen wordt gesteund. Dat maakt hun onderhandelingspositie al sterker. De Turken, bondgenoot in de kk rocentNAVOrocent, staan niet op de beste voet met Washington. De oorzaak daarvan is de Amerikaanse militaire hulp die voor een deel voorwaardelijk wordt gegeven omdat hij niet mag worden gebruikt tegen de Koerden, door de Turken als terroristen beschouwd. Ankara rekent erop dat het in de kwestie van de pijpleidingen niet door de Amerikanen in de steek wordt gelaten en dat doen ook de Amerikaanse bedrijven die belangen in Turkije hebben. In dit ingewikkeld geheel zou Clinton een compromis moeten vinden dat voor Jeltsin te verleidelijk is om er nee op te zeggen. Dit alles volgens Jim Hoagland. Hij prijst de Amerikaanse president omdat hij zich op dit punt van de agenda zou goed heeft voorbereid.

Intussen is Henry Kissinger in Ankara verschenen. Volgens Balkan News & East European Report (een opmerkelijk weekblad, alleen al omdat het omstreeks vijftig pagina's nieuws bevat over een wereld waarvan in het Westen niet meer dan de vaagste voorstellingen bestaan) heeft Kissinger het verzet tegen het voorwaardelijke karakter van de Amerikaanse hulp 'waardig en eervol' genoemd. Kissinger was in Ankara als gast van de Turkse zakenman Ahmed Ertegun. Bij het diner ter ere van zijn aanwezigheid waren talrijke Amerikaanse en Turkse zakenlieden en de Turkse premier mevrouw Tansu Ciller aanwezig. “De pers had geen toegang”, aldus Balkan News. Omstreeks dezelfde tijd troffen op de jaarbeurs in Izmir de Turkse minister van handel Mehmet Donen en zijn Iraanse collega van zware industrie, Nezhad-Hoseyniyan elkaar. Belangrijkste punt van gesprek was de Turks-Iraanse samenwerking in het transport en de marketing van ruwe olie. In Washington dient het gesprek tussen Jeltsin en Clinton over de olie niet in de laatste plaats om Iran buiten spel te zetten. Het 'nieuwe Koeweit' moet het Westen minder afhankelijk maken van de Iraanse en Arabische olieproduktie.

Als er een groot en doorslaggevend bewijs is dat we de Koude Oorlog achter ons hebben, dan wordt dat gegeven met deze nieuwe verwikkelingen om de olie. Hoagland citeert een adviseur uit de equipe die Jeltsins bezoek heeft voorbereid: “Dit spel is al een eeuw oud, en nu zitten we er weer middenin.” Het is niet meer de politiek die zich laat uitdrukken in aantallen atoomkoppen, produktiecijfers, de boekhouding en de bluf van de bewapeningswedloop. Het geeft het internationale strijdtoneel weer iets ouderwets; het doet denken aan een bestseller uit de jaren dertig, het toen beroemde boek van de razende reporter Antoine Zischka, De geheime oorlog om de petroleum. Dat was een andere legendarische tijd met een andere eenvoud. Toen wilde men graag geloven dat de wereldpolitiek in werkelijkheid niet werd gevoerd door de wereldleiders maar door de 'belangen achter de schermen', degenen die de olie en de wapenindustrie 'controleerden'. Van die machtige naamlozen waren de politici tenslotte niet meer dan de loopjongens.

In een halve eeuw strijd tussen de ideologieen, georganiseerd en gebureaucratiseerd in blokken en supermachten, hebben we een andere dunk van onze politici gekregen. Het valt ook gemakkelijk in te zien dat een goede exploitatie van de olievelden om de Kaspische Zee een politiek-economisch belang van de eerste orde is. De Russische economie moet hersteld worden. Als dat niet gebeurt zullen daar binnenkort de volgende Zjirinovski's verschijnen, gevaarlijker gekken dan deze. Als het Westen zich niet met het economisch herstel bemoeit, gebeuren er vroeg of laat politieke rampen. Jeltsin en Clinton zijn verplicht te zorgen dat de olie op de beste manier uit de grond wordt gepompt; beter kunnen ze het landsbelang niet dienen. Dat is een logica van na de Koude Oorlog waartegen weinig of niets valt in te brengen.

Moeten we dan hun besprekingen nog een topconferentie noemen? Als in de Koude Oorlog de wereldleiders elkaar op hun topconferenties ontmoetten hield de wereld de adem in. Nu is de wereld benieuwd of de twee het volgend jaar nog veel te vertellen zullen hebben, niet in de wereld maar in hun eigen land. Clinton is op weg de meest mislukte president sinds Jimmy Carter te worden en de kenners van de Russische politiek zijn het erover eens dat Jeltsin een tussenpaus zal blijken te zijn hoewel niet de laatste. Niet alleen de wereld; ook hun eigen land, hun politieke vrienden zijn de leiders uit de hand gelopen. Beiden ontbreekt het aan gezag in hun eigen grote naties om meer te kunnen zijn dan uit hun krachten gegroeide interim-managers. Als ze in Washington iets van duurzame waarde tot stand brengen dan bestaat dat uit een compromis over oliecontracten.